← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:12648

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11498324 CV EXPL 25-1296 datum uitspraak: 26 september 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van VGZ Zorgverzekeraar N.V., vestigingsplaats: Arnhem, eiseres, gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso, tegen [gedaagde] , woonplaats: [plaats] , die zelf procedeert. De partijen worden hierna ‘VGZ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 15 januari 2025, met bijlagen; de aantekeningen van het mondelinge antwoord, met de overgelegde stukken; de brief van [gedaagde] , met bijlagen; de akte van VGZ, met bijlagen. 1.
  2. Op 29 juli 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was namens VGZ mevrouw [persoon A] van Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso aanwezig. [gedaagde] was, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet aanwezig. 2De beoordeling Wat is de kern? 2.
  3. [gedaagde] heeft met VGZ een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten. Op grond van deze overeenkomst moet [gedaagde] premie en zorgkosten aan VGZ betalen. Volgens VGZ heeft [gedaagde] niet alle verschuldigde facturen op grond van de overeenkomst betaald. VGZ eist dat [gedaagde] een bedrag van € 2.238,23 aan VGZ betaalt met rente en proceskosten. 2.
  4. [gedaagde] is het niet eens met de eis en heeft daartoe – kort samengevat – aangevoerd dat de hoogte van de achterstand niet klopt. Ze stelt ook dat het al jaren misgaat. Ze wordt elke maand aangemeld bij het CAK doordat de premie moet worden betaald op het moment dat de zorgtoeslag nog niet door haar is ontvangen. Ook stelt [gedaagde] dat zij niet wist dat er nog oude facturen open stonden en dat ze dacht dat dit oude dossier gesloten was. [gedaagde] moet € 2.238,23 aan VGZ betalen 2.
  5. De kantonrechter ziet in de stukken die door VGZ zijn overgelegd dat er in verband met betalingsachterstanden bij VGZ drie verschillende dossiers voor [gedaagde] zijn aangemaakt. Deze procedure gaat over het dossier met nummer [nummer 1] . Over deze achterstand heeft de kantonrechter op 1 oktober 2021 al een uitspraak gedaan. Toen had VGZ haar eis beperkt tot € 500,00 en dit bedrag is door de kantonrechter toegewezen. [gedaagde] heeft dat bedrag en de proceskosten ook betaald. Voor de betaling van het resterende deel hebben partijen buiten de rechter om afspraken gemaakt. [gedaagde] is deze afspraken niet nagekomen en daarom eist VGZ nu het restant van € 2.238,
  6. 2.
  7. De kantonrechter heeft de stukken bekeken en gezien dat dit bedrag klopt. Het ging oorspronkelijk om een achterstand van € 4.400,
  8. VGZ heeft hierbij terecht € 529,34 aan buitengerechtelijke kosten en € 8,48 aan rente opgeteld. Dit is bij elkaar € 4.937,
  9. Hiervan zijn de betalingen die [gedaagde] heeft gedaan van in totaal € 2.699,69 afgetrokken. Omdat het bedrag klopt, wordt de eis van VGZ toegewezen. Overige opmerkingen 2.
  10. Doordat er verschillende achterstandsdossiers zijn aangemaakt voor [gedaagde] , begrijpt de kantonrechter dat het voor haar verwarrend is wat ze nu precies nog aan VGZ moet betalen. Het is daarom jammer dat zij niet naar de zitting is gekomen zodat een en ander op een rijtje gezet had kunnen worden. Hopelijk is met deze uitspraak voor haar nu duidelijk dat deze uitspraak alleen gaat over de oude achterstand met dossiernummer [nummer 1] . De andere dossiernummers hebben de nummers [nummer 2] en [nummer 3] . Over deze dossiers gaat deze uitspraak dus niet. Als een [gedaagde] een betaalverzoek krijgt, moet ze dus goed kijken om welk dossiernummer het gaat. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.
  11. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan VGZ moet betalen op € 145,89 aan dagvaardingskosten, € 385,00 aan griffierecht, € 204,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 204,00) en € 102,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 836,
  12. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.
  13. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat VGZ dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  14. veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen € 2.238,23 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 9 januari 2025 tot de dag dat volledig is betaald; 3.
  15. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van VGZ worden begroot op € 836,89; 3.
  16. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken. 62574

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.