← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2024:9992

vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/680931 / HA ZA 24-532 Vonnis in incident van 2 oktober 2024 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VEENSTRA COEVORDEN B.V., gevestigd te Coevorden, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. M.B. Bollen te Almelo, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FACTA SPIJKENISSE B.V., gevestigd te Spijkenisse, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. M. de Waal te Velsen-Zuid. Partijen zullen hierna Veenstra en Facta genoemd worden. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 5 juni 2024, met producties 1 t/m 9; de incidentele conclusie houdende exceptie van (relatieve) onbevoegdheid; de conclusie van antwoord in het incident houdende exceptie van (relatieve) onbevoegdheid. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2Het geschil in het incident 2.
  3. Facta vordert in het incident dat de rechtbank zich bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: - onbevoegd verklaart om van de onderhavige zaak kennis te nemen en de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, verwijst naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem; met veroordeling van Veenstra in de kosten van het incident, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening; - met veroordeling van Veenstra in de nakosten. 2.
  4. Facta stelt daartoe het volgende. Veenstra heeft de bevoegdheid van deze rechtbank gebaseerd op de vestigingsplaats van Facta (artikel 99 Rv). Partijen hebben in de koopovereenkomst, waarop de vorderingen zijn gegrond, echter forumkeuze gemaakt voor de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, als exclusief bevoegde rechter. 2.
  5. Veenstra refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 3De beoordeling in het incident 3.
  6. Hoofdregel is dat de rechter van de woonplaats van gedaagde bevoegd is (artikel 99 lid 1 Rv). Partijen kunnen daarvan bij overeenkomst afwijken door een andere bevoegde rechter aan te wijzen (artikel 108 lid 1 Rv). Die rechter is in beginsel exclusief bevoegd. 3.
  7. Veenstra heeft haar vorderingen gegrond op een koopovereenkomst met Facta. In artikel 16.2 van die overeenkomst staat, voor zover in het incident van belang, het volgende: “Alle geschillen die mochten ontstaan naar aanleiding van deze Overeenkomst of naar aanleiding van overeenkomsten die hiervan het gevolg mochten zijn, zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, (…)”. 3.
  8. Veenstra heeft geen verweer gevoerd tegen het beroep op de forumkeuze. Dit betekent dat de incidentele vordering wordt toegewezen. Proceskosten 3.
  9. Veenstra wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld omdat zij de zaak bij een onbevoegde rechter heeft aangebracht en derhalve voor de wederpartij extra kosten heeft veroorzaakt. 3.
  10. De rechtbank begroot de proceskosten aan de zijde van Facta op: Salaris advocaat € 614,00 (1 punt × tarief II € 614,00) Nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 792,00 3.
  11. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4De beslissing De rechtbank in het incident 4.
  12. verklaart zich onbevoegd van de vorderingen in de hoofdzaak kennis te nemen; 4.
  13. veroordeelt Veenstra in de kosten van het incident, aan de zijde van Facta tot op heden begroot op € 792,00, te voldoen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als niet tijdig aan de veroordelingen wordt voldaan en het vonnis daarna wordt betekend, dan worden de proceskosten van € 792,00 verhoogd met een bedrag van € 92,00, plus de kosten van betekening, 4.
  14. veroordeelt Veenstra in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan, 4.
  15. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, in de hoofdzaak 4.
  16. verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de rechtbank Noord-Holland, sector civiel recht (locatie Haarlem). Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober
  17. 3871/3268/1980

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.