← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:11906

RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/698412 / JE RK 25-822 Datum uitspraak: 23 mei 2025 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht, gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , wonende in [plaats 1] , hierna te noemen: de moeder, [de vader] , wonende in [plaats 2] , hierna te noemen: de vader. De kinderrechter merkt als informant aan: de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. Het verzoekschrift van de Raad (met bijlagen) van 23 april 2025 is binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum. 1.
  2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 mei
  3. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [vertegenwoordiger 1] ; - twee vertegenwoordigers van de GI, te weten [vertegenwoordiger 2] en [vertegenwoordiger 3] . 1.
  4. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen. 2De feiten 2.
  5. De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
  6. De moeder en de vader zijn uit elkaar. [minderjarige] woont bij de moeder. 3Het verzoek van de Raad 3.
  7. De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
  8. De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit – samengevat – als volgt toe. [minderjarige] groeit op met ouders die verwikkeld zijn geraakt in een strijd. [minderjarige] wordt hierdoor belast met volwassenproblematiek en spanningen tussen de ouders. Zij maakt zich zorgen over haar moeder en heeft medelijden met haar vader. Ook zijn er zorgen over de seksuele ontwikkeling van [minderjarige] . Er is hulpverlening ingezet in het vrijwillig kader, maar die hulpverlening is gestagneerd. Een ondertoezichtstelling is daarom noodzakelijk. 4Het standpunt van de GI 4.
  9. De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. Het is van belang dat individuele hulpverlening voor [minderjarige] wordt hervat en dat ook de ouders hulp krijgen, zowel individueel als gezamenlijk. [minderjarige] kan alleen profiteren van de hulpverlening als haar omgeving verandert. 5Het standpunt van de moeder 5.
  10. De moeder verzet zich niet tegen een ondertoezichtstelling. Zij herkent de zorgen die de Raad beschrijft in het rapport. Dit speelt al jaren. De moeder heeft overal geprobeerd om aan de bel te trekken. Het lukt de ouders niet om op een goede manier met elkaar te communiceren. In 2021 zijn zij gestart met het traject Ouderschap Na Scheiding. Dit werd echter te gevaarlijk bevonden. Daarom werd ingezet op Parallel Solo Ouderschap, maar dit is niet van de grond gekomen omdat de vader niet reageerde. Voor [minderjarige] is een psycholoog ingeschakeld. Hier heeft zij inmiddels een vertrouwensband mee opgebouwd. Zij gaat nu echter niet meer naar deze psycholoog, omdat de vader hier niet meer mee instemt. De moeder heeft [minderjarige] lang verplicht om naar de vader te gaan, maar dit heeft averechts gewerkt. De vader heeft [minderjarige] het afgelopen half jaar meer ruimte gegeven, omdat hij inziet dat het niet werkt als [minderjarige] niet wil. 6De beoordeling 6.
  11. De kinderrechter is van oordeel dat voldaan is aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling (genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek) en stelt [minderjarige] daarom onder toezicht van de GI voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hierna uit waarom. 6.
  12. De ontwikkeling van de nu 9-jarige [minderjarige] wordt ernstig bedreigd doordat zij wordt belast door aanhoudende problemen en spanningen tussen haar ouders. Zij zit klem tussen de ouders. De ouders slagen er niet in om, in het belang van [minderjarige] , op een constructieve wijze met elkaar te communiceren en afspraken te maken. Daarnaast is [minderjarige] in het verleden getuige geweest van huiselijk geweld tussen de ouders. [minderjarige] laat al enige tijd zorgelijk gedrag zien. Zij is heel alert en zelfbepalend en heeft een grote controlebehoefte en problemen op het gebied van het reguleren van haar emoties. Ook zijn er zorgen om haar seksuele ontwikkeling. Deze zorgen komen onder andere voort uit naaktfilmpjes die [minderjarige] in het verleden van zichzelf heeft gemaakt. 6.
  13. De ontwikkelingsbedreiging kan niet, of onvoldoende, worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De hulpverlening die eerder in het vrijwillig kader is ingezet, is gestagneerd. De ouders kunnen het niet eens worden over welke hulpverlening passend is voor [minderjarige] . Hierdoor krijgt [minderjarige] niet de hulp die zij hard nodig heeft. Het is daarom van belang dat de ouders hun verantwoordelijkheid nemen en in het komende jaar, samen met de GI, gaan werken aan verbetering van de situatie. Er zal niet alleen passende hulpverlening voor [minderjarige] moeten worden ingezet, maar ook voor de ouders, bijvoorbeeld in de vorm van Parallel Solo Ouderschap. 6.
  14. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 7De beslissing De kinderrechter: 7.
  15. stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 23 mei 2025 tot 23 mei 2026; 7.
  16. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2025 door mr. drs. H. Biemond, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 11 juni
  17. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.