← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:10601

Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10-019769-25 Datum uitspraak: 2 juni 2025 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1984, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] , zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, raadsvrouw mr. E.V. Appeldoorn, advocaat te Dordrecht. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 mei

  1. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. T.J. Kodrzycki heeft gevorderd: bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde, met uitzondering van het onder het tweede gedachtestreepje tenlastegelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 87 dagen, met aftrek van voorarrest. 4Waardering van het bewijs 4.
  2. Vrijspraak 4.1.
  3. Standpunt officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging, met dien verstande dat hij partiële vrijspraak heeft gevorderd van het onderdeel steken met een mes. De officier van justitie baseert zich hierbij op de verklaringen van de aangever, de getuige Bezemer en de verdachte zelf en de camerabeelden. 4.1.
  4. Beoordeling In de avond van 17 januari 2025 is op de Karel Doormanstraat te Rotterdam ruzie ontstaan tussen de aangever enerzijds, en anderzijds een man en een vrouw, naar later bleek: de verdachte en zijn vriendin: de [medeverdachte]. Vervolgens heeft er een worsteling plaatsgevonden tussen de aangever en de verdachte, waarbij in elk geval is geduwd en getrokken. Die avond heeft de aangever enkele (steek)wonden opgelopen. De aangever heeft wisselend verklaard over wie hem zou hebben gestoken, en hij heeft verklaard dat hij noch bij de verdachte noch bij de medeverdachte een mes heeft gezien. Bij de [medeverdachte] is een mes aangetroffen met daarop een bloedspoor, maar de herkomst van dat bloedspoor is niet onderzocht, zodat dit mes niet is te relateren aan de steekwonden van de aangever. Steken met een mes kan daarom niet ten laste van de verdachte of de medeverdachte worden bewezenverklaard, nu ook ander bewijs daarvoor ontbreekt. Over ander geweld dat de verdachten of een van hen zou(den) hebben gepleegd heeft de aangever niet verklaard. De verdachte en de medeverdachte hebben beiden verklaard dat de medeverdachte de aangever niet heeft aangeraakt. Een getuige die op die avond vanaf een afstand een confrontatie met de aangever heeft gezien, verklaart evenmin voldoende specifiek om aan haar verklaring bewijs voor het tenlastegelegde te ontlenen. De camerabeelden van die confrontatie zijn evenmin voldoende duidelijk om tot bewijs te dienen. Dat daarop trekken en duwen tussen twee personen is te zien, is daartoe onvoldoende. Ander bewijs voor openlijk geweld, of (poging tot) mishandeling in enige vorm, gepleegd tegen de aangever door de verdachte en/of zijn medeverdachte ontbreekt in het dossier. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken. 4.1.
  5. Conclusie Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. 5Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Riemens, voorzitter, en mrs. A.J.P. van Essen en D.H. Dongelmans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Nagtegaal, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 2 juni
  6. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 17 januari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, openlijk, te weten aan de Karel Doormanstraat, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] door: -te trappen en/of te duwen en/of te slaan tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of -(meermalen) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te steken in de onderrug, althans het lichaam, van die [slachtoffer]; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 17 januari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, -heeft getrapt en/of geduwd en/of geslagen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of -(meermalen) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft gestoken in de onderrug, althans het lichaam, van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 17 januari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer] heeft mishandeld door: -te trappen en/of te duwen en/of te slaan tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of -(meermalen) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te steken in de onderrug, althans het lichaam, van die [slachtoffer].

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.