beslissing RECHTBANK ROTTERDAM Wrakingskamer zaaknummer: C/10/706469 / HA RK 25-889 Beslissing van 29 september 2025 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoekster] gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna te noemen: verzoekster, gemachtigde: A.I.G. Juristen, strekkende tot de wraking van mr. E.A. Vroom, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. 1De procedure 1.
- Het verzoek van verzoekster strekt tot wraking van de rechter in de civiele zaak met nummer 10840955 CV EXPL 23-
- Die zaak betreft een geschil tussen verzoekster en [naam] . Het dossier van deze zaak is ter beschikking gesteld van de wrakingskamer. In deze civiele zaak heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden op 21 mei
- Vervolgens is er op 16 augustus 2024 een tussenvonnis gewezen, waarbij verzoekster is toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat de tussen partijen gesloten huurovereenkomst geldt voor de duur van 10 jaar. Op 12 juni 2025 heeft de enquête plaatsgevonden waarbij aan de kant van verzoekster drie getuigen zijn gehoord. Vervolgens hebben partijen op de rol van 16 juli 2025 na enquête geconcludeerd, waarbij verzoekster een voorwaardelijk verzoek heeft gedaan tot heroverweging ten aanzien van de verdeling van de bewijslast. [naam] . heeft daartegen bezwaar gemaakt. Vervolgens is vonnis bepaald op 12 september
- 1.
- Het verloop van de procedure blijkt verder uit: het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoekster van 11 september 2025; het e-mailbericht van 16 september 2025 van de algemeen secretaris van de wrakingskamer; de reactie van verzoekster van 22 september
- 2De ontvankelijkheid van het verzoek 2.
- Aan de orde is de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan, namelijk zodra de feiten en omstandigheden waarop het wrakingsverzoek is gegrond aan verzoekster bekend waren geworden, zoals artikel 37 lid I van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) vereist. 2.
- De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet het geval is. Verzoekster baseert haar wrakingsverzoek op uitlatingen, gedragingen en beslissingen van de rechter op de zitting van 21 mei
- Verzoekster was, bijgestaan door haar (toenmalige) gemachtigde, daarbij aanwezig. Het is vaste jurisprudentie dat de zinsnede "zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn" in artikel 37 lid I Rv betekent dat een wrakingsverzoek moet worden gedaan onmiddellijk nadat de feitelijke grond tot wraking bekend is geworden, waarbij een korte tijd voor beraad acceptabel is. In dit geval is die termijn ruimschoots overschreden. De gewraakte gedragingen van de rechter hebben zich, indien zij al zouden komen vast te staan, immers voorgedaan ter zitting van 21 mei 2024, terwijl het verzoek tot wraking pas is ingediend op 11 september
- 2.
- Verzoekster heeft desgevraagd toegelicht dat zij het verzoek niet eerder heeft ingediend, omdat haar toenmalige gemachtigde zich inmiddels heeft onttrokken en haar huidige gemachtigde pas op 8 september 2025 de zaak heeft overgenomen. Naar het oordeel van de wrakingskamer doet een gemachtigdenwissel niet af aan het vereiste van tijdigheid van een wrakingsverzoek. Verzoekster was immers zelf op de zitting van 21 mei 2024 aanwezig en van haar mocht worden verwacht dat zij het verzoek tot wraking uiterlijk binnen enkele dagen na deze zitting zou doen. Indiening van het verzoek op 11 september 2025 is geen indiening meer "zodra de feiten of omstandigheden bekend zijn geworden". Het verzoek is dus evident te laat gedaan. 2.
- Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk is in het wrakingsverzoek. Dat betekent dat er geen aanleiding bestaat om een mondelinge behandeling te gelasten, maar dat het verzoek schriftelijk wordt afgedaan. 3De beslissing De rechtbank: 3.
- verklaart verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van mr. E.A. Vroom. Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. F. Aukema-Hartog en mr. A.M.H. Geerars, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 september
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.