Rechtbank Rotterdam Team jeugd Parketnummers: 10/156521-24, 10/217247-24 en 09/109162-24 (gevoegd ttz) Parketnummer vordering TUL VV: 10/019103-24 Datum uitspraak: 24 juni 2025 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte: [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] , raadsvrouw mr. F. Folkers, advocaat in Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 24 juni 2025. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie, mr. E. Verhoeven-Ivankovic, heeft gevorderd: vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 10/217247-24 ten laste gelegde; bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10/156521-24 onder 1 impliciet subsidiair en onder 2 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 09/109162-24 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 90 dagen met aftrekvan voorarrest, waarvan 14 dagenvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarden zoals door de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de jeugdreclassering) is geadviseerd; met opdracht aan de jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie. 4Waardering van het bewijs 4.1. Vrijspraak zonder nadere motivering Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het in de zaak met parketnummer 10/217247-24 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 4.2. Gedeeltelijke bewezenverklaring zonder nadere motivering parketnummer 10/156521-24, onder feit 1 Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging, voor zover dit het plegen van geweld en het medeplegen betreft, niet wettig en overtuigend is bewezen. De verdachte zal van dit deel van de tenlastelegging zonder nadere motivering worden vrijgesproken. Het onder 1 ten laste gelegde is voor het overige door de verdachte bekend en zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.3. Bewezenverklaring zonder nadere motivering parketnummer 10/156521-24, onder feit 2 en parketnummer 09/109162-24 Het in de zaak met parketnummer 10/156521-24 onder feit 2 en het in de zaak met parketnummer 09/109162-24 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.4. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, omdat de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/156521-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 09/109162-24 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: Parketnummer 10/156521-24 1 hij op of omstreeks 6 mei 2024 te Vlaardingen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een mobiele telefoon (Apple Iphone 13 Pro Max) en/of Airpods en/of een sjaal (Louis Vuitton, kleur zwart/wit), in elk geval enig(
- e)goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (telkens) (met kracht) - te duwen en/of de sjaal af te trekken en/of - vast te pakken bij de jas en/of (vervolgens) tegen een muur te duwen en/of - te slaan en/of te stompen in het gezicht en/of in de nek, althans op het lichaam en/of - (terwijl zij op de grond lag) te schoppen tegen het hoofd, in de zijde en/of tegen de benen, althans tegen het lichaam; 2 hij op of omstreeks 9 juni 2024 te Rotterdam, een of meerdere flessen drank, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [naam winkel 1] gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam, in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; Parketnummer 09/109162-24 hij op of omstreeks 29 maart 2024 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere kledingstukken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam winkel 2] (filiaal [locatie] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken. 5Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op: Parketnummer 10/156521-24 1. diefstal 2. diefstal Parketnummer 09/109162-24 diefstal door twee of meer verenigde personen Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7Motivering straf 7.1. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.2. Feiten waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft zich op vijftienjarige leeftijd in een periode van bijna drie maanden schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Allereerst heeft de verdachte zich op 29 maart 2024 bij de [naam winkel 2] in Den Haag samen met anderen schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal, waarbij de verdachte meerdere kledingstukken heeft weggenomen. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit en bezorgt winkelbedrijven hinder, overlast en schade. Daarnaast heeft de verdachte zich op 6 mei 2024 samen met anderen schuldig gemaakt aan een diefstal, door de telefoon en Airpods van het slachtoffer weg te nemen. Het slachtoffer stapte samen met de verdachte en de medeverdachten in een lift. In de lift ontstond ruzie, waarna het slachtoffer door de groep uit de lift werd geduwd. Buiten de lift werd het slachtoffer, terwijl zij op de grond lag, door de groep waar de verdachte bij hoorde geslagen en geschopt. Toen het slachtoffer op de grond lag zag de verdachte kans om de telefoon en Airpods van het slachtoffer weg te nemen. Dit soort feiten zorgen voor gevoelens van onveiligheid in de samenleving en kunnen langdurig nadelige psychische gevolgen voor slachtoffers opleveren. Dat blijkt ook uit de verklaring van het slachtoffer ter zitting. Tevens heeft de verdachte op 9 juni 2024 twee flessen drank weggenomen uit een [naam supermarkt] supermarkt. Dit werd opgemerkt op camerabeelden. Een beveiliger probeerde de verdachte tegen te houden, waarna de verdachte wegrende en ten val kwam. De flessen drank zijn door de val kapotgegaan. Dit is een vervelend en overlastgevend feit voor winkeliers, waardoor zij schade lijden. 7.3. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.3.1. Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 juni 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor twee straatroven. 7.3.2. Rapportage en verklaring van de deskundige op de terechtzitting De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 20 juni 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in. Uit het onderzoek komen nog steeds veel risicofactoren voor recidive op verschillende domeinen naar voren, waar echter ook beschermende factoren tegenover staan. De verdachte verblijft sinds oktober 2024 weer bij Zorg Hoop en Liefde waar het goed met hem gaat en hij zich redelijk goed aan de regels houdt. De risicofactoren zijn gelegen in het blowgedrag van de verdachte en de wijze waarop de verdachte met geld omgaat. Zijn impulsiviteit en beïnvloedbaarheid lijken ook nog een rol te spelen in zijn gedrag en functioneren, net als de zorgen rondom zijn eigen veiligheid en de sociale contacten die hij heeft. De verdachte beschikt nog steeds over onvoldoende vaardigheden om probleemsituaties adequaat in te schatten en op te lossen. De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de jeugdreclassering, meewerken aan een nader psychologisch onderzoek en de eventuele behandeling die daaruit volgt, intensieve begeleiding vanuit Fivoor of een soortgelijke instelling, een zinvolle dagbesteding in de vorm van sport en/of bijbaan en dat hij zal verblijven bij Zorg Hoop Liefde en zich zal houden aan de regels en afspraken van deze instelling. Daarnaast adviseert de Raad de voorwaardelijk opgelegde straf niet ten uitvoer te leggen. Ter zitting is door de jeugdreclasseerder, [persoon A], onder meer naar voren gebracht dat het goed gaat met de verdachte. De verdachte heeft een dagbesteding, werk en staat open voor behandeling bij De Waag of Fivoor. In vergelijking met vorig jaar is er sprake van een positieve ontwikkeling. De verdachte laat vooruitgang zien. De jeugdreclasseerder adviseert om de verdachte een voorwaardelijke straf op te leggen, met de voorwaarden zoals opgenomen in de briefrapportage van 20 juni 2025. In tegenstelling tot het advies van de Raad acht de jeugdreclasseerder nader psychologisch onderzoek niet nodig, maar kan zij er wel achter staan als het meewerken aan dit onderzoek als bijzondere voorwaarde wordt opgelegd. Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde staf adviseert de jeugdreclasseerder om de opgelegde jeugddetentie om te zetten in een werkstraf. Detentie wordt op dit moment niet passend geacht gezien de positieve ontwikkeling van de verdachte. De rechtbank zal met de inhoud van de genoemde rapportages en de hierop gegeven toelichting op zitting in strafverminderende zin rekening houden bij het bepalen van de straf. 7.4. Conclusies van de rechtbank Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Gezien de ernst van de feiten en de eerdere veroordeling van de verdachte voor soortgelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal anders dan de officier van justitie heeft geëist, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen bijkomende werkstraf opleggen, nu de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie wordt omgezet in een werkstraf. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. De rechtbank zal aan de verdachte opleggen een jeugddetentie voor de duur van 90 dagen, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorlopige hechtenis, en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 10 dagen met een proeftijd van twee jaar onder de hierna te noemen bijzondere voorwaarden. 8Vordering tenuitvoerlegging 8.1. Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd Bij vonnis van 4 april 2024 van de kinderrechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van twee keer diefstal met geweld (en bedreiging met geweld) in vereniging veroordeeld voor zover van belang tot een jeugddetentie voor de duur van één maand, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 19 april 2024. 8.2. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen en heeft de rechtbank verzocht de proeftijd te verlengen met een jaar. 8.3. Standpunt verdediging De verdediging heeft de rechtbank verzocht de proeftijd met een jaar te verlengen. 8.4. Beoordeling De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd. Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van het voorwaardelijk gedeelte van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straf. In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte worden redenen gezien die last niet te geven, maar in plaats daarvan een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uren te gelasten. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op de artikelen 47, 63, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht. 10Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 11Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/217247-24 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart bewezen dat de verdachte de in de zaak met parketnummer 10/156521-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten en het onder parketnummer 09/109162-24 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 90 (negentig) dagen; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 10 (tien) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren; tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden; stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: - zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam (hierna: de jeugdreclassering) te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht; - gedurende de proeftijd zal meewerken aan begeleiding vanuit Fivoor of een soortgelijke instelling, zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht; - gedurende de proeftijd zal meewerken aan het verkrijgen en behouden van een zinvolle dagbesteding, in de vorm van sport en/of een bijbaan; - gedurende de proeftijd zal verblijven bij Zorg Hoop en Liefde, en zich zal houden aan de regels en afspraken van deze instelling; verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden - de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht; geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst; legt - in plaats van de gevorderde last tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 4 april 2024 van de kinderrechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 1 (één) maand - aan de veroordeelde een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, op voor de duur van 60 (zestig) uren, met bevel dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen. Dit vonnis is gewezen door: mr. C.N. Melkert, voorzitter, tevens kinderrechter, en mrs. K.T.F. Chocolaad-de Bos en R. van den Wildenberg, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 juni 2025. De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat Parketnummer 10/156521-24 1 hij op of omstreeks 6 mei 2024 te Vlaardingen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een mobiele telefoon (Apple Iphone 13 Pro Max) en/of Airpods en/of een sjaal (Louis Vuitton, kleur zwart/wit), in elk geval enig(
- e)goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (telkens) (met kracht) - te duwen en/of de sjaal af te trekken en/of - vast te pakken bij de jas en/of (vervolgens) tegen een muur te duwen en/of - te slaan en/of te stompen in het gezicht en/of in de nek, althans op het lichaam en/of - ( terwijl zij op de grond lag) te schoppen tegen het hoofd, in de zijde en/of tegen de benen, althans tegen het lichaam; 2 hij op of omstreeks 9 juni 2024 te Rotterdam, een of meerdere flessen drank, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [naam winkel 1] , gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam, in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen Parketnummer 10/217247-24 hij op of omstreeks 8 maart 2024 te Rotterdam openlijk, te weten, op of rondom de Hoekerssingel te Rotterdam, in elk geval op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen - [slachtoffer 2] , door deze een, dan wel meerdere malen met de vuist, in ieder geval de hand, tegen het hoofd en/of gezicht, in ieder geval het lichaam, te slaan en/of stompen, en/of - [slachtoffer 2] , door deze een dan wel meerdere malen de duwen en/of met de vuist, in ieder geval de hand, in het gezicht en/of tegen het hoofd te slaan Parketnummer 09/109162-24 hij op of omstreeks 29 maart 2024 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere kledingstukken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam winkel 2] (filiaal [locatie] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen