← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:11507

RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/694984 / JE RK 25-388 Datum uitspraak: 20 maart 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. De kinderrechter merkt als informant aan: [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . 1Het verloop van de procedure 1.

  1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 21 januari 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum. 1.
  2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart
  3. Daarbij was aanwezig: - een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] . 1.
  4. De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. 1.
  5. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.
  6. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.
  7. [voornaam minderjarige] verblijft op een open groep van Prokino. 2.
  8. Bij beschikking van 6 maart 2024 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 22 maart
  9. Ook is bij die beschikking de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 22 maart
  10. 3De verzoeken 3.
  11. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
  12. De GI handhaaft ter zitting de verzoeken en licht deze als volgt toe. [voornaam minderjarige] is een krachtige meid. Zij heeft dagbesteding opgepakt, wil weer naar school en voelt zich op haar plek op de woongroep. [voornaam minderjarige] wil vanuit de woongroep doorgaan naar kamertraining. De moeder is er niet in geslaagd om de mondverzorging voor [voornaam minderjarige] te regelen. De rol van de moeder moet verder onderzocht worden. 4De beoordeling 4.
  13. Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria voor een ondertoezichtstelling. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende. 4.
  14. [voornaam minderjarige] verblijft sinds 2022 niet meer thuis. Sinds haar vertrek heeft [voornaam minderjarige] meer rust, waardoor zij beter aan haar ontwikkeling toekomt. [voornaam minderjarige] heeft weer dagbesteding en wil binnenkort starten met een opleiding. De moeder toont geen betrokkenheid bij [voornaam minderjarige] . Praktische zaken, zoals mondverzorging, worden niet geregeld en uiteindelijk (noodgedwongen) door de GI opgepakt. In het gesprek met de kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] verteld dat zij op haar huidige groep wil blijven en dat zij, zodra zij oud genoeg is, wil doorstromen naar een kamertrainingscentrum. Ondanks de overweging in de beschikking van 22 maart 2023 -dat het in het belang van [voornaam minderjarige] is dat het perspectief binnen zes maanden duidelijk wordt- is hierover nog geen duidelijkheid. In het belang van [voornaam minderjarige] zal het perspectief in de komende periode moeten worden bepaald. [voornaam minderjarige] ondervindt immers last van de onduidelijkheid hierover. 4.
  15. Gelet op voorgaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar, evenals de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van een jaar. 4.
  16. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5De beslissing De kinderrechter: 5.
  17. verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 22 maart 2026; 5.
  18. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 22 maart 2026; 5.
  19. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025 door mr. A.J. van Dijk, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 4 april
  20. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag. Genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 1:265c, tweede lid, BW. Artikel 1:260, eerste lid, BW.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.