Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/299653-24 Datum uitspraak: 17 juni 2025 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , [postcode] te [woonplaats] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in het Detentiecentrum [naam PI] , raadsvrouw mr. L.D. Lubrano, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 3 juni 2025. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 10 maart 2025 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officieren van justitie mrs. B.J.G. Leeuw en C.T. den Uil (hierna: officier van justitie) hebben gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van voorarrest. 4Waardering van het bewijs 4.1. Vrijspraak 4.1.1. Standpunt officier van justitie De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte de invoer van een grote hoeveelheid crystal meth in Nederland mogelijk heeft gemaakt door het ter beschikking stellen van zijn bedrijf als dekmantelfirma en het onderhouden van contact met andere partijen. Zijn rol is van dusdanig gewicht in het geheel dat hij als medepleger van de invoer en tevens medepleger van voorbereidingshandelingen gericht op de verlengde invoer van die crystal meth in Nederland moet worden bestempeld. 4.1.2. Beoordeling Relevante feiten en omstandigheden Naar aanleiding van een melding bij het Team Criminele Inlichtingen (TCI) is op 4 september 2024 onderzoek verricht naar een container met nummer ‘ [containernummer] ’. Deze container was afkomstig uit Mexico en is per schip – via Panama – in de haven van Rotterdam aangekomen. Deze container was bestemd voor [naam bedrijf] . (hierna: [naam bedrijf] .), het bedrijf waarvan de verdachte enig aandeelhouder is. Bij controle van de container werden achttien pallets met daarop verpakte stenen aangetroffen. In die stenen werd een partij crystal meth met een totaal nettogewicht van 262,84 kg aangetroffen. Op 5 september 2024 vond in Vlissingen een schietpartij plaats waarbij [persoon A] en medeverdachte [medeverdachte] slachtoffer werden. [persoon A] kwam om het leven en [medeverdachte] raakte ernstig gewond. De slachtoffers bevonden zich samen in een personenauto op naam van [naam bedrijf] . Op de plaats delict van het schietincident werden drie mobiele telefoons in beslag genomen en nader onderzocht. Bij onderzoek in de mobiele telefoon toebehorende aan [persoon A] werden onder meer Whatsappberichten tussen [persoon A] en twee contacten, genaamd [naam 1] en [naam 2] , aangetroffen. In die chatberichten werden onder meer contactgegevens en informatie over een belastingschuld van [naam bedrijf] . uitgewisseld. Daarnaast werd ook gesproken over financiële vergoedingen aan de eigenaar van dit bedrijf. Verder is uit de gevorderde bankgegevens van het bedrijf [naam bedrijf] . gebleken dat op 12 juli 2024 een geldbedrag van € 5.600,- door een Mexicaans bedrijf op de bankrekening werd gestort en dat dit bedrag op dezelfde en de daaropvolgende dag werd opgenomen. Medeplegen Ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt. Hoewel – gelet op voorgaande – sprake is van verdachte en belastende omstandigheden, blijkt uit het dossier onvoldoende om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van (het voorbereiden van) de invoer van de crystal meth in Nederland. Uit het dossier, noch uit het onderzoek ter terechtzitting is de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en (een) ander(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.