Rechtbank Rotterdam Team insolventie rekestnummer: [nummer] uitspraakdatum: 17 april 2025 afwijzen gedwongen schuldregeling in de zaak van: [verzoekster] , wonende te [adres] [postcode] [woonplaats], verzoekster. 1De procedure Verzoekster heeft op 31 december 2024, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten: - Defam Credit B.V. (hierna: Defam); die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. Defam heeft voorafgaand aan de zitting op 4 april 2025 een verweerschrift ingediend en aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen. Ter zitting van 10 april 2025 zijn verschenen en gehoord: verzoekster; mevrouw F. Sanches, werkzaam bij GR IJsselgemeenten (hierna: schuldhulpverlening); mevrouw I. Molenaar, begeleider bij Stichting Welzijn Capelle (hierna: begeleider). De uitspraak is bepaald op heden. 2Het verzoek Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift acht concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 26.943,40 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 24 mei 2024 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 2,24% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar IOAW-uitkering. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden voldaan. Zeven schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Defam stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 17.320,44 op verzoekster. 3Het verweer In haar verweerschrift heeft Defam te kennen gegeven het aangeboden bedrag te laag te vinden. Het aanbod staat niet in verhouding met de totale schuldvordering. Voorts stelt Defam zich op het standpunt dat er geen sprake is van een uitzichtloze situatie. Door middel van het raadplegen van het Kadaster en het WOZ-waardeloket is gebleken dat er een aanzienlijke overwaarde op de woning van verzoekster aanwezig is. Op peildatum 1 januari 2014 was er sprake van een WOZ-waarde van € 203.000,- en op peildatum 1 januari 2024 was er sprake van een WOZ-waarde van € 450.000,-. Uit het Kadaster blijkt dat verzoekster al voor 2014 woonachtig was in de woning. Defam stelt dat het vermogen eerst zou kunnen worden ingebracht om de schuldenlast te voldoen. Defam heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten. 4De beoordeling Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Defam bij haar weigering vast. De rechtbank is bovendien van oordeel dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.