RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/705837 / JE RK 25-1787 Datum uitspraak: 8 oktober 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, hierna te noemen: de GI, gevestigd te Dordrecht, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats 1] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [land] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 26 augustus 2025, ontvangen op 28 augustus
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 oktober
- Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] . 1.
- De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen. 1.
- De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven. 2De feiten 2.
- De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
- [minderjarige] verblijft bij haar [vriend] en zijn gezin (hierna: het pleeggezin). 2.
- Bij beschikking van 7 april 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 13 april
- Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 13 oktober
- 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten 4.
- De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het – onderwijzing naar het verzoekschrift - als volgt toe. [minderjarige] verblijft sinds maart 2025 in het pleeggezin. De GI maakt zich zorgen om het controlerende gedrag van [vriend] richting [minderjarige] , maar [minderjarige] en haar familie delen deze zorgen niet. Zij vinden dat het gedrag van [vriend] nodig is om [minderjarige] te helpen, omdat zij in het verleden veel zou hebben gelogen. Een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder is – ondanks dat tussen hen inmiddels sprake is van positief contact – op dit moment niet mogelijk, omdat een grote kans bestaat dat [minderjarige] alsnog terugkeert naar het pleeggezin. Een overplaatsing van [minderjarige] naar een andere verblijfplek is in dit kader ook niet mogelijk. Binnenkort zal Specialistische Ambulante Gezinshulp vanuit Elker starten in het pleeggezin. Hiermee zal worden gefocust op de relatie tussen [minderjarige] en [vriend] , de thuissituatie binnen het pleeggezin en de persoonlijke ontwikkeling van [minderjarige] zelf. Vervolgens kan het perspectief van [minderjarige] worden onderzocht. Indien blijkt dat [minderjarige] in [plaats 2] zal blijven, zal een verzoek tot wijziging van GI ingediend worden. Het is voor de GI niet haalbaar om de situatie op afstand te blijven monitoren. 4.
- De moeder stemt tijdens de mondelinge behandeling in met het verzoek van de GI. De moeder is trots op de stappen die [minderjarige] de afgelopen periode heeft gezet. Zij heeft haar middelbare schooldiploma gehaald en volgt inmiddels een mbo-opleiding in de richting van Zorg & Welzijn. [minderjarige] komt in het pleeggezin tot rust en geeft aan dat zij hier graag zou willen blijven. Het verblijf van [minderjarige] in het pleeggezin dient daarom te worden gecontinueerd. 5De beoordeling 5.
- [minderjarige] verblijft sinds maart 2025 in het pleeggezin. Ondanks de bestaande zorgen vanuit de GI over de thuissituatie van het pleeggezin en het controlerende gedrag van haar vriendje [vriend] , is een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder of een overplaatsing van [minderjarige] naar een andere verblijfplek op dit moment niet passend. [minderjarige] en haar familie delen de bestaande zorgen niet en de kans is groot dat [minderjarige] alsnog naar het pleeggezin zal terugkeren. Daarom kan de kinderrechter instemmen met een continuering van verblijf van [minderjarige] in het pleeggezin, waar de situatie door middel van de inzet van passende hulpverlening (zoals Specialistische Ambulante Gezinshulp) wordt ondersteund en onderzocht. 5.
- Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] daarom verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 13 april
- 5.
- De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 13 april 2026; 6.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2025 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 16 oktober
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.