Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 23/5965 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 september 2024 in de zaak tussen [eiseres] , te [plaats] , eiseres, (gemachtigde: mr. drs. A.C.M. Brom), en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, voorheen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder, (gemachtigde: mr. A.F.D. Weken). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen een boete van € 3.750,- die verweerder haar met het besluit van 7 april 2023 heeft opgelegd voor een overtreding van de Wet dieren. 1.1. Met het bestreden besluit van 16 augustus 2023 op het bezwaar van eiseres heeft verweerder de boete gehandhaafd. 1.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 8 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Totstandkoming van het besluit 2. Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op 12 januari 2023 is opgemaakt door een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De toezichthouder schrijft in het rapport onder meer het volgende. “ Aanleiding: Op woensdagochtend 30 november 2022, omstreeks, 08.00 uur, raadpleegde ik het digitale dossier, in dossier meststoffen, een overzicht van export planning transport. Ik had mij voorgenomen om een controle op de export van onverwerkte mest uit te voeren. Daarvoor had ik in genoemd overzicht een selectie gemaakt van postcodes en plaatsen waarvandaan die dag mest geëxporteerd zou worden. Ik zag o.a. dat intermediair [eiseres] 4 transporten met mestcode 46 voor export naar België gepland had staan. Ik zag dat de postcode laadplaats [adres locatie A in Nederland] was. Ik zag in dossier meststoffen, in het overzicht van de AGR/GPS meldingen van [eiseres] , dat er al een vracht vanaf deze locatie was geladen. […] Ik zag dat [eiseres] een dag eerder, op dinsdag 29 november 2020, ook al drie vrachten varkensdrijfmest had geladen op bovengenoemde locatie. […] Ik besloot een controle uit te gaan voeren. Bevinding(en): Op woensdagochtend 30 november 2022, omstreeks, 10.00 uur, stond ik nabij de locatie [locatie A] . Ik raadpleegde opnieuw het digitale dossier. Ik zag in dossier meststoffen in het overzicht van de AGR/GPS meldingen van [eiseres] , welke bij de RVO geregistreerd is als intermediair met relatienummer [nummer] , dat de eerste vracht inmiddels om 09.05 uur was gelost. Op woensdagochtend 30 november 2022, omstreeks 10.45 uur, zag ik een Fendt tractor met drijfmesttankoplegger (kentekens [kenteken] en oplegger [kenteken] ), hierna te noemen het vervoermiddel, [adres] en daarna het erf van [locatie A] op rijden. Ik zag dat het vervoermiddel, achter de stallen door, naar de laadlocatie reed. Hierop heb ik mijn dienstauto aldaar op het erf geparkeerd en ben naar het vervoermiddel gelopen. Ik heb vervolgens de chauffeur aangesproken en heb mij aan hem gelegitimeerd als toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De chauffeur maakte zich bekend als [chauffeur] . Ik heb vervolgens inzage gevraagd in de documenten, noodzakelijk bij het transport van dierlijke mest. [chauffeur] overhandigde aan mij onder andere: Een Vervoersbewijs Dierlijke meststoffen (VDM) genummerd 9114976102 Een Gezondheidsverklaring/Handelsdocument met nr. 261373955 […] Opmerkingen Lepoutre: Ik vroeg aan [chauffeur] of hij de weegbon van het lege gewicht kon overleggen. Hij zei dat hij ging wegen bij Schippersstop in Veldhoven. Ik vroeg of hij daar ook leeg had gewogen. "Ja" antwoorde hij. Ik heb [chauffeur] toen medegedeeld dat ik hem achterna zou rijden om de weegbon te checken. "Je doet maar" antwoorde hij. Ik ben, nadat de vracht was geladen, naar mijn auto gelopen om het vervoermiddel te volgen tot de weeglocatie. Op woensdagochtend 30 november 2022, omstreeks 11.05 uur, vertrok het vervoermiddel vanaf bovengenoemde locatie en toen het vervoermiddel mij voorbij reed viel het mij op dat ik geen Cat II bordje met opschrift "mest" op het vervoermiddel zag zitten. Ik heb daar toen een foto van gemaakt. […] Op woensdagochtend 30 november 2022, omstreeks 11.20 uur, arriveerde we op de weeglocatie van Schippersstop aan de Habraken 2601 te Veldhoven. Ik ben rond het vervoermiddel gaan lopen en zag inderdaad dat er geen Cat II bordje met opschrift "mest" leesbaar en zichtbaar was aangebracht. Ik vroeg [chauffeur] of hij een Cat II bordje met opschrift "mest" bij zich had. [chauffeur] gaf aan geen Cat II bordje bij zich te hebben. Nadat ik [chauffeur] had medegedeeld dat hij niet tot antwoorden was verplicht vroeg ik hem waarom hij geen Cat II bordje met opschrift "mest" op zijn vervoermiddel aanwezig had. Hij antwoorde: "We hebben deze drijfmestoplegger recent overgenomen en ik heb er niet bij stil gestaan dat ik er een Cat II bordje op moest plaatsen." Ik vroeg hem of hij wist dat dit verplicht was. Hij gaf aan wel te weten dat dit verplicht was. Ik vroeg [chauffeur] of hij de eerder, deze ochtend, gereden vracht ook zonder een Categorie 2 bordje met opschrift "mest" had geëxporteerd naar België? Hij antwoorde hierop met "Ja". Ik vroeg [chauffeur] of hij gisteren, vanaf dezelfde laadlocatie, met hetzelfde vervoermiddel, ook al drie vrachten varkensdrijfmest had geëxporteerd naar België? Hij antwoorde hierop met "Ja". Ik heb vervolgens [chauffeur] medegedeeld dat ik voor niet zichtbaar en leesbaar aanwezig zijn van een kenmerk Cat 2 mest, tijdens het vervoer van de mest, zijnde een dierlijke bijproduct een rapport van bevindingen ga opmaken. […] Nadat ik overtreder [chauffeur] nogmaals had medegedeeld dat hij niet tot antwoorden verplicht was, antwoordde hij op mijn vragen het volgende: "Ik ben in loondienst bij [naam] . Wij charteren op dit moment mest voor [eiseres] . Ik heb geen categorie II bordje bij me. Deze oplegger hebben we net teruggekocht van iemand uit de achterhoek. Ik heb er niet bij stil gestaan dat er geen categorie II bordje op zat. Ik weet dat dit wel verplicht is want op een andere combinatie waar ik wel eens op rijd, daar zat het categorie II bordje wel op. Ik heb gisteren drie vrachten en vanochtend één vracht drijfmest van dezelfde leverancier [locatie A] geëxporteerd naar België zonder dat er een categorie II mest aanduiding op het vervoermiddel aanwezig was. Ik bel wel even dat ze nu een sticker komen brengen met het opschrift Cat II mest." […] Later op dezelfde dag raadpleegde ik het digitale dossier, in dossier meststoffen, een overzicht van export planning transport en de AGR/GPS meldingen. Ik zag dat de drie vrachten drijfmest, die op 29 november 2022 waren geëxporteerd vanaf het adres [locatie A] idd waren vervoerd met de drijfmestoplegger met kenteken [kenteken] . […] Op woensdagochtend 30 november 2022, omstreeks 11.45 uur, arriveerde de mij bekende [persoon C] op de locatie Habraken 2601 te Veldhoven. Kennelijk had [chauffeur] , die werkzaam is voor [naam] hem gebeld om een Cat II bordje te komen brengen. [persoon C] had een sticker bij zich met opschrift Cat II mest. Nadat overtreder [chauffeur] de Cat II sticker had geplakt kon hij zijn weg vervolgen. […] Naar aanleiding van bovenstaande had ik op maandag 5 december 2022, omstreeks 12.15 uur telefonisch contact met een vrouwelijk persoon die aangaf [naam] te zijn. Nadat ik mij als toezichthouder van de NVWA aan haar had bekend gemaakt heb ik haar gevraagd of zij nog steeds de bestuurder was van [eiseres]. Zij antwoordde bevestigend. Hierop heb ik haar de reden van het gesprek uitgelegd en mijn bevindingen toegelicht. […] Onderstaande verklaring is het gedeelte uit de verklaring v.w.b. de overtreding van de Vo. (EU) nr. 142/2011. De volledige verklaring is bijgevoegd als bijlage 3. Nadat ik overtreder [bestuurder eiseres] had medegedeeld dat zij, mede ook namens [eiseres] niet tot antwoorden verplicht was, antwoordde zij op mijn vragen het volgende: "Ik ben sinds 15 april 2020 bestuurder van [eiseres] en kan dit bedrijf in en buiten rechte vertegenwoordigen. Ik ben van uw bevindingen op de hoogte gesteld door mijn collega [persoon B]. Ik heb van [persoon B] begrepen dat zij de ingehuurde charter, in dit geval [naam], heeft medegedeeld dat zij zich moeten houden aan de geldende regelgeving. Dat ze dus moeten zorgen dat er een Categorie II bordje op het vervoermiddel zit. Dat ze juist moeten wegen. Wat betreft het niet voeren van een categorie II bordje en het niet juist wegen van het transport daar zullen wij de chauffeur op moeten aanspreken. Wellicht komt het niet juist wegen omdat de afnemer in België wil dat er in België vol wordt gewogen. Dat de chauffeur daarom niet in Nederland heeft gewogen. Ook hier gaan we regelen dat dit in de toekomst juist gebeurd. Wij zien de vervoermiddelen die voor ons charteren natuurlijk niet fysiek hier op ons bedrijf. Dus zien wij ook niet of ze een categorie II bordje op hun vervoermiddel hebben zitten. Wij moeten erop vertrouwen dat zij zich aan de regels houden. Wij worden nu verantwoordelijk gehouden omdat wij als vervoerder op de documenten staan. Wij moeten dit in de toekomst zien te voorkomen en wellicht de boete die we krijgen eens doorberekenen aan de betreffende charter." Hierop heb ik overtreder [bestuurder eiseres], alsmede de door haar vertegenwoordigde: [eiseres] gevestigd [adres] van de bovengenoemde begane overtreding, van de Verordening Dierlijke Bijproducten 1069/2009 en de daarbij horende Uitvoeringsverordening 142/2011 in kennis gesteld en haar medegedeeld dat er conform het NVWA interventiebeleid voor deze overtreding een rapport wordt opgemaakt welke door de afdeling Team Bestuurlijke Maatregelen (TBM) van de NVWA zal worden behandeld. Deze kan mogelijk een boete opleggen.” 3. Op grond van het rapport van bevindingen heeft verweerder vastgesteld dat eiseres het volgende beboetbare feit heeft gepleegd: “De exploitant zag er niet op toe dat dierlijke bijproducten en afgeleide producten voldeden aan de eisen inzake identificatie.” Dit is volgens verweerder in strijd met artikel 17, eerste lid, aanhef en onder a, en Bijlage VIII, hoofdstuk II, onder 2, van Verordening 142/2011 en een overtreding van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling dierlijke producten. Verweerder heeft eiseres daarvoor een boete opgelegd van € 3.750,-. Dit is een verhoging van het standaardboetebedrag omdat volgens verweerder sprake is van recidive. Beoordeling door de rechtbank 4. De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht heeft vastgesteld dat eiseres het beboetbare feit heeft gepleegd en of verweerder daarvoor terecht een boete heeft gegeven. De rechtbank doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. 5. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft. 6. Eiseres voert aan dat meerdere beschrijvingen in het rapport van bevindingen onjuist zijn en dat relevante informatie ontbreekt. Zo staat in het rapport niet vermeld dat de toezichthouder al een dag eerder op de betreffende locatie geweest was, maar een chauffeur van eiseres misliep en daarom op 30 november 2022 nogmaals een controle uitvoerde. Daarnaast is het onwaar dat de toezichthouder de chauffeur had medegedeeld dat hij niet tot antwoorden verplicht was en betwist de chauffeur dat hij zou hebben verklaard dat hij de dag ervoor en die ochtend vrachten mest had geëxporteerd zonder sticker. Een schriftelijk ondertekende verklaring van de chauffeur ontbreekt ook bij dit rapport. Verder staat in het rapport dat de directrice van eiseres ook iets gezegd zou hebben over het wegen maar dat moet onjuist zijn want dat speelt niet in deze zaak. Voorts voert eiseres aan dat de toezichthouder het ontbreken van de Cat II sticker al op het terrein in [locatie A] geconstateerd moet hebben voordat het voertuig vertrokken was, en dat het zijn plicht was om dit aan de chauffeur mee te delen om zo een overtreding te voorkomen. Daarnaast moet de bij het rapport gevoegde foto door de toezichthouder zijn gemaakt vanuit zijn auto terwijl hij reed en dat is verboden op grond van de Wegenverkeerswet, aldus eiseres. 6.1. Volgens vaste jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), mag een bestuursorgaan in beginsel uitgaan van de bevindingen in een toezichtrapport, als de controle is verricht en het toezichtrapport is opgemaakt door (een) hiertoe bevoegde toezichthouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.