Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 71/175269-22 Datum uitspraak: 29 september 2025 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] , raadsman mr. R. Malewicz, advocaat te Amsterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 september 2025. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. J.J. Arends heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een geldboete van € 20.000,-. 4Ontvankelijkheid officier van justitie 4.1. Standpunt verdediging De verdediging stelt zich op het standpunt dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging voor zover het de periode tot en met 31 mei 2016 betreft. Aangevoerd is dat de verdachte op 21 oktober 2016 (de rechtbank begrijpt: 25 augustus 2016) is veroordeeld voor witwassen in het Verenigd Koninkrijk. De pleegdatum van het witwassen zou 31 mei 2016 zijn en uit het onderhavige dossier volgt niet wat de veroordeling van witwassen in het Verenigd Koninkrijk precies omvat. Omdat het om een overeenkomstig feit gaat als het ten laste gelegde feit in deze zaak, de pleegperiode deels overlapt, en het openbaar ministerie heeft gekozen voor een eenvoudige kasopstelling als bewijsmethode, is er sprake van schending van het ne bis in idem-beginsel. 4.2. Beoordeling De rechtbank verwerpt het verweer. Uit het dossier, en met name de kasopstelling, volgt dat de witwasverdenking ziet op handelingen die zijn gepleegd in Nederland, Aruba dan wel Turkije. Ook de pleegplaatsen die in de tenlastelegging zijn opgenomen duiden niet op een strafbare gedraging die in het Verenigd Koninkrijk zou hebben plaatsgevonden. Daarnaast heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard over de witwaszaak in het Verenigd Koninkrijk. Volgens hem ging die zaak over iets anders, namelijk een incident in een hotelkamer waarbij bij een medeverdachte een hoeveelheid aan Britse ponden was aangetroffen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel. De officier van justitie is derhalve ontvankelijk in de vervolging. 5Waardering van het bewijs 5.1. Bewijswaardering 5.1.1. Standpunt verdediging De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Subsidiair verzoekt de verdediging de verdachte vrij te spreken van het medeplegen en slechts een zeer beperkt deel van het ten laste gelegde witwasbedrag bewezen te verklaren. Een aanzienlijk deel van de contante uitgaven in de kasopstelling wordt betwist. Verder is in de kasopstelling een beginsaldo vastgesteld, terwijl er aanwijzingen in het dossier zijn dat de verdachte toentertijd kon beschikken over legitiem vermogen in het buitenland. Verder is er geen sprake van medeplegen van witwassen. Het ontbreekt aan een onderbouwing van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn vriendin. 5.1.2. Beoordeling Naar aanleiding van een melding door de Amerikaanse opsporingsautoriteiten is een opsporingsonderzoek gestart naar de verdachte in verband met handel in verdovende middelen. Gedurende het onderzoek is naast deze verdenking ook de verdenking van witwassen van crimineel vermogen ontstaan. Daarop is een witwasonderzoek gestart naar de verdachte en zijn partner [persoon A] . Beoordelingskader witwassen Voor een veroordeling voor opzetwitwassen dient te worden bewezen dat het ten laste gelegde voorwerp uit enig misdrijf (gronddelict) afkomstig is. Naar vaste jurisprudentie kan witwassen bewezen worden geacht als niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid uit welk nauwkeurig aangeduid misdrijf het ten laste gelegde voorwerp afkomstig is, maar het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat de goederen en geldbedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf. Daarbij zal eerst moeten worden vastgesteld of de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden van een criminele herkomst van de goederen en geldbedragen kunnen rechtvaardigen. Indien dat het geval is, mag van de verdachte worden verlangd dat deze een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring voor de herkomst geeft. Bij de beoordeling van die verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen mede een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte van meet af aan een tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat hij eerst in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren op een wijze die aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet. Indien de verdachte zo’n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Indien een dergelijke verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen. Vermoeden van witwassen Uit de bewijsmiddelen valt geen rechtstreeks verband te leggen tussen de geldbedragen die in de tenlastelegging staan en een nauwkeurig aangeduid misdrijf. De vraag is vervolgens of er ten aanzien van de geldbedragen een gerechtvaardigd vermoeden is dat deze uit misdrijf afkomstig zijn. In de periode van de tenlastelegging is € 119.700 aan contanten op bankrekeningen van de verdachte gestort, en € 108.850 op bankrekeningen van zijn vriendin. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij € 3.500 per maand in contanten kreeg, maar heeft verder niet over de achtergrond van die betalingen verklaard. Een van de witwasindicatoren van het Anti Money Laundering Centre is dat er geen, of onvolledige verklaringen voor de herkomst van contant geld worden gegeven. Tijdens een huiszoeking bij de verdachte is een contant bedrag van € 5.100, in coupures van € 50, aangetroffen. De verdachte en zijn vriendin hebben € 8.617 via money transfers naar het buitenland verzonden. Het gebruik van money transfers is eveneens een indicator voor witwassen, omdat het aanmerkelijk duurder is om via deze methode geld naar het buitenland over te maken dan via girale transacties. Verder is gebleken dat de verdachte in de ten laste gelegde periode op grote voet leefde, terwijl hij geen of nauwelijks inkomsten had. Hij had onroerend goed in Aruba, maakte met regelmaat vliegreizen daarheen, en reed in een auto met een cataloguswaarde van bijna € 62.000. Al deze omstandigheden rechtvaardigen het vermoeden dat de geldbedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf. Gelet hierop mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare, en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft over de herkomst van de geldbedragen. Verklaring verdachte Ter terechtzitting heeft de verdachte – nadat hij bij de politieverhoren geen verklaring had gegeven over de herkomst van de geldbedragen – verklaard dat hij voorafgaand aan de ten laste gelegde periode een stuk grond in Turkije, een coffeeshop en een zonnestudio in Amsterdam heeft verkocht. Verder heeft hij contante geldbedragen van verschillende personen ontvangen. De verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij geen verklaring heeft voor de herkomst van een geldbedrag van ruim € 150.000 in de ten laste gelegde periode. Beoordeling verklaring verdachte De verdachte heeft geen stukken overgelegd om zijn verklaring voor de herkomst van een groot deel van de ten laste gelegde bedragen te onderbouwen. Zijn verklaringen zijn in zoverre niet concreet en niet verifieerbaar, en bieden geen afdoende verklaring voor de herkomst van de gelden. Ten laste gelegde bedragen Ten laste is gelegd dat de verdachte een bedrag heeft witgewassen van € 465.621. Dat bedrag is als volgt berekend: Ontvangsten van verdachte contant € 44.442 + Aangetroffen bij huiszoeking € 5.100 -/- Resteert om contant uit te geven € 39.342 Feitelijke contante uitgaven € 504.963 -/- Onverklaarbaar vermogen € 465.621 = Ter terechtzitting is door de officier van justitie een aanvullend proces-verbaal overhandigd waaruit blijkt dat de aankoop van een vrachtwagen en de inbeslaggenomen horloges niet contant, maar giraal zijn betaald door de verdachte. De bedragen die hiermee gemoeid zijn (in totaal € 125.000 en € 8.700) dienen in mindering te worden gebracht op het ten laste gelegde bedrag. De rechtbank is van oordeel dat ook een aantal andere bedragen in mindering moeten worden gebracht op de feitelijke contante uitgaven in deze berekening. Dat betreft de uitgaven aan de aannemer, die volgens het openbaar ministerie contant zijn gedaan. Omdat ter zitting is gebleken dat de betaling voor de vrachtwagen voor de aannemer giraal via een bank in Turkije is gelopen, acht de rechtbank de verklaring van de verdachte dat ook de betaling van € 40.000 bancair via Turkije is gegaan, niet ongeloofwaardig. Dit bedrag wordt daarom niet meegenomen in de berekening van het bedrag. Datzelfde geldt voor het bedrag van € 7.000 voor de aankoop van stenen voor de bouw van het huis op Aruba. Voor wat betreft de aankoop van de Chanel tas heeft de verdachte verklaard dat dat een verjaardagscadeau voor zijn vriendin was, waarvoor vrienden en familie geld bijeen hadden gelegd (€ 3.100). Die verklaring acht de rechtbank niet onaannemelijk. Dat geldt ook voor de uitgaven voor de Media Markt en de babyspullen. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot een bedrag van € 327.900 aan contante feitelijke uitgaven. Daarmee komt het onverklaarbaar vermogen uit op een bedrag van € 288.558 (€ 327.900 – € 39.342). De rechtbank komt tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat deze geldbedragen (on)middellijk afkomstig zijn uit enig misdrijf en dat de verdachte dat wist. Gelet op de duur van de periode, de frequentie van de witwashandelingen en de omvang van de witgewassen geldbedragen, is er sprake geweest van gewoontewitwassen. Anders dan de verdediging is de rechtbank verder van oordeel dat er sprake was van medeplegen, nu er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Uit het dossier blijkt dat de verdachte en zijn partner een economische eenheid vormden; zij woonden destijds al 16 jaar samen en voerden een gezamenlijke huishouding. 5.1.3. Conclusie Bewezen is dat de verdachte zich in de periode van 1 januari 2015 tot en met 3 september 2020 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen. 5.2. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: Hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 3 september 2020 te Amsterdam, althans in Nederland en/of Aruba en/of Turkije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich meermalig, in ieder geval eenmalig schuldig heeft gemaakt aan witwassen, hierin bestaande dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), van een of meerdere voorwerp(en), te weten: één of meer geldbedrag(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.