RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/696575 / JE RK 25-602 Datum uitspraak: 9 april 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. 1Het verloop van de procedure 1.
- Het procesverloop blijkt uit: - het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 24 maart 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum. 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 april
- Daarbij was aanwezig: - een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] . 1.
- De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. 2De feiten 2.
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.
- [voornaam minderjarige] woont bij de moeder. 2.
- Bij beschikking van 14 mei 2024 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 14 mei 2024 tot 14 mei
- 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
- De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Er is de afgelopen weken herhaaldelijk geprobeerd contact te leggen met de moeder, maar zonder succes, waarna er drie keer onverwachts bij haar langs is gegaan. Hieruit is gebleken dat het niet goed gaat met de moeder en dat [voornaam minderjarige] al weken niet naar school gaat. De moeder heeft alle benodigde handvatten ontvangen en lijkt te begrijpen wat er nodig is, maar de situatie is desondanks verslechterd. Het verzoek was ook bedoeld voor opvoedondersteuning vanuit het Wijkteam, maar momenteel liggen er andere prioriteiten. In het verleden was er te veel hulpverlening, wat heeft bijgedragen aan het misgaan van de situatie. Daarom is bewust gekozen voor een geleidelijke aanpak, waarbij de moeder de regie zelf in handen houdt, maar tegelijkertijd de benodigde ondersteuning krijgt. Het is niet de bedoeling dat [voornaam minderjarige] bij haar moeder wordt weggehaald, maar het is noodzakelijk dat de moeder gaat samenwerken. Intussen wordt het begeleide bezoek met de vader voortgezet en zal er na de evaluatie bekeken worden of en hoe uitbreiding plaats kan vinden. 4De beoordeling 4.
- Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria van een ondertoezichtstelling. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende. 4.
- [voornaam minderjarige] wordt nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. De zorgen zijn vooral gericht op de psychische problematiek van de moeder en de hechting tussen [voornaam minderjarige] en de moeder. Waar eerder sprake was van positieve vooruitgang in de psychische gesteldheid van de moeder, is de moeder in de afgelopen maand teruggevallen. De moeder heeft haar behandeling bij PsyQ hervat, maar vanwege deze behandeling kan het geadviseerde NIKA-traject niet worden gestart. [voornaam minderjarige] wordt door de moeder van school gehouden, wat zeer schadelijk is voor haar ontwikkeling. Bovendien lukt het de GI niet om in contact te komen met de moeder. Gelet op het voorgaande is het noodzakelijk de situatie te blijven monitoren en blijft de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk. De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar. 4.
- De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5De beslissing De kinderrechter: 5.
- verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 14 mei 2026; 5.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2025 door mr. M.C. Woudstra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 14 april
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag. Genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 1:260, eerste lid, BW.