← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:13049

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11526108 CV EXPL 25-2450 datum uitspraak: 31 oktober 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiseres] , woonplaats: [woonplaats 1] , gemeente [gemeente 1] , eiseres, gemachtigde: mr. J. Kroon (DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V.), tegen [gedaagde] , in privé en voor zover nodig in haar hoedanigheid van legataris in de nalatenschap van [erflater] , woonplaats: [woonplaats 2] , gemeente [gemeente 2] , gedaagde, die zelf procedeert. De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 21 januari 2025, met bijlagen; de aantekeningen van het mondelinge antwoord op de rolzitting van 12 februari 2025; het schriftelijke antwoord, ontvangen op 10 maart 2025, met bijlagen; de aantekeningen van het mondelinge antwoord op de rolzitting van 12 maart
  2. 1.
  3. Op 29 september 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met [eiseres] , mr. Kroon en [gedaagde] . 2De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.
  4. De zaak gaat over € 5.000 uit de nalatenschap van [erflater] . Zij is overleden op [overlijdensdatum] . [erflater] heeft over haar nalatenschap beschikt in een testament. Zij heeft daarin haar broer [persoon A] aangewezen als enig erfgenaam. [persoon A] heeft de nalatenschap zuiver aanvaard en is niet lang daarna overleden op 4 december
  5. Zijn echtgenote [eiseres] is enig rechthebbende op zijn nalatenschap. Daarom komt de nalatenschap van [erflater] nu toe aan [eiseres] . [erflater] heeft in haar testament € 5.000 gelegateerd (nagelaten) aan [gedaagde] . Dat bedrag is uitbetaald aan [gedaagde] . Verder heeft [erflater] aan de in het testament genoemde personen, waaronder [gedaagde] , haar inboedel, lijfsieraden en persoonlijke bezittingen gelegateerd. [gedaagde] heeft uit de inboedel een koffer verkregen, waarin later € 5.000 aan contanten bleek te zitten. [gedaagde] heeft dus uit de nalatenschap in totaal een geldbedrag van € 10.000 verkregen. 2.
  6. [eiseres] vindt dat [gedaagde] het contante geldbedrag moet teruggeven aan de nalatenschap en dus aan [eiseres] , omdat het geldbedrag niet valt onder de noemer ‘inboedel’ en het geldlegaat van € 5.000 al aan [gedaagde] is uitbetaald. [gedaagde] heeft dus geen recht op het contante geldbedrag dat in de koffer zat, aldus [eiseres] . 2.
  7. [gedaagde] is het niet eens met de eis. Zij voert aan dat [erflater] tegen haar heeft gezegd dat zij een specifieke koffer uit de woning moest halen als [erflater] kwam te overlijden en dat die koffer alleen voor haar bedoeld was. [gedaagde] hoeft de € 5.000 uit de koffer niet aan [eiseres] te geven 2.
  8. [gedaagde] hoeft niet € 5.000 te betalen aan [eiseres] . Dat geldbedrag komt niet toe aan [persoon A] als enig erfgenaam van [erflater] . [eiseres] kan dat daarom niet van [gedaagde] vorderen. Het oordeel wordt hieronder uitgelegd. 2.4.
  9. De kantonrechter moet het testament van [erflater] uitleggen (artikel 4:46 BW). [erflater] heeft [persoon A] als enig erfgenaam benoemd. Zij heeft aan een aantal specifieke andere personen, waaronder [gedaagde] , haar inboedel, lijfsieraden en persoonlijke bezittingen gelegateerd. Dat staat zo omschreven in haar testament. Daarbij heeft zij bepaald dat [persoon A] recht heeft een keuze te maken uit de inboedel van goederen die hij voor zichzelf als aandenken wil hebben. Verder heeft [erflater] in haar testament bepaald dat na haar overlijden alleen een aantal door haar specifiek genoemde personen, waaronder [gedaagde] , in haar woning mogen komen zolang de woning nog niet helemaal is ontruimd. Het gaat om de personen aan wie zij haar inboedel, lijfsieraden en persoonlijke bezittingen heeft gelegateerd en de notaris-executeur. [persoon A] wordt niet genoemd in dit rijtje. De zinsnede ‘inboedel, lijfsieraden en persoonlijke bezittingen’ is een standaard en veelvoorkomende zinsnede in testamenten die wordt ontleend aan de wet. Als voornoemde bepalingen van het testament in samenhang worden gelezen kan hieruit worden afgeleid dat het de bedoeling van [erflater] was dat alles wat zich in haar woning bevond toekomt aan de specifiek door haar genoemde personen, waaronder [gedaagde] , en dus niet aan [persoon A] , behalve eventuele uitgekozen aandenkens. Verder is van belang dat [gedaagde] heeft gesteld dat [erflater] haar meermalen heeft verteld dat er geld in de koffer zat en dat ze wilde dat de koffer met het geld bij [gedaagde] terecht zou komen. Dit heeft [eiseres] niet betwist. De kantonrechter legt het testament daarom zo uit dat ook alle contanten die zich in de woning van [erflater] bevonden gelegateerd zijn aan de in het testament genoemde personen. Het contante geldbedrag van € 5.000 komt daarom niet toe aan [persoon A] en dus ook niet aan zijn echtgenote [eiseres] . 2.4.
  10. De vordering van [eiseres] is gebaseerd op de stelling dat een bedrag van € 5.000 aan haar echtgenoot, de broer van erflaatster, toekomt als enig erfgenaam. Omdat die stelling niet juist is, kan de vordering niet worden toegewezen. 2.
  11. De andere discussiepunten en meningsverschillen tussen [eiseres] en [gedaagde] blijven onbesproken, omdat die niet relevant zijn voor de beoordeling van de vordering en het oordeel niet anders maken. [eiseres] moet de proceskosten betalen 2.
  12. De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot ambtshalve de kosten die [eiseres] aan [gedaagde] moet betalen op € 50,00 aan reis-, verblijf- en verletkosten. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  13. wijst de vordering af; 3.
  14. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,
  15. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken. 34286 Zie ook Hoge Raad 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY2595.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.