← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2024:8011

vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/680020 / KG ZA 24-511 Vonnis in kort geding van 26 juni 2024 in de zaak van [eiser] , wonende te Capelle aan den IJssel, eiser, advocaat mr. T.O. Sohansingh te Amsterdam, tegen [gedaagde] , zonder bekende woon- en verblijfplaats in Nederland of elders, gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 7 juni 2024 met producties de mondelinge behandeling gehouden op 18 juni 2024 de ter zitting overhandigde kopie van het openbaar exploot in de Staatscourant 2024 nr. 19619 van 13 juni
  2. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  4. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek ter zitting werd verleend. 2.
  5. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Gegeven is dat het pand aan [adres] door (alleen) eiser in eigendom is verkregen zulks nadat de Islamitische echtscheiding tussen partijen rond was doch vóórdat de Nederlandse echtscheiding een feit was. Daarmee is gedaagde naar Nederlands recht mede-eigenaar van het pand geworden en dient zij toestemming te verlenen voor de aan de orde zijnde verkoop en levering van dit pand aan de gemeente Rotterdam. Ondanks serieuze pogingen van eiser om te achterhalen waar gedaagde (in Pakistan) verblijft en om met haar in contact te treden teneinde de toestemming voor de verkoop en levering van het pand van haar in persoon te verkrijgen, is dit niet gelukt. Mede gelet op de termijn waarbinnen de levering aan de gemeente Rotterdam moet zijn geëffectueerd (uiterlijk op 14 augustus 2024), ligt de vordering thans voor toewijzing gereed. 2.
  6. Gelet op de voormalige huwelijkse relatie tussen partijen worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
  7. verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde, 3.
  8. bepaalt dat aan eiser vervangende toestemming op grond van artikel 3:300 BW wordt verleend om het pand, omvattende een winkel en bovenwoningen met erf, aan [adres], kadastraal bekend [perceel], ingevolge de als productie 4 bij de dagvaarding overgelegde koopovereenkomst, te verkopen en te leveren aan de gemeente Rotterdam, zonder tussenkomst van gedaagde, 3.
  9. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  10. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 3.
  11. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2024.1734/106

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.