← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2024:7919

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11180125 CV EXPL 24-16531 datum uitspraak: 20 augustus 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiser], woonplaats: [woonplaats 1], eiser, gemachtigde: gerechtsdeurwaarder mr. E.L.B. Hundscheidt, tegen [gedaagde], woonplaats: [woonplaats 2], gedaagde, die niet is verschenen. 1De procedure 1.

  1. [eiser] eist bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan [adres] is geëindigd op 30 april 2024 en [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van de woning en tot betaling van de door [eiser] in de dagvaarding van 24 juni 2024 genoemde bedragen, waarin begrepen € 9.429,- aan achterstallige huur en/of gebruiksvergoeding berekend tot en met de maand mei
  2. 1.
  3. Tegen [gedaagde] is verstek verleend. 1.
  4. Naar aanleiding van een rolbeslissing van 16 juli 2024 heeft [eiser] een akte genomen. 2De beoordeling De huurprijswijzigingsbepaling is niet oneerlijk 2.
  5. Artikel 4.1 van de huurovereenkomst biedt de verhuurder de mogelijkheid om de huurprijs jaarlijks te verhogen op basis van de CPI-index vermeerderd met 2,5%. Anders dan voorlopig geoordeeld in de voornoemde rolbeslissing, is de kantonrechter van oordeel dat dit beding niet oneerlijk is. De kantonrechter volgt hierin het advies van [naam] in zijn recente conclusie dat een opslagpercentage van maximaal 3% met het oog op de door de wet- en regelgever gehanteerde opslagpercentages als niet oneerlijk moet worden aangemerkt. Dit betekent dat kan worden uitgegaan van de in de dagvaarding opgegeven geldende huurprijs inclusief de verhogingen die hebben plaatsgevonden. De huurovereenkomst is geëindigd en [gedaagde] moet een huurachterstand van € 9.429,- betalen 2.
  6. [gedaagde] heeft niet aangegeven dat de feiten die in de dagvaarding staan niet kloppen. Die staan daarom in deze zaak vast. Op basis daarvan verklaart de kantonrechter voor recht dat de huurovereenkomst is geëindigd op 30 april 2024 en wordt de geëiste huurachterstand van € 9.429,- toegewezen. Dat is de huurachterstand berekend tot en met de maand mei
  7. [gedaagde] moet de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen 2.
  8. Omdat de huurovereenkomst is beëindigd, moet [gedaagde] de woning met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen 14 dagen nadat dit vonnis is betekend. Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 1.347,- per maand betalen (artikel 7:225 BW). [eiser] heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] een vergoeding moet betalen voor de rest van die maand. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW) als voor het verhogen van de huur. [gedaagde] moet incassokosten betalen 2.
  9. De incassokosten van € 477,22 (inclusief btw) worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). [gedaagde] moet rente betalen 2.
  10. De rente wordt toegewezen, omdat [eiser] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan [eiser] moet betalen de rente van € 74,39 die [eiser] heeft berekend tot de dag van dagvaarding. Geen oneerlijke bepalingen 2.
  11. De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.
  12. [gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiser] op € 136,72 aan dagvaardingskosten, € 524,- aan griffierecht, € 406,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.201,
  13. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.
  14. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  15. verklaart voor recht dat de huurovereenkomst tussen de partijen is geëindigd op 30 april 2024 en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiser] te stellen; 3.
  16. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 9.980,61 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 9.429,- vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald; 3.
  17. veroordeelt [gedaagde] om vanaf 1 juni 2024 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan [eiser] te betalen € 1.347,- per maand met de verhoging die is toegestaan; 3.
  18. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 1.201,72; 3.
  19. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  20. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken. 43416 Parket bij de Hoge Raad 19 juli 2024, ECLI:NL:PHR:2024:770

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.