← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:11907

RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/701071 / FA RK 25-4392 Datum uitspraak: 16 juni 2025 Beschikking van de kinderrechter over de voorlopige voogdij in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht, gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] , [naam grootmoeder mz] en [naam grootvader mz] , hierna te noemen: de grootouders (mz), [naam grootmoeder vz] , hierna te noemen: de grootmoeder (vz), de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI. 1Het verloop van de procedure 1.1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift van de Raad met bijlage van 10 juni 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juni 2025. Daarbij waren aanwezig: de moeder; de vader; de grootouders (mz); de grootmoeder (vz); - een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [naam 1] ; - een vertegenwoordiger van de GI, [naam 2] . 1.3. Aangezien de grootouders (

  1. mz)de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Portugese taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam 3] , tolk in de Portugese taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers. 2De feiten 2.1. De moeder is zwanger van [minderjarige] en is uitgerekend op [datum] . 3Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt de GI te belasten met de voorlopige voogdij over [minderjarige] en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De moeder is nog jong, slechts veertien jaar oud. Ook de vader is nog jong en beide ouders wonen nog thuis en zitten op school. Er komt een baby en het is belangrijk dat dit zo goed mogelijk verloopt. De aanstaande ouders dragen straks een grote verantwoordelijkheid. Om dit allemaal goed te laten verlopen, moet er praktische zaken worden geregeld mede omdat de moeder geen formele status in Nederland heeft. Denk aan een zorgverzekering voor de moeder. Hiervoor is hulp nodig vanuit de GI, zodat de ouders straks ook kunnen genieten van het moois dat de baby zal brengen. 4Het standpunt van de GI 4.1. De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. Een voorlopige voogdij is nodig om praktische zaken te regelen, zoals het afsluiten van een zorgverzekering en andere voorzieningen. Daarnaast moet onderzocht worden waar het gezag komt te liggen wanneer de kinderbeschermingsmaatregel eindigt. 5Het standpunt van de moeder 5.1. De moeder stemt in met het verzoek van de Raad en geeft aan dat zij goed met haar moeder over de zwangerschap kan praten. 6Het standpunt van de vader 6.1. De vader stemt in met het verzoek van de Raad en geeft aan dat hij stress ervaart vanwege de situatie. 7Het standpunt van de grootouders (
  2. mz)7.1. De grootouders (
  3. mz)stemmen in met het verzoek van de Raad. Het is fijn als er ondersteuning komt en de documentatie ten behoeve van [minderjarige] geregeld wordt. 8Het standpunt van de grootmoeder (
  4. vz)8.1. De grootmoeder (
  5. vz)stemt in met het verzoek van de Raad en geeft aan dat het erg zwaar is, aangezien de ouders nog erg jong zijn. 9De beoordeling 9.1. De Raad kan de kinderrechter verzoeken om in de gezagsuitoefening over een minderjarige te voorzien, indien blijkt dat een minderjarige niet onder het wettelijk vereiste gezag staat, of dat dit gezag niet over hem wordt uitgeoefend. 9.2. De kinderrechter kan een gecertificeerde instelling belasten met de voorlopige voogdij over een minderjarige indien het dringend en onverwijld noodzakelijk is om in de gezagsuitoefening over de minderjarige te voorzien teneinde de belangen van de minderjarige te kunnen behartigen. 9.3. De kinderrechter is van oordeel dat aan bovenstaande wordt voldaan. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende. 9.4. Op [datum] zal de moeder gaan bevallen van een baby. De aanstaande ouders hebben dan de leeftijd van achttien jaar nog niet bereikt. Om die reden verkrijgen zij bij de geboorte geen gezag over hun kind, aangezien minderjarigen onbevoegd zijn tot het uitoefenen van gezag. Vanaf de geboorte van het nu nog ongeboren kind, zal sprake zijn van een gezagsvacuüm. Het is dan ook noodzakelijk dat vanaf dat moment de belangen van [minderjarige] worden behartigd en praktische zaken kunnen worden geregeld, mede omdat de moeder geen formele status in Nederland heeft. Naar de mogelijkheid om de voogdij bij het netwerk te beleggen is nog onvoldoende onderzoek gedaan. Daarom zal de kinderrechter de GI belasten met de voorlopige voogdij over het nu nog ongeboren kind, vanaf het tijdstip van de geboorte, aangezien pas dan sprake kan zijn van uitoefening van het gezag. 9.5. De komende periode zal de Raad onderzoek gaan doen bij wie de voogdij belegd kan worden voor de lange termijn. 10De beslissing De kinderrechter: 10.1. belast de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering met de voorlopige voogdij over [minderjarige] met ingang van het tijdstip van de geboorte van het voornoemde ongeboren kind voor de duur van maximaal drie maanden; 10.2. stelt vast dat de voorlopige voogdij van rechtswege vervalt na verloop van vermelde termijn, tenzij voor het einde van die termijn aan de rechtbank een voorziening in het gezag over [minderjarige] is verzocht. De voorlopige voogdij loopt dan door totdat op dat verzoek is beslist; 10.3. bepaalt dat met ingang van het tijdstip van de geboorte van [minderjarige] aan de GI alle bevoegdheden ten aanzien van de persoon en het vermogen van het voornoemde ongeboren kind die in het belang van dit kind noodzakelijk zijn, worden toegekend; 10.4. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 10.5. verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2025 door mr. S. Jordaan, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 3 juli 2025. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:241, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) Artikel 1:241, tweede lid, van het BW Artikel 1:246, eerste lid, van het BW

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.