← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:10553

Rechtbank Rotterdam Team jeugd Parketnummer: 10/221402-21 Datum uitspraak: 13 mei 2025 Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel) van: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003, ingeschreven in de basisregistratie personen (en feitelijk verblijvende) op het adres: [jeugdinrichting] [adres] , [postcode] te [plaats] , hierna: de inrichting, raadsvrouw mr. Y.L. Zandbergen, advocaat te Rotterdam. 1Procesverloop Op 25 mei 2022 heeft de rechtbank de PIJ-maatregel van de veroordeelde gelast. De PIJ-maatregel is opgelegd ter zake van doodslag. De termijn van de PIJ-maatregel is gestart op 8 mei

  1. Vordering verlenging PIJ-maatregel Op 1 april 2025 heeft de rechtbank van het openbaar ministerie een vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel ontvangen. Bij die vordering is gevoegd het advies van het hoofd van de inrichting waar de veroordeelde verblijft, gedateerd 27 maart 2025, inclusief de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde over de periode van 5 november 2022 tot 18 maart 2024 en het planmatig verlofplan, gedateerd 16 oktober
  2. Daarnaast heeft de rechtbank op 12 mei 2025 van de raadsvrouw twee brieven ontvangen, geschreven door de veroordeelde en zijn vader. Op de zitting van 13 mei 2025 is de vordering in het openbaar behandeld. Gehoord zijn: - de officier van justitie, mr. A.H.A. de Bruijne; - de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw; - de ouders van de veroordeelde; - de [deskundige] , als GZ-psycholoog verbonden aan de inrichting. Tevens waren ter terechtzitting aanwezig [persoon A] en [persoon B] , de moeder en de broer van het slachtoffer. 2Standpunt van partijen 2.
  3. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting de eerder gedane vordering tot verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel met 18 maanden gewijzigd, in die zin dat zij nu gevorderd heeft de termijn te verlengen met 15 maanden. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel – zoals verzocht door de veroordeelde – vooralsnog niet mogelijk is. Voordat daarvan sprake kan zijn dient de reclassering te worden betrokken en het lopende veiligheidsonderzoek moet zijn afgerond. De onbegeleide verloven moeten nog worden opgestart, en er dient een Scholings- en trainingsprogramma (hierna: STP) te zijn ingezet dat ook ongeveer zes maanden zal duren. De verwachting is dat deze stappen binnen de gevorderde vijftien maanden kunnen worden bereikt. Door een verlenging van kortere duur te vorderen wil de officier van justitie aan de veroordeelde het signaal afgeven dat de positieve ontwikkeling zichtbaar is, evenals de inzet van de ouders voor zijn terugkeer in de maatschappij. Er wordt voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de maatregel, de behandeling is nog niet afgerond en voortzetting daarvan is nog in het belang van de ontwikkeling van de veroordeelde en de veiligheid van anderen, waardoor verlenging van de PIJ-maatregel noodzakelijk is. 2.
  4. Standpunt van de veroordeelde De veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben verlenging van de PIJ-maatregel bepleit voor de duur van 12 maanden. In de stukken is te lezen dat er een positieve samenwerking is met het behandelteam en er is een positieve ontwikkeling zichtbaar in het traject. Vanwege deze positieve ontwikkeling dient er gefaseerd te worden toegewerkt naar het vormgeven van beschermende factoren in het resocialisatietraject. Het eerste begeleide verlofmoment is op 28 november 2024 geweest. Sindsdien hebben er wekelijkse verloven plaatsgevonden. Het verloftraject heeft echter tijdelijk stilgelegen door een personeelstekort bij de inrichting. Inmiddels is de veertiende gedragswetenschapper bij de veroordeelde betrokken. Dat is voor de veroordeelde zeer demotiverend, vooral omdat hij met de vorige gedragswetenschapper een goede band had opgebouwd en had besproken dat hij vanaf mei 2025 zou gaan starten met onbegeleide verloven. De stagnatie in het verloftraject kan niet aan de veroordeelde worden verweten. Samen met zijn vader heeft de veroordeelde dagbesteding gevonden bij [bedrijf] , waar hij direct aan de slag kan zodra hij daar mag beginnen. Uit de stukken en het besprokene ter terechtzitting is niet gebleken waarom een verlenging met 15 of 18 maanden nodig is. De inrichting heeft een onderzoek gestart om te bezien of er sprake is van dreigingen in de woonomgeving van de ouders richting de veroordeelde. De verwachting is niet dat de uitkomsten daarvan maanden op zich laten wachten. De veroordeelde is toe aan een onbegeleide verlofstatus. Nu naar verwachting de onbegeleide verloven zes maanden en het STP-traject ook 6 maanden zal duren, is een verlenging van de maatregel met 12 maanden passend en geboden. 3Adviezen 3.
  5. Advies inrichting Het advies van 27 maart 2025 houdt onder meer het volgende in. Actuele diagnose Bij de veroordeelde is sprake van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en borderline kenmerken. Daarnaast is er sprake van een posttraumatische stressstoornis, gedeeltelijk in remissie, stoornis in het gebruik van cannabis matig tot ernstig, in vroege remissie in een gereguleerde omgeving en van een ongespecificeerde stemmingsstoornis. In de afgelopen jaren werd in de inrichting gezien dat de veroordeelde moeite heeft om te gaan met spanningen, affectieve instabiliteit/emotie-regulatieproblematiek en inadequate intense woede/moeite boosheid te beheersen. Ook is sprake van beperkte empathie, in die zin dat het effect van zichzelf op anderen wordt onderschat. Verder wordt er overmatige krenkbaarheid gezien, moeilijkheden met impulsiviteit, lage frustratietolerantie en een sterke neiging tot zelfbepaling en externaliseren binnen de behandeling. De onvoldoende adequate coping vaardigheden kunnen leiden tot impulsdoorbraken en/of verhoogde prikkelbaarheid en agitatie. Verloop behandeling Sinds 26 juli 2023 verblijft de veroordeelde op de [leefgroep] . In de inrichting heeft de veroordeelde traumabehandeling gevolgd, wat heeft bijgedragen aan de afname van klachten. In de periode tot aan de presentatie van ‘Leren van Delict’ werd een stijgende lijn gezien in de stemming van de veroordeelde en was er minder sprake van somberheid en slaapproblemen. Door de start van de delictanalyse kreeg de veroordeelde perspectief, maar na afronding daarvan zakte de veroordeelde terug in stemming en werd gesproken over een geagiteerde depressie. Medicatie-inname heeft een positief effect gehad op de stemming van de veroordeelde, maar is in overleg gestaakt vanwege de bijwerkingen die de veroordeelde daarna ervaarde. Omdat de veroordeelde nog steeds somatische klachten ervaarde is verder onderzoek gedaan. Daaruit is een vitamine B12 tekort gebleken, wat een deel van de klachten lijkt te verklaren. Ook lijkt er sprake van somatiseren, vermijding en externaliseren (niet het delictgedrag) als afweermechanismen. Bij de veroordeelde wordt zowel intrinsieke als extrinsieke motivatie gezien. Vanaf de plaatsing werkt hij zoveel mogelijk mee aan zijn behandeling en staat hij ervoor open om zijn gedrag beter te begrijpen. Zo vraagt de veroordeelde om extra sessies bij de behandelingen Leren van Delict, EMDR-therapie en schematherapie. Gevaar voor herhaling Het recidiverisico wordt binnen de inrichting ingeschat als matig. Als de bescherming van de inrichting op dit moment volledig weg komt te vallen, wordt de kans op herhaling ingeschat als hoog. Hoewel het de veroordeelde de afgelopen periode is gelukt om de positieve samenwerking met het behandelteam vast te houden, dienen onderliggende factoren zoals het inzicht in en het bewerken van de denk- en gedragspatronen verder bewerkt te worden om de kans op herhaling verder te verlagen. Verder behandeltraject en –perspectief De noodzaak van een gedwongen kader is nog aanwezig. Veroordeelde heeft begeleiding, aansturing, structuur en toezicht nodig om optimaal gebruik te kunnen maken van zijn ontwikkelingsmogelijkheden. Een gedwongen kader biedt veroordeelde de mogelijkheid om verschillende vaardigheden te oefenen, eigen te maken en te generaliseren. Het afgelopen jaar is er sprake van een positieve ontwikkeling en een verbeterde samenwerking met de behandelteam, waardoor veroordeelde meer in behandeling komt en de positieve ontwikkeling ook weet vast te houden. Er worden nog behandelmogelijkheden en -doelen gezien op het gebied van vaardigheden en intrapsychische ontwikkeling die verder bewerkt moeten worden om het recidiverisico te verlagen. Hiernaast is voldoende tijd nodig om bij een positieve voortzetting in het behandeltraject het ingezette resocialisatietraject verder vorm te geven waarin gefaseerd beschermende factoren (wonen, dagbesteding, vrijetijds-besteding en pro sociaal netwerk) kunnen worden vormgegeven ter verlaging van het recidiverisico. Naast het gefaseerd vormgeven van beschermende factoren, is het van belang om middels een resocialisatietraject te monitoren of de aangeleerde vaardigheden worden toegepast en gegeneraliseerd, toewerken naar meer vrijheden en minder begeleiding. Het advies luidt de termijn van de PIJ-maatregel te verlengen met achttien maanden. 3.
  6. Ter zitting gegeven adviezen [deskundige] , als GZ-psycholoog verbonden aan de inrichting, heeft het verlengings-advies ter zitting toegelicht. Zij heeft onder meer verklaard dat het goed met de veroordeelde gaat, maar dat er ook nog een aantal zaken zijn om aan te werken. Zo is er sprake van somatiseren en valt op dat er veel spanning en stress ontstaat als zaken niet juist verlopen. Ook is het nodig om coping vaardigheden en emotieregulatie beter onder controle te krijgen. De veroordeelde is geneigd om zaken buiten zichzelf te leggen. Niet door toedoen van de veroordeelde, maar door personeelstekort in de inrichting hebben de begeleide verloven de afgelopen periode weinig plaatsgevonden. Vanaf het moment dat het weer mogelijk was, zijn de verloven direct hervat. Het indexdelict heeft tot bedreigingen van de veroordeelde geleid en dat is ook van invloed geweest op zijn omgeving. Om die reden vindt er nader onderzoek plaats om de veiligheidsdreigingen rondom de veroordeelde duidelijk te krijgen. De start van de onbegeleide verloven is afhankelijk van de uitkomsten van dat veiligheidsonderzoek. Een verlenging van 18 maanden is nodig, omdat er nog eendaags begeleide verloven moeten plaatsvinden, gevolgd door een onbegeleide verlofstatus van zes maanden en een STP-traject dat ook zes maanden zal duren. 4Beoordeling Een PIJ-maatregel kan op grond van artikel 6:6:31, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) in verbinding met artikel 77s, eerste lid, sub b en c, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) slechts verlengd worden indien de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Daarnaast dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van die maatregel te eisen en dient de maatregel in het belang te zijn van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde. Aan deze drie voorwaarden moet worden voldaan om tot een verlenging van de maatregel te kunnen komen. De rechtbank is van oordeel dat aan deze drie voorwaarden is voldaan. Uit de adviezen en wat ter terechtzitting is besproken blijkt dat de veroordeelde een positieve ontwikkeling doormaakt in de inrichting. Hij heeft een goede samenwerking met het behandelteam, ziet de noodzaak van behandeling in en stelt zich daarvoor open. Er is een start gemaakt met begeleide verloven en er worden langzaamaan stappen gezet richting het vormgeven van een helder toekomstperspectief. Het valt te betreuren dat buiten de schuld van de veroordeelde om een aantal begeleide verloven geen doorgang konden vinden en hij daardoor mogelijk minder stappen in zijn behandeltraject heeft kunnen zetten. Dat neemt niet weg dat de behandeling van de veroordeelde op dit moment nog niet zodanig ver gevorderd is, dat een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel – zoals door de veroordeelde verzocht – aan de orde kan zijn. De verdediging heeft de rechtbank verzocht om de PIJ-maatregel te verlengen voor de duur van 12 maanden. Net als de verdediging en de officier van justitie ziet de rechtbank de positieve ontwikkeling van de veroordeelde, maar zij acht een verlenging van die duur niet passend. Er wordt niet getwijfeld aan de positieve motivatie die de veroordeelde op dit moment toont om aan datgene mee te werken dat nodig is voor de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Desalniettemin ziet de rechtbank ook dat de veroordeelde nog belangrijke behandeldoelen heeft te realiseren, onder andere waar het gaat om het beheersen van zijn emoties en zijn frustratietolerantie. Het recidiverisico wordt – buiten het beschermende kader – op dit moment nog steeds ingeschat als hoog. Daarnaast is het traject van begeleid verlof nog niet afgerond, dient onbegeleid verlof nog te worden gestart en daarna moet nog het STP traject worden gevolgd. De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde verlengingsperiode van 15 maanden realistisch en noodzakelijk is om de risicofactoren te verminderen, beschermende factoren te versterken en stappen te zetten in het resocialisatietraject (naar de onbegeleide verlofstatus en de gewenste werk/dagbesteding en woonsituatie). De rechtbank weegt daarbij mee dat duidelijke kaders en een helder toekomstperspectief voor de veroordeelde belangrijk zijn en dat hij derhalve ook niet gebaat is met een kortere verlengingsperiode die achteraf niet realistisch blijkt te zijn. De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, verlenging van de PIJ-maatregel met 15 maanden in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde. Gevolg gevend aan artikel 6:6:31, tweede lid, Sv, geeft de rechtbank aan dat de maatregel, gelet op de ingangsdatum, de huidige expiratiedatum en de verlenging bij deze beslissing, op 31 juli 2026 voorwaardelijk zal eindigen en op 31 juli 2027 onvoorwaardelijk zal eindigen. 5Beslissing De rechtbank: verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met 15 maanden. Deze beschikking is gegeven door mr. C.N. Melkert, voorzitter, tevens kinderrechter, en mrs. K.T.F. Chocolaad-de Bos en A.M.T.A. Verhagen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Batenburg, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 13 mei
  7. Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening en de veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. (art.6:6:37 Sv)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.