Rechtbank Rotterdam Team insolventie rekestnummer: [nummer] uitspraakdatum: 8 mei 2025 afwijzen gedwongen schuldregeling en verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling in de zaak van: [verzoekster] , wonende te [adres] [postcode] [woonplaats], verzoekster. 1De procedure Verzoekster heeft op 11 februari 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een aantal schuldeisers, te weten: Zalando, in behandeling bij Pair Finance NL, (hierna: Zalando); Federale Overheidsdienst Jusitie (BE), (hierna: Federale Overheidsdienst); die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. Zalando heeft voorafgaand aan de zitting, bij e-mail van 3 maart 2025, aan schuldhulpverlening te kennen gegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. Schuldhulpverlening heeft deze e-mail, voorafgaand aan de zitting, op 1 mei 2025 aan de rechtbank toegezonden. Ter zitting van 1 mei 2025 zijn verschenen en gehoord: verzoekster; mevrouw S. van Delft, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening); mevrouw M. van den Berg, werkzaam bij Zonder Zorgen Advies en Bewindvoering B.V., (hierna: beschermingsbewindvoerder); [naam], dochter van verzoekster. Op 7 mei 2025 heeft de rechtbank van de Federale Overheidsdienst een brief ontvangen gedateerd 24 april
- De uitspraak is bepaald op heden. 2Het verzoek Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift elf schuldeisers, waarvan één preferente schuldeiser met één vordering en tien concurrente schuldeisers met tien vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 17.942,96 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 15 oktober 2024 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 7,34% aan de preferente schuldeisers en 3,67% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. De schuldenlast bedroeg op dat moment € 18.060,
- Nu de schuldenlast ten opzichte van de aanbodbrief is afgenomen, zal het percentage dat uitgekeerd wordt aan de schuldeisers hoger zijn. Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar Participatiewet-uitkering. Verzoekster ontvangt haar Participatiewet-uitkering op basis van de kostendelersnorm omdat haar dochter en kleinzoon inwonend zijn. Verzoekster heeft gezondheidsklachten die haar belemmeren bij het uitvoeren van arbeid. Verzoekster is door de gemeente ontheven van haar sollicitatieplicht tot 9 februari
- Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat verzoekster na aanmelding bij schuldhulpverlening voldoende motivatie heeft getoond om haar schulden aan te pakken. Door de gezondheidsklachten van verzoekster is er geen perspectief dat zij in de komende jaren een hoger inkomen zal gaan genereren. Ter zitting heeft de beschermings-bewindvoerder verklaard dat de samenwerking goed verloopt. Verzoekster krijgt hulp van haar dochter en kleinzoon hierbij. De beschermingsbewindvoerder verklaart dat er geen nieuwe schulden zijn ontstaan. Verzoekster heeft zich ingespannen om tot een oplossing te komen voor haar schuldproblematiek. Tien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Federale Overheidsdienst stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 215,22 op verzoekster, welke 1,20% van de totale schuldenlast beloopt. 3Het verweer In haar telefonische contacten met schuldhulpverlening heeft Federale Overheidsdienst te kennen gegeven dat zij niet akkoord gaat met de aangeboden regeling omdat zij geen medewerking verlenen aan een voorstel tegen finale kwijting. Schriftelijk is er in eerste instantie niet op het voorstel gereageerd. Federale Overheidsdienst geeft in haar brief van 24 april 2025 aan dat er een verder onderzoek is ingesteld en dat het lopende dossier bij de Federale Overheidsdienst zonder gevolg werd geklasseerd, hetgeen betekent dat verzoekster de boete niet meer hoeft te betalen. 4De beoordeling De rechtbank heeft op 7 mei 2025 een brief ontvangen van de Federale Overheidsdienst gedateerd 24 april 2025 waaruit de rechtbank opmaakt dat de boete die aan verzoekster is opgelegd is komen te vervallen. Nu de vordering van de Federale Overheidsdienst is komen te vervallen heeft verzoekster geen belang meer bij het opleggen van het dwangakkoord dan wel het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling, immers alle thans nog volgens de crediteurenlijst bestaande schuldeisers stemmen in met het aangeboden akkoord. 5De beslissing De rechtbank: - wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen; - wijst af het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van I. van Gemerde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 8 mei
- Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.