← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:12991

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11632567 CV EXPL 25-8652 datum uitspraak: 31 oktober 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Stichting Woonstad Rotterdam, vestigingsplaats: Rotterdam, eiseres, gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V., tegen [gedaagde] , woonplaats: [woonplaats] , gedaagde, gemachtigde: JFB Rijnmond. De partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 20 maart 2025, met bijlagen; het antwoord; de brief van Woonstad, met bijlage. 1.
  2. Op 3 oktober 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was de heer [persoon A] aanwezig namens Woonstad, bijgestaan door haar gemachtigde. [gedaagde] is, ondanks dat hij behoorlijk is opgeroepen, niet verschenen. 2De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.
  3. [gedaagde] huurt sinds 1 maart 2019 de kantoorruimte aan de [adres] in Rotterdam van Woonstad. De huur is nu € 971,78 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand van € 12.110,16 tot en met de maand september
  4. De maand oktober is ook niet betaald. Woonstad eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. 2.
  5. [gedaagde] stelt dat de huurachterstand niet klopt, omdat hij bedragen al heeft betaald en deze niet zijn meegenomen in de berekening van de huurachterstand. Daarnaast vindt hij dat de huurachterstand de ontbinding niet rechtvaardigt, vanwege zijn persoonlijke omstandigheden. Hij geeft ook aan dat hij inmiddels (financiële) hulp krijgt van zijn eigen bedrijf bij zijn financiële situatie. 2.
  6. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen en de kantoorruimte ontruimen. Hierna wordt uitgelegd waarom. [gedaagde] moet een huurachterstand van € 13.081,94 betalen 2.
  7. [gedaagde] wordt veroordeeld om € 13.081,94 aan Woonstad te betalen. De huur tot en met de maand oktober 2025 zit hierbij. Woonstad heeft voldoende onderbouwd dat dit de huurachterstand is. [gedaagde] daarentegen heeft niet met stukken onderbouwd dat hij bedragen betaald heeft die niet zijn meegenomen in de berekening van de huurachterstand. De kantonrechter gaat dan ook uit van de specificatie van de huurachterstand die door Woonstad is ingediend. 2.
  8. De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Woonstad namelijk toestemming geven en dat heeft zij niet gedaan (artikel 6:29 BW). [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van Woonstad om te vragen of Woonstad alsnog een betalingsregeling wil afspreken. De huurovereenkomst wordt ontbonden 2.
  9. De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 BW). De huurachterstand is fors en ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan twee maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden. De kantonrechter heeft er in dit geval rekening mee gehouden dat [gedaagde] persoonlijk tegenslagen heeft gehad, waardoor hij inkomsten is misgelopen. Dit zijn echter persoonlijke omstandigheden die hem niet ontslaan van zijn betalingsverplichting en ook niet kunnen worden tegengeworpen aan Woonstad. De kantonrechter oordeelt dan ook dat de tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt. [gedaagde] moet de kantoorruimte ontruimen en een schadevergoeding betalen 2.
  10. Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de kantoorruimte met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis. Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 937,10 per maand betalen (artikel 7:225 BW). 2.
  11. [gedaagde] is ook aansprakelijk voor de schade van Woonstad over de periode vanaf de ontruiming tot de oorspronkelijke einddatum (artikel 6:277 BW). De omvang van deze schade kan nog niet worden begroot. Daarom wordt [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding op te maken bij staat (artikel 612 Rv). [gedaagde] moet rente betalen 2.
  12. De rente wordt toegewezen, omdat Woonstad genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan Woonstad moet betalen de rente van € 13,24 die Woonstad heeft berekend tot 20 maart
  13. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.
  14. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonstad moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 543,00 aan griffierecht, € 678,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 339,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.501,
  15. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.
  16. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonstad dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  17. veroordeelt [gedaagde] om aan Woonstad te betalen € 13.095,18 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over € 7.320,71 vanaf 20 maart 2025 tot de dag dat volledig is betaald; 3.
  18. ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de kantoorruimte aan de [adres] in Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Woonstad te stellen; 3.
  19. veroordeelt [gedaagde] om vanaf november 2025 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Woonstad te betalen € 937,10 per maand; 3.
  20. veroordeelt [gedaagde] om de schade van Woonstad vanaf de ontruiming te betalen, op te maken bij staat; 3.
  21. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 1.501,45; 3.
  22. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken. 64363 Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.