Rechtbank RotterdamMeervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 10/172298-24 Datum uitspraak: 17 oktober 2025 Datum zitting: 16 en 17 september 2025 Tegenspraak [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het [adres] [postcode] in [plaats] . Advocaat van de verdachte: L.A. Sjadijeva Officieren van justitie: M.L. Goudzwaard en R.E.I. Steen (hierna: officier van justitie) Benadeelde partij: [slachtoffer] Advocaat van de benadeelde partij: O.J. Much 1Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij samen met anderen een moord heeft voorbereid. De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat de verdachte: in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 21 mei 2024 te Gorinchem en/of Ermelo en/of Harderwijk en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord c.q. doodslag als bedoeld in de artikelen 289 c.q. 287 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten een foto van het slachtoffer [slachtoffer] en/of foto’s van de auto van het slachtoffer [slachtoffer] en/of een of meer messen en/of (vuurwapens) en/of patronen en/of een (grote) som aan contant geld en/of een tag, althans een baken (geschikt om onder een auto te plaatsen om de locatie van de auto te achterhalen) en/of een prepaid telefoon (merk: Samsung), althans een of meer communicatiemiddelen en/of een of meer stuks en/of(la(a)g(en) (donkergekleurde) kleding en/of bivakmuts en/of een damesfiets en/of herenfiets (geschikt om verschillende vervoermiddelen te kunnen gebruiken en/of geschikt om van vervoermiddel te kunnen wisselen bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad. 2Vrijspraak De achtergrond van de beschuldiging ligt in een plan om [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) te vermoorden. De centrale vraag in dit vonnis is niet zozeer of dat plan heeft bestaan, want daarover wordt door de officier van justitie en de verdediging niet getwist. Hiertoe zijn door medeverdachten ook de nodige voorbereidingshandelingen getroffen. Partijen vinden elkaar vooral niet in de vraag of de verdachte betrokken is geweest bij dit plan en die voorbereidingshandelingen. Vast staat dat de verdachte is benaderd als potentiële schutter. De [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) vraagt op enig moment via WhatsApp aan de verdachte of hij een gun kan regelen. Hij reageert: “Nee, jij?”. Enkele dagen later vraagt de verdachte aan [medeverdachte 1] om een kenteken en een foto en ruim een week later vraagt hij haar om een adres. [medeverdachte 1] appt dat de [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) iets anders heeft geregeld, omdat de verdachte het niet meer wilde doen. Vervolgens is er bijna een maand geen contact. Dan stuurt [medeverdachte 2] aan de verdachte dat hij een gun heeft en of hij hem over twee weken kan schieten voor € 4.000,-. De verdachte reageert: “Ja is goed”. In de dagen erna stuurt [medeverdachte 2] berichten over een datum, tijd en plaats, dat hij een fiets zal regelen en dat de verdachte op de dag zelf zijn locatie moet uitzetten. [medeverdachte 2] stuurt ook een screenshot van een treinreis Ermelo – Gorinchem op 25 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.