← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:12051

RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/700673 / JE RK 25-1103 Datum uitspraak: 3 juli 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] en [naam vader], hierna te noemen: de ouders, wonend in [woonplaats] , advocaat: mr. M.S. Krol, kantoorhoudende te Rotterdam. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 2 juni 2025, ontvangen op diezelfde datum; het gezinsplan van de GI van 1 juli 2025, ontvangen op diezelfde datum. 1.
  2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli
  3. Daarbij waren aanwezig: - de ouders met hun advocaat; - een vertegenwoordiger van de GI, [naam 1] . 1.
  4. De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [naam 2] , de kantoorgenoot van mr. M.S. Krol. 1.
  5. De kinderrechter heeft voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met [minderjarige] . Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.
  6. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
  7. [minderjarige] verblijft op een open groep van Pameijer. 2.
  8. Bij beschikking van 14 oktober 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 14 oktober
  9. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, gevolgd door een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, verleend tot 14 april
  10. Het overig verzochte is aangehouden. 2.
  11. Bij beschikking van 9 april 2025 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 14 juli
  12. 3Het verzoek De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. 4De standpunten 4.
  13. De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht dat als volgt toe. De GI is voornemens om de aankomende periode toe te werken naar een terugplaatsing van [minderjarige] bij de ouders op 14 oktober
  14. Of dit gaat lukken, hangt af van de nog te ontvangen onderzoeksuitslagen van het persoonlijkheidsonderzoek van [minderjarige] en de uitkomst van de gezinsopname bij Gezin Totaal, die op 14 juli 2025 zal plaatsvinden. Wanneer hierover meer bekend is, kunnen duidelijke afspraken worden gemaakt. Voordat [minderjarige] kan worden teruggeplaatst, is van belang dat voor haar traumabehandeling wordt gestart. Wanneer deze behandeling nog niet volledig is afgerond, kan zij die waarschijnlijk bij de ouders thuis afronden. Totdat een terugplaatsing van [minderjarige] bij de ouders mogelijk is, dient het verblijf van [minderjarige] bij Pameijer te worden gecontinueerd. Een tussentijdse overplaatsing kan voor [minderjarige] namelijk schadelijk zijn. 4.
  15. Door en namens de ouders wordt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren gebracht. De aankomende periode moet worden toegewerkt naar een terugplaatsing van [minderjarige] bij de ouders, die uiterlijk op 14 oktober 2025 een feit moet zijn. Voor [minderjarige] is hiervoor nodig dat de traumabehandeling start en dat vervolgens goede respijtzorg beschikbaar is, dat zij naschoolse dagbesteding krijgt en twee keer per maand naar een logeerweekend kan. Voor de ouders is nodig dat zij goede begeleiding krijgen. Totdat [minderjarige] bij de ouders kan worden teruggeplaatst is van belang dat het verblijf van [minderjarige] bij Pameijer wordt gecontinueerd. [minderjarige] voelt zich door hele nare en oneerlijke gebeurtenissen in het verleden, specifiek in haar voormalige pleeggezin, niet zo makkelijk ergens thuis. Haar gevoel van veiligheid is in grote mate aangetast. Een tussentijdse verandering in haar verblijf zal daarom alleen maar schadelijk voor haar zijn. 5De beoordeling 5.
  16. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de ouders veel van [minderjarige] houden. Zij hebben de nodige positieve stappen gezet en willen de aankomende periode werken aan een terugplaatsing van [minderjarige] , het liefst op 14 oktober
  17. Voordat een dergelijke terugplaatsing mogelijk is, dienen de onderzoeksuitslagen van het persoonlijkheidsonderzoek bekend te zijn en dient een gezinsopname bij Gezin Totaal plaats te vinden. Vervolgens kan met de ouders en de GI worden bekeken op welke manier een terugplaatsing van [minderjarige] op 14 oktober 2025 mogelijk is, zodat hierover duidelijke afspraken kunnen worden gemaakt. In de tussentijd is het van belang dat [minderjarige] zich aan de regels houdt en dat zij geen zorgelijk gedrag meer vertoont, zoals weglopen, het innemen van te veel medicatie of automutileren. Dit geschetste plan is op basis van de huidige situatie. Het spreekt voor zich dat onverwachte situaties de planning kunnen veranderen. Daarom is van belang dat iedereen zich aan de afspraken houdt. 5.
  18. De kinderrechter constateert dat [minderjarige] in het verleden veel heeft meegemaakt. In het geluidsfragment dat tijdens de zitting op verzoek van de advocaat van de ouders en met instemming van de kinderrechter is afgespeeld, is te horen dat de voormalige pleegmoeder van [minderjarige] zich tegen [minderjarige] op zeer negatieve wijze uitlaat over de ouders en voortdurend twijfelt aan de oprechtheid van [minderjarige] . Dit gaat gepaard met een enorme heftigheid en diep kwetsende uitlatingen. Het betrof hier een tirade die alle perken te buiten ging en alle grenzen van fatsoen overschreed. De wijze waarop [minderjarige] zich op dat moment machteloos en nauwelijks hoorbaar verweert, is hartverscheurend. De kinderrechter begrijpt dat [minderjarige] hier nog steeds veel last van heeft en dat zij zich daarom niet snel ergens thuis voelt. Dit is niet hoe de opvang van een kwetsbaar kind mag gaan. Het is nu van belang dat voor [minderjarige] hulpverlening wordt ingezet, gericht op het verwerken van haar trauma’s. Daarbij is van belang dat [minderjarige] , totdat zij bij de ouders kan worden teruggeplaatst, bij Pameijer kan blijven. Een tussentijdse overplaatsing kan voor haar namelijk schadelijk zijn. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat [minderjarige] de komende tijd omringd zal worden door mensen die haar vanzelfsprekend grenzen stellen, maar daarnaast ook lief voor haar zijn. Dat heeft zij nodig, zeker na wat er is gebeurd. 5.
  19. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] daarom verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 14 oktober
  20. 5.
  21. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  22. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 14 oktober 2025; 6.
  23. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025 door mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli
  24. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.