RECHTBANK ROTTERDAM Jeugd Zaaknummer: C/10/682172 / JE RK 24-1448 Datum uitspraak: 25 juli 2024 Beschikking van de kinderrechter over vervangende toestemming aanvraag reisdocument in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam 1] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , [naam 2] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt mee in haar beoordeling het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 9 juli
- 1.
- De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 juli
- Daarbij was aanwezig een vertegenwoordigster van de GI, [naam 3] . 1.
- Hoewel behoorlijk opgeroepen, zijn de ouders niet ter zitting verschenen. 2De feiten 2.
- De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
- [minderjarige] verblijft in een pleeggezin. 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 9 mei 2024 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 8 augustus
- 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 21 mei 2024 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd 8 augustus
- 2.
- De ouders hebben geen toestemming gegeven voor het verkrijgen van een Nederlands reisdocument voor [minderjarige] . 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van Nederlands reisdocumenten voor [minderjarige] . De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
- De GI handhaaft ter zitting het verzoek. Het is spijtig dat de moeder niet ter zitting is verschenen aangezien zij het niet eens is met het verzoek omdat zij bang is voor ontvoering van [minderjarige] . Zij wist echter wel van deze zitting, dit is met haar besproken. [minderjarige] verblijft nog altijd in het pleeggezin en zij bloeit daar op. Het pleeggezin gaat volgende week op vakantie naar Frankrijk. Zij willen [minderjarige] graag meenemen en [minderjarige] wil ook graag mee met het pleeggezin. Hier heeft zij een ID-kaart voor nodig. Ook gaan de pleegouders mogelijk later in het jaar naar Engeland. Daar heeft [minderjarige] een paspoort voor nodig. Indien vervangende toestemming wordt verleend kan een spoedaanvraag voor een ID-kaart worden ingediend zodat zij mee kan naar Frankrijk. Ook kunnen de pleegouders daarna, omdat deze procedure wat langer duurt, een paspoort aanvragen voor de reis naar Engeland. 4De beoordeling 4.
- Ingevolge artikel 36, eerste lid, van de Paspoortwet kan bij de aanvraag ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overgelegd. Blijkens het tweede lid van eerst artikel 36 van de Paspoortwet kan een verklaring van toestemming worden afgegeven op verzoek van een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. De rechter geeft een zodanige beslissing als hem in het belang van de minderjarige wenselijk voortkomt. 4.
- [minderjarige] verblijft op dit moment in een pleeggezin en staat onder toezicht van de GI. Het pleeggezin gaat op korte termijn op vakantie naar Frankrijk. Zij willen [minderjarige] graag meenemen op vakantie en [minderjarige] wil ook graag mee met het pleeggezin. Zij heeft hiervoor een ID-kaart nodig. Ook willen de pleegouders mogelijk later in het jaar met [minderjarige] een reis naar Engeland maken waarvoor zij een paspoort nodig heeft. De ouders hebben echter geen (schriftelijke) toestemming gegeven voor de aanvraag van een paspoort en/of ID-kaart. [minderjarige] kan op dit moment niet thuis wonen en heeft door toedoen van de vader al diverse wisselingen van pleeggezin gehad, wat erg belastend voor haar is geweest. Het is in haar belang dat zij onderdeel kan zijn van het leven bij de pleegouders en dat zij aan door hen georganiseerde activiteiten kan deelnemen. Daarbij hoort ook dat zij met hen op vakantie kan gaan. Zou [minderjarige] door het ontbreken van een reisdocument niet mee kunnen, dan zou zij opnieuw tijdelijk in een ander pleeggezin geplaatst moeten worden, wat voor (veel) onrust bij haar zal zorgen en daardoor in strijd is met haar belang. 4.
- De kinderrechter zal daarom op grond van vorenstaande het verzoek van de GI toewijzen, in die zin dat vervangende toestemming zal worden verleend voor het aanvragen van Nederlandse reisdocumenten in de vorm van een ID-kaart en een paspoort voor [minderjarige] . 5De beslissing De kinderrechter: 5.
- verleent de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, vervangende toestemming ten behoeve van de aanvraag van Nederlandse reisdocumenten, te weten een ID-kaart en een paspoort, voor de minderjarige [minderjarige] , geboren op 6 februari 2015 in Rotterdam; 5.
- bepaalt dat deze toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de moeder en de vader; 5.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2024 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. C.N. Arduin als griffier, en op schrift gesteld op 26 juli
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.