RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/698840 / JE RK 25-878 Datum uitspraak: 19 mei 2025 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Zuidwest Nederland, gevestigd in Middelburg, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] . De kinderrechter merkt als informant aan: de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west regio Zeeland, gevestigd in Middelburg, hierna te noemen: de GI. 1Het verloop van de procedure 1.
- Het procesverloop blijkt uit: het verzoekschrift van de Raad van 28 maart 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 1 mei 2025; het rapport van de Raad van 27 maart 2025; de brief met bijlagen van de moeder van 12 mei 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 15 mei 2025; de doorverwijzingsbeschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 april
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 mei
- Daarbij waren aanwezig: - de vader; - een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ; - een vertegenwoordiger van de GI, [naam 2] (telefonisch). 1.
- De moeder is niet verschenen. De moeder heeft in haar brief van 12 mei 2025 aangegeven niet in de gelegenheid te zijn de zitting bij te wonen en heeft haar standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. Aangezien de vader (en de Raad) ter zitting niet bekend zijn met de inhoud van deze brief heeft de kinderrechter de bezwaren van de moeder kort samengevat als hieronder als het standpunt van de moeder aangegeven en de brief voor het overige niet in haar overwegingen betrokken. 2De feiten 2.
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
- [minderjarige] woont bij de moeder. 3Het verzoek 3.
- De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
- De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Er zijn grote zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] . Hij zit klem tussen zijn ouders en heeft het gevoel dat hij moet kiezen. De ouders richten zich veel op hun onderlinge strijd, wat angst en onrust bij [minderjarige] veroorzaakt. De ouders moeten begrijpen hoe hun gedrag de ontwikkeling van [minderjarige] beïnvloedt. Hulpverlening is noodzakelijk, zowel voor [minderjarige] als voor zijn ouders. 4Het standpunt van de GI 4.
- De GI brengt naar voren dat zij onder een andere regio valt dan de woonplaats van [minderjarige] . Dit maakt het moeilijker om hulpverlening in te zetten. Daarnaast belemmert de reisafstand de ondertoezichtstelling. Wordt de ondertoezichtstelling uitgesproken, dan valt deze onder het instroomteam vanwege de wachtlijst voor een vaste jeugdbeschermer. Er zal een kennismakingsgesprek met beide ouders plaatsvinden en een veiligheidsplan worden opgesteld. De betrokkenheid van de GI blijft verder minimaal. Vanuit het instroomteam wordt geen hulpverlening ingezet; de focus ligt alleen op actieve veiligheid. Pas wanneer er een vaste jeugdbeschermer is, wordt er gekeken naar hulpverlening. 5Het standpunt van de vader 5.
- Door en namens de vader wordt ingestemd met het verzoek. De vader voert aan dat zij als ouders in staat moeten zijn om in het belang van [minderjarige] te communiceren, maar dit blijkt niet mogelijk. De vader heeft procedures aanhangig gemaakt bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant over hoofdverblijf en gezag en omgang, daarbij is de huidige (voorlopige) omgangsregeling bepaald. Er moet een derde onafhankelijke partij worden betrokken. De vader is bereid deel te nemen aan mediation naast rechtspraak, maar heeft geen vertrouwen in de medewerking van de moeder. 6Het standpunt van de moeder 6.
- De moeder voert verweer tegen het verzoek. Een ondertoezichtstelling is een te zwaar middel. [minderjarige] ontvangt al hulpverlening van bureau Jip en het is belastend voor hem om met nog meer mensen over de situatie tussen zijn ouders te spreken. De kern van het probleem is dat er niet met de vader te praten valt. 7De beoordeling 7.
- De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 7.
- De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd doordat hij belast wordt door de problemen tussen zijn ouders. De ouders zijn onvoldoende in staat om op een constructieve wijze met elkaar te communiceren en afspraken te maken in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . De vader heeft zijn omgang met [minderjarige] voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant moeten bevechten. [minderjarige] zit klem tussen zijn ouders en bevindt zich in een loyaliteitsconflict. De hulp die hij kennelijk ontvangt van bureau Jip kan hem daartegen onvoldoende beschermen. Het verzoek van de Raad komt daarom voor toewijzing in aanmerking. 7.
- Een ondertoezichtstelling is een (te) zwaar middel als de bedreiging van een kind alleen gelegen is in de relatie tussen de ouders. Ouders kunnen ook zonder ondertoezichtstelling gebruikmaken van programma’s als Ouderschap Blijft of Parallel Solo Ouderschap, dat is deze ouders tot nu toe echter niet gelukt. Aangezien er ook procedures tussen ouders aanhangig zijn bij de familierechter in Zeeland-West-Brabant is ter zitting de mogelijkheid van mediation naast rechtspraak besproken. De vader heeft zich bereid verklaard om mee te werken aan mediation. Zowel de Raad als de vader vrezen dat de moeder niet zal willen meewerken. De kinderrechter overweegt daarom uitdrukkelijk dat indien de moeder wenst dat de tenuitvoerlegging van de ondertoezichtstelling wordt opgeschort, zij zich binnen twee weken na ontvangst van deze beschikking kan melden bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant om zich aan te melden voor mediation. De gegevens van dit mediation bureau zijn:[postadres][e-mailadres]telefoonnummer [telefoonnummer] . Namens de kinderrechter zullen de contactgegevens van de vader worden doorgegeven aan dit mediation bureau, zodat de mediation kan worden opgestart als de moeder zich meldt. 7.
- De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar. De rechtbank gaat ervan uit dat de GI, in afwachting van het eventuele slagen van de mediation, geen activiteiten zal ondernemen die [minderjarige] kunnen belasten. 7.
- De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 8De beslissing De kinderrechter: 8.
- stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West regio Zeeland met ingang van 19 mei 2025 tot 19 mei 2026; 8.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2025 door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 26 mei
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.