← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:13140

RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 11779286 GZ VERZ 25-5999 uitspraak: 24 juli 2025 beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, inzake het verzoek van: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949, wonende te [postcode] [plaats] , [adres] , hierna te noemen betrokkene, tot instelling van een bewind over haar goederen. Verloop van de procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van de stukken genoemd in de bijlage. Uit privacyoverwegingen voor betrokkene is het verloop van de procedure en de nadere inhoudelijke beoordeling opgenomen in een aparte bijlage bij de beschikking. Deze bijlage maakt in zijn geheel onderdeel uit van deze beschikking. Beoordeling van het verzoek Uit de processtukken en behandeling ter terechtzitting is aannemelijk geworden dat betrokkene als gevolg van een lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Uit de processtukken en behandeling ter terechtzitting is opgemaakt dat betrokkene wel in staat moet worden geacht de rekening en verantwoording te begrijpen en te beoordelen. Uit de processtukken en behandeling ter terechtzitting is opgemaakt dat betrokkene wel in staat is toestemming te geven als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Tegen benoeming van de voorgestelde bewindvoerder zijn geen bezwaren gerezen. De kantonrechter zal de beloning van de bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 5 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, ten bedrage van € 660,00 ex btw. De kantonrechter zal de jaarbeloning van de bewindvoerder, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (basistarief). Beslissing De kantonrechter: stelt alle goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] voornoemd onder bewind wegens een lichamelijke of geestelijke toestand; benoemt tot bewindvoerder: S. Podgorica h.o.d.n. Lansingh Bewind Postbus 94, 2660 AB Bergschenhoek; stelt de beloning van de bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vast overeenkomstig artikel 3 lid 5 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, ten bedrage van € 660,00 ex btw; stelt de jaarbeloning van de bewindvoerder vast overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren; verzoekt de bewindvoerder om een onderzoek in te stellen naar de financiën van betrokkene in de afgelopen jaren en daarvan verslag uit te brengen aan de kantonrechter; bepaalt dat deze beschikking door de griffier wordt ingeschreven in het openbare centrale curatele- en bewindregister. Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 527 Verzonden op: Tegen deze beschikking kan in hoger beroep worden gegaan bij het gerechtshof Den Haag. Dit kan alleen worden ingesteld door een advocaat. Verzoeker en degenen aan wie een kopie van de beschikking is verstrekt moeten hoger beroep instellen binnen drie maanden na de datum van de beschikking. Voor andere belanghebbenden moet dit binnen drie maanden nadat zij van de beschikking op de hoogte zijn geraakt. BIJLAGE Het verloop van de procedure De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: - verzoekschrift met bijlagen - een bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder en een verslag van het intakegesprek op 30 juni 2025 - de e-mails van 8 juli 2025 van [zorgaanbieder] - de brief van 15 juli 2025 van GGZ Delfland aan betrokkene De kantonrechter heeft de zaak ter terechtzitting van 17 juli 2025 behandeld en heeft betrokkene, mevrouw [persoon A] , arrangeur [persoon B] en meneer [persoon C] , begeleider van [zorgaanbieder] gehoord. [zorgaanbieder] is de zorginstelling die betrokkene begeleidt. De zoon en dochter van betrokkene zijn niet opgeroepen voor de zitting. Betrokkene heeft namelijk vooraf expliciet verzocht haar kinderen niet te betrekken bij de propcedure. Gelet op wat uit de stukken naar voren is gekomen over de relatie tussen betrokkene en haar kinderen heeft de kantonrechter dit verzoek gehonoreerd. Betrokkene heeft ter zitting ook bevestigd dat zij niet wil dat haar zoon en dochter bij deze procedure worden betrokken en niet wil dat zij alsnog worden uitgenodigd voor een zitting. Overwegingen van de kantonrechter Uit de stukken die zijn overgelegd en wat ter zitting is besproken is het volgende gebleken. Betrokkene heeft een schizoaffectieve stoornis, bipolaire type. Zij woont in een begeleid wonen traject van zorginstelling [zorgaanbieder] . Van daaruit wordt betrokkene begeleid door professionals van [zorgaanbieder] , die haar helpen op verschillende gebieden in het dagelijkse leven. Betrokkene heeft twee meerderjarige kinderen, een dochter en een zoon. Met name de dochter is actief in het leven van betrokkene. Zij beheert de financiën van betrokkene, zij doet boodschappen, etc. Bij [zorgaanbieder] bestaan al langere tijd twijfels over de wijze waarop de dochter van betrokkene met betrokkene en haar financiën omgaat. Betrokkene krijgt van haar dochter geen toegang tot haar eigen geld en heeft geen inzage in haar financiën/bankrekening. Haar dochter doet eens per één of twee weken boodschappen voor haar. Zij bepaalt wat betrokkene te eten krijgt, betrokkene heeft geen inspraak in de boodschappen die worden gedaan. Door dochter worden geregeld met korting producten aangeschaft, die al bijna over de datum zijn op het moment dat betrokkene deze boodschappen krijgt, terwijl zij daar tenminste een week mee moet doen. Het is in de afgelopen periode geregeld voorgekomen dat betrokkene te weinig eten in huis heeft. Als betrokkene zelf iets wil kopen, bijvoorbeeld een plantje, dan krijgt zij van de dochter daarvoor gepast geld op haar leefgeldrekening gestort. Als van een dergelijke kleine aankoop geld overblijft, dan wordt dat door dochter direct teruggestort naar de bankrekening waar betrokkene geen toegang toe of inzake in heeft. [zorgaanbieder] heeft tot tweemaal toe moeten besluiten om het voedingsgeld, non-food geld en activiteitengeld van betrokkene, bij elkaar gaat dit om ongeveer 90 euro, rechtstreeks aan betrokkene te voldoen, omdat betrokkene geen eten meer had en dochter geen boodschappen kon komen brengen. Toen heeft dochter echter zo lang op betrokkene ingepraat, dat betrokkene [zorgaanbieder] heeft gevraagd om dit weer terug te draaien. Ook hierna heeft de begeleiding keer op keer een lege koelkast aangetroffen. Daarna is opnieuw besloten om het voedingsgeld etc. rechtstreeks aan betrokkene ter beschikking te stellen. Toen door [zorgaanbieder] voor betrokkene een nieuwe DigiD werd aangevraagd, is dochter heel boos geworden, heeft zij moeder bedreigd en een klacht ingediend tegen [zorgaanbieder] . Dochter heeft vaker dreigementen tegen betrokkene gemaakt. Dat is een van de redenen dat niet eerder een verzoek tot onderbewindstelling is ingediend. Betrokkene was er niet klaar voor. Soms leek zij er wel klaar voor, totdat de dochter weer langskwam. De dochter ging dan dreigen dat zij niet meer de zalfjes die betrokkene nodig heeft zou kopen, of geen sigaretten meer zou kopen, of uitte zij een dreigement in de trant: als jij bewind aanvraagt dan kom ik niet meer, waarop betrokkene vervolgens aangaf het verzoek om bewind niet te willen doorzetten. Het levenstestament Op 23 augustus 2024 heeft een naar het oordeel van de kantonrechter ernstige escalatie plaatsgevonden. Betrokkene werd door haar dochter opgehaald voor een ‘uitje’. Later bleek dit uitje een bezoek aan een notaris te zijn, waarbij het de bedoeling was een levenstestament te laten opmaken. Een eerste notaris die bezocht werd heeft naar de kantonrechter begrijpt geweigerd te voldoen aan het verzoek. Een tweede notaris heeft echter wel zijn medewerking verleend; een levenstestament is opgemaakt op 23 augustus 2024. In dat levenstestament staat (kort gezegd) dat de dochter verantwoordelijk is voor het beheer van de financiën van betrokkene en medisch gevolmachtigde van betrokkene wordt. Inmiddels heeft betrokkene aan de notaris – en aan dochter – laten weten dat zij niet langer achter dit levenstestament staat. De notaris heeft tot nu toe geweigerd om zijn medewerking te verlenen aan het schrappen van het levenstestament in het register. Dat is een naar het oordeel van de kantonrechter onwenselijke situatie, enerzijds omdat er sterke aanwijzingen zijn dat de dochter misbruik maakt van betrokkene – in elk geval door haar financieel onnodig kort te houden en geen inzage te geven in haar geldzaken – en anderzijds omdat duidelijk is dat betrokkene dit levenstestament niet langer wil en in het bijzonder niet wil dat haar dochter haar zaken behartigt (zowel vermogensrechtelijk als niet-vermogensrechtelijk). De weigering van de notaris om zijn medewerking te verlenen aan schrapping van het levenstestament bevreemdt de kantonrechter, omdat betrokkene snel na het tekenen van het testament aan de notaris heeft laten weten onder druk van haar dochter het levenstestament te hebben getekend en daar niet langer achter te staan. Noodzaak bewind Hoe dan ook, op dit moment is het in ieder geval nodig dat bewind wordt ingesteld, om zo betrokkene te beschermen tegen (mogelijk) misbruik van de dochter. Ter zitting is gebleken dat betrokkene na de gebeurtenissen rondom het levenstestament ervan overtuigd is geraakt dat het belangrijk is dat haar dochter haar financiële zaken niet langer behartigt en dat zij onder bewind wordt gesteld, zodat zij hulp kan krijgen van een professionele bewindvoerder bij het beheren van haar financiën, die haar ook bescherming kan bieden tegen misbruik. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene dit ook – wilsbekwaam – heeft kunnen besluiten. De kantonrechter heeft betrokkene bij de start van de zitting eerst alleen gehoord, zonder aanwezigheid van de begeleiding, om mogelijke beïnvloeding bij beantwoording van de vragen van de kantonrechter te kunnen uitsluiten. Ter zitting en uit de verschillende verklaringen van ter zake deskundigen, is de kantonrechter gebleken dat betrokkene weet waar het verzoek tot onderbewindstelling toe dient, dat zij daar vol overtuiging achter staat en dat zij in staat is een dergelijke afweging te maken. Datzelfde geldt voor haar beslissing om het levenstestament te herroepen. Een en ander wordt ook bevestigd door de verklaring van de psychiater [persoon D] en FACT, GGZ Delfland, [persoon E] : “Wij hebben u al bijna tien jaar in behandeling en zien dat u al langer mentaal stabiel functioneert en prima in staat bent om met hulp van uw woonbegeleiders uw eigen belangen te behartigen op medisch en financieel gebied. Desgevraagd heb ik u dan ook verteld dat ik u wilsbekwaam vindt op deze gebieden en dat uw wens om dochter buiten uw zaken te houden door ons zal worden gehonoreerd.” Kortom, uit de stukken en het ter zitting besprokene is genoegzaam gebleken dat betrokkene dient te worden beschermd tegen misbruik en de hulp van een professionele bewindvoerder nodig heeft bij haar geldzaken. Instelling bewind en herroeping levenstestament Gelet op al het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het nodig is dat het bewind wordt ingesteld. Het levenstestament is naar het oordeel van de kantonrechter door betrokkene rechtsgeldig herroepen. Onderzoek naar de financiële gang van zaken in de periode voorafgaand aan het bewind De kantonrechter verzoekt de bewindvoerder om een onderzoek in te stellen naar de financiën van betrokkene in de afgelopen jaren en daarvan verslag uit te brengen aan de kantonrechter. Mocht hieruit blijken dat er inderdaad financieel misbruik is gemaakt van betrokkene, dan overlegt de kantonrechter graag met de bewindvoerder over eventueel te nemen vervolgstappen (aansprakelijkheidsstelling en schadevergoedingsprocedure). Mentorschap Ter zitting is gebleken dat een mentorschap ook raadzaam is. Betrokkene heeft verklaard dat zij graag wil dat een mentor haar zal bijstaan bij haar niet-vermogensrechtelijke belangen, omdat zij ook op dit punt niet wil dat haar dochter nog iets te vertellen heeft of nog langer als eerste aanspreekpunt zal fungeren. Een verzoek tot instelling van mentorschap zal bij de rechtbank worden ingediend als een mentor is gevonden, met een bereidverklaring van de betreffende mentor. [zorgaanbieder] zal dit op zich nemen. C.J. Frikkee 24 juli 2025 Kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.