← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:13204

vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/691243 / HA ZA 24-1136 Vonnis van 23 juli 2025 in de zaak van 1KENNIS EN ENERGIE B.V.,

  1. STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM, beide gevestigd in Rotterdam, eiseressen, advocaat mr. A.D. Minderhoud-Verkaik te Rotterdam, tegen STICHTING HOGER ONDERWIJS NEDERLAND, gevestigd in Den Haag, gedaagde, advocaat mr. U.T. Hoekstra te Middelburg. Partijen worden hierna Kennis en Energie, Woonstad (samen: Kennis en Energie c.s.) en Inholland genoemd. 1De zaak in het kort Kennis en Energie en Inholland exploiteren samen een warmte-koudeopslag (“WKO”). Zij zijn overeengekomen om de kosten van het elektriciteitsverbruik van de WKO volgens een verdeelsleutel te delen. Inholland moest hiertoe het verbruik administreren. Inholland heeft jarenlang teveel kosten in rekening gebracht en is daardoor tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Inholland wordt veroordeeld om die kosten aan Kennis en Energie terug te betalen als vergoeding van de schade die Kennis en Energie heeft geleden. Woonstad is geen partij bij de overeenkomst en haar vorderingen tegen Inholland worden daarom afgewezen. 2De procedure 2.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 5 december 2024; de akte overlegging producties van Kennis en Energie c.s. van 18 december 2024, met producties 1-22; de conclusie van antwoord van 19 februari 2025; de spreekaantekeningen van partijen voor de mondelinge behandeling op 25 april
  3. 2.
  4. Na de mondelinge behandeling is vonnis bepaald. 3De feiten 3.
  5. Woonstad is een woningcorporatie. Zij is eigenaar van het studentencomplex Cité aan de Laan op Zuid en van het Ichtushof op de Kop van Zuid in Rotterdam (samen: “Cité”). Kennis en Energie is een 100% dochtervennootschap van Woonstad. 3.
  6. Woonstad heeft in 2015 zowel Cité als de aandelen in Kennis en Energie overgenomen van Vestia. 3.
  7. Inholland is een hogeschool. Een van haar locaties is gelegen aan de Posthumalaan in Rotterdam, nabij Cité. 3.
  8. Kennis en Energie en Inholland zijn gezamenlijk eigenaar van een WKO, ook wel aangeduid als “Lange Termijn Energie Opslag” of “LTEO”. De WKO is gelegen op een perceel van Inholland. Inholland en Kennis en Energie hebben een recht van opstal verkregen van de gemeente Rotterdam met betrekking tot de WKO. 3.
  9. Woonstad gebruikt de WKO om het klimaat van Cité te beheersen. Inholland gebruikt de WKO om het klimaat van haar gebouwen aan de Posthumalaan te beheersen. 3.
  10. De voorwaarden waaronder de WKO door Woonstad en Inholland wordt gebruikt, zijn vastgelegd in een exploitatieovereenkomst van 21 september 2011 tussen het toenmalige Vestia Rotterdam Stadswonen B.V. als “Beheerder” en Inholland als “Gebruiker”. In de exploitatieovereenkomst is, voor zover van belang, het volgende vermeld: “Artikel 5 - Inspanningsverplichtingen Gebruiker 5.1 De Gebruiker dient zorg te dragen voor de aansluiting en een contract voor elektra, water, vuilwaterafvoer et cetera. 5.2 De kosten van de aansluiting en het gebruik van energie en water alsmede overige nutsvoorzieningen ten behoeve van de LTEO, worden voor gelijke delen gedragen door Gebruiker en Beheerder. (…) Artikel 6 - Prijs/kosten (…) 6.2 De kosten voor de werkzaamheden zoals genoemd in artikel 3 alsmede de kosten voor nutsvoorzieningen zoals genoemd in artikel 5, met uitzondering van de kosten voor administratieve afhandeling, worden door beide partijen voor de helft gedragen. (…) 6.5 Gebruiker zal Beheerder maandelijks een gespecificeerde factuur zenden met de in de afgelopen maand gemaakte kosten dan wel betaalde voorschotten voor nutsvoorzieningen en de verdeling van de kosten volgens de overeengekomen verdeelsleutel. 6.6 Kosten die jaarlijks (al dan niet door vooruitbetaling) door de Beheerder worden voldaan worden in de maand januari van ieder kalenderjaar gefactureerd volgens de overeengekomen verdeelsleutel door de Beheerder aan de Gebruiker gefactureerd. De facturen zijn gespecificeerd. 6.7 Gebruiker zal van de Beheerder ontvangen facturen die in overeenstemming zijn met de bovengenoemde uitgangspunten en vereisten binnen een maand na ontvangst van de factuur voldoen. 6.8 Beheerder zal van de Gebruiker ontvangen facturen die in overeenstemming zijn met de bovengenoemde uitgangspunten en vereisten binnen een maand na ontvangst van de factuur voldoen. (…)” 3.
  11. Inholland heeft aan deze bepalingen uitvoering gegeven door de WKO aan te (laten) sluiten op het elektriciteitsnetwerk en de kosten van elektriciteit volgens een verdeelsleutel door verzending van facturen aan Kennis en Energie door te belasten. Inholland verstuurde tussen 11 maart 2016 en 10 maart 2022 facturen voor een totaalbedrag van € 1.121.433,
  12. De oudste factuur van 11 maart 2016 had betrekking op de jaren 2011 tot en met
  13. Met betrekking tot de jaren 2015 tot en met 2021 heeft Inholland jaarlijks achteraf een factuur gestuurd. Alle facturen zijn door Kennis en Energie betaald. 3.
  14. Op 18 januari 2021 heeft Woonstad haar adviseur ETP gemaild met de vraag of het stroomverbruik van de WKO van ongeveer 1.500 MWh per jaar, dat door de jaren heen is vermeld in de facturen van Inholland, wel juist is. ETP heeft op 19 januari 2021 gemaild: “Ik vind 1500 MWh verbruik aan elektra voor de WKO extreem veel. Ik vermoed dat deze elektrameting ook andere zaken worden meegemeten. Ik heb op basis van de verplaatste energie door de WKO, waarvan ik zeker ben dat deze kloppen, het elektraverbruik berekend op basis van verschillende COP's die over het algemeen voorkomen. Dan kom ik bij lange na niet op 1500 MWh elektra per jaar op basis van de slechtst aannemelijke COP's. Zie hieronder. [Hier volgt een tabel; opmerking rechtbank] (…)” 3.
  15. Inholland heeft de e-mail van ETP aan Woonstad van 19 januari 2021 volgens haar verklaring ter zitting op of omstreeks 19 januari 2021 in kopie ontvangen. 3.
  16. Het vermoeden dat “andere zaken worden meegemeten” bleek juist; de kosten die Inholland over de jaren 2011 tot en met 2021 aan Kennis en Energie heeft doorbelast, hadden niet alleen betrekking op het elektriciteitsverbruik van de WKO, maar ook op het elektriciteitsverbruik van het gebouw van Inholland aan de Posthumalaan in Rotterdam. 3.
  17. Partijen hebben elk met hun eigen adviseur het werkelijke gebruik van de WKO gedurende de jaren 2011 tot en met 2021 gereconstrueerd en hebben in 2022 en 2023 met elkaar overlegd over de in rekening gebrachte kosten. Partijen hebben op 29 maart 2023 overeenstemming bereikt over het bedrag dat Inholland door de jaren heen teveel in rekening heeft gebracht. Dat bedrag is € 958.567,00 inclusief btw, de optelsom van de factuurbedragen die Kennis en Energie teveel heeft betaald en die zijn neergelegd in productie 12 van Kennis en Energie c.s. 3.
  18. Op 10 oktober 2023 heeft Inholland geschreven dat zij geen reden ziet om tot terugbetaling van € 958.567,00 over te gaan. Een uitwisseling van standpunten en voorstellen nadien heeft er niet toe geleid dat overeenstemming is bereikt. Inholland heeft niets betaald. 4Het geschil 4.
  19. Kennis en Energie c.s. vorderen – samengevat en nadat ter zitting de vorderingen onder II en III van het petitum zijn ingetrokken – veroordeling van Inholland, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 958.567,00 inclusief btw, vermeerderd met rente en kosten. 4.
  20. Inholland voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Kennis en Energie c.s. in de kosten. 4.
  21. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 5De beoordeling Woonstad heeft geen vordering op Inholland 5.
  22. In de exploitatieovereenkomst is Vestia, de voormalige aandeelhouder van Kennis en Energie en rechtsvoorganger van Woonstad, als partij vermeld. Dat berust volgens zowel Kennis en Energie c.s. als Inholland op een vergissing. Partijen hebben steeds Kennis en Energie als partij bij de exploitatieovereenkomst beschouwd en niet Vestia. Kennis en Energie c.s. hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat Woonstad uitsluitend als eiseres is opgevoerd voor het geval Inholland zou betwisten dat Kennis en Energie partij is bij de exploitatieovereenkomst. Inholland heeft dat niet betwist, maar juist bevestigd. Dit betekent dat Woonstad volgens partijen geen eigen rechten uit de exploitatieovereenkomst geldend kan maken. De rechtbank ziet geen reden om hier anders over te oordelen. De vorderingen van Woonstad worden daarom afgewezen. Woonstad wordt veroordeeld in de proceskosten van Inholland, die in het licht van de verdere beoordeling worden vastgesteld op nihil. Uitleg van de exploitatieovereenkomst 5.
  23. Kennis en Energie grondt haar vordering primair op wanprestatie (artikel 6:74 BW). Zij heeft hiertoe het volgende gesteld. Inholland is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichting om de werkelijke elektriciteitskosten van de WKO op een juiste wijze door te belasten aan Kennis en Energie. Op grond van artikel 6.5 van de exploitatieovereenkomst was Inholland gehouden om Kennis en Energie maandelijks een gespecificeerde factuur te zenden met de in de afgelopen maand gemaakte kosten voor nutsvoorzieningen voor de WKO en de verdeling van de kosten volgens de overeengekomen verdeelsleutel. Inholland heeft een te hoog bedrag in rekening gebracht voor het elektriciteitsverbruik, in strijd met de verdeelsleutel en de afspraken uit de exploitatieovereenkomst. Daardoor heeft Kennis en Energie schade geleden. Nakoming is blijvend onmogelijk, omdat de facturen met onjuiste bedragen al zijn betaald door Kennis en Energie. Inholland moet de schade vergoeden. Deze schade wordt begroot op het bedrag dat Kennis en Energie teveel heeft betaald (€ 958.567,00 inclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de factuurdata, althans de betaaldata, tot de dag van volledige betaling. 5.
  24. Inholland betwist dat op grond van de exploitatieovereenkomst een verbintenis op haar rust om juiste facturen te sturen. Inholland moest de WKO op het elektriciteitsnet aansluiten en zij mocht de kosten daarvan doorbelasten. Dat heeft Inholland gedaan. Het sturen van een factuur is geen prestatie. Door het sturen van onjuiste facturen is Inholland daarom niet tekortgeschoten in de nakoming van de exploitatieovereenkomst. Kennis en Energie hoefde de facturen slechts te betalen voor zover zij die na controle juist bevond, aldus Inholland. 5.
  25. De rechtbank dient de exploitatieovereenkomst uit te leggen om te kunnen beoordelen welke verbintenissen op partijen rusten en of Inholland in de nakoming van haar verbintenissen is tekortgeschoten. De vraag hoe in een schriftelijke overeenkomst de verhouding tussen partijen is geregeld en of die overeenkomst een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van die overeenkomst. Bij de beantwoording van die vraag komt het aan op de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op wat zij in dat verband redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zulke partijen mag worden verwacht (Haviltex-criterium). 5.
  26. Artikel 5.1 van de exploitatieovereenkomst moet in samenhang met artikel 6.5 zo worden uitgelegd dat Inholland niet alleen gehouden was om de WKO op het elektriciteitsnet aan te sluiten, maar ook om ervoor te zorgen dat het daadwerkelijke elektriciteitsverbruik van de WKO werd gemeten en geadministreerd. Partijen waren immers overeengekomen om de elektriciteitskosten van de WKO te delen volgens een verdeelsleutel. Dat werd beoogd dat uitsluitend de kosten van de WKO gedeeld zouden worden en niet ook de kosten van het elektriciteitsverbruik van (andere) gebouwen van Inholland, is evident en dan ook niet in geschil. Aan deze afspraak kon alleen uitvoering worden gegeven door het verbruik van de WKO te meten en te administreren. Inholland moest de verbruikskosten van de WKO ook specificeren. 5.
  27. Inholland is in de nakoming van deze verbintenissen tekortgeschoten. Inholland heeft het elektriciteitsverbruik van de WKO niet gemeten en geadministreerd. Daardoor kon het gebeuren dat Inholland ook het verbruik van een of meer van haar (andere) gebouwen aan Kennis en Energie heeft doorbelast. Nakoming is, zoals Kennis en Energie stelt, blijvend onmogelijk. Nakoming is niet het achteraf vervangen van een onjuiste factuur door een herstelfactuur, zoals Inholland heeft betoogd, maar het voeren van een deugdelijke administratie van het daadwerkelijke verbruik en het op basis daarvan correct doorbelasten van de daadwerkelijke elektriciteitskosten van de WKO. Dat kan niet hersteld worden door correctiefacturen te verzenden, die Inholland overigens niet heeft verzonden, maar dient door schadevergoeding te worden goedgemaakt. Kennis en Energie heeft haar rechten niet prijsgegeven 5.
  28. Inholland heeft aangevoerd dat Kennis en Energie haar rechten heeft prijsgegeven. In dat verband heeft Inholland het volgende gesteld. Kennis en Energie had op grond van de exploitatieovereenkomst het recht, maar ook de plicht om de facturen van Inholland te controleren. Dat heeft Kennis en Energie onvoldoende gedaan. Kennis en Energie heeft in het licht van artikel 6.8 van de exploitatieovereenkomst impliciet de juistheid van de facturen erkend door deze te betalen. Hierdoor is er ten aanzien van elke factuur een vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen waarbij de hoogte van de kosten die Inholland in rekening mocht brengen is vastgesteld. Tot eenzelfde uitkomst leidt de door Inholland voorgestelde benadering waarbij zij als beheerder wordt aangemerkt van de gemeenschap waarin zich de nutsvoorziening van de WKO bevindt. Artikel 3:173 BW bepaalt dat Kennis en Energie kon verlangen dat Inholland jaarlijks rekening en verantwoording aflegt. Dat heeft Kennis en Energie niet gedaan. Zij heeft de facturen aanvaard en dat strekt tot decharge, aldus Inholland. 5.
  29. De rechtbank verwerpt dit verweer. Als geen sprake is van bijzondere totstandkomingsvereisten zoals bedoeld in artikel 7:901 lid 1 BW, komt een vaststellingsovereenkomst tot stand door aanbod en aanvaarding. Dat vereist een op rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard. Inholland mocht het betalen van de facturen niet opvatten als een verklaring van Kennis en Energie met de strekking om een vaststellingsovereenkomst tot stand te brengen of anderszins afstand te doen van een toekomstige vordering uit wanprestatie. Daartoe is het volgende redengevend. 5.
  30. Vast staat dat Inholland als gevolg van haar eigen fout € 958.567,00 teveel in rekening heeft gebracht. Dit bedrag berust op gegevens die zich in de administratie van Inholland bevinden. Kennis en Energie heeft geen mogelijkheid gehad om die gegevens eenvoudig te raadplegen. De fout was ook niet evident, ook niet voor Inholland zelf, dat immers jarenlang onjuiste facturen is blijven versturen. Kennis en Energie heeft onweersproken gesteld dat beide partijen weinig ervaring hadden met een WKO en achteraf alleen met hulp van hun adviseurs en na onderzoek door deze adviseurs konden reconstrueren wat Inholland teveel in rekening heeft gebracht. Kennis en Energie ging begin 2021 twijfelen aan de juistheid van de facturen van Inholland. Kennis en Energie heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij ondanks haar twijfel de facturen over 2020 en 2021 heeft betaald, omdat zij zich niet lichtvaardig aan haar verplichtingen wilde onttrekken en heeft gewacht tot de fout vast stond. Pas op 29 maart 2023 stond tussen partijen vast wat Kennis en Energie teveel had betaald. Kennis en Energie kan tegen die achtergrond niet geacht worden rechten te hebben prijsgegeven door de facturen te betalen. Het beroep op artikel 3:173 BW faalt om dezelfde reden (nog los van het gegeven dat het afleggen van rekening en verantwoording niet leidt tot decharge) en omdat Inholland niet als beheerder in de zin van dat artikel kan gelden. Het beheer van de WKO berust op grond van de exploitatieovereenkomst (en wat onder 5.5 is geoordeeld) bij Kennis en Energie, niet bij Inholland. De aansluiting van de WKO op het elektriciteitsnet behoort, zoals Inholland ter zitting ook heeft erkend, uitsluitend toe aan Inholland en dus niet tot enige gemeenschap. Het aangesloten houden van de WKO op het elektriciteitsnet is daarom geen daad van beheer van Inholland in het kader van de gemeenschap. Kennis en Energie heeft tijdig geklaagd 5.
  31. Inholland heeft zich verder verweerd met een beroep op de klachtplicht van artikel 6:89 BW. Zij heeft in dit verband gesteld dat Kennis en Energie de facturen over 2021 en 2022 niet ‘im Frage’ heeft gesteld, hoewel reeds eind 2020 was ontdekt dat er iets mis was, om Inholland pas in januari 2023 te confronteren met de geconstateerde ondeugdelijkheid, na verloop van ruim twee jaar. Daarnaast heeft zij gesteld dat Kennis en Energie veel eerder had moeten ontdekken dat de facturen niet juist waren. Dit laatste argument volgt de rechtbank niet, gelet op wat onder 5.9 is overwogen. 5.
  32. Kennis en Energie heeft tegen het beroep van Inholland op artikel 6:89 BW ingebracht dat deze bepaling niet van toepassing is, omdat het opstellen en toezenden van een factuur niet kan gelden als een prestatie (HR 11 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB565 Luttikhuis/Ridgefield). 5.
  33. Het verweer van Inholland faalt. De tekortkoming die Inholland wordt verweten, bestaat niet alleen uit het versturen van onjuiste facturen. Die onjuiste facturen zijn het gevolg van de gebrekkige uitvoering van de verbintenis om het elektriciteitsverbruik van de WKO te meten en te administreren. De rechtbank oordeelt daarom dat artikel 6:89 BW van toepassing is, maar ook dat Kennis en Energie tijdig heeft geklaagd. Vast staat dat Kennis en Energie de e-mail van ETP van 19 januari 2021 (“Ik vind 1500 MWh verbruik aan elektra voor de WKO extreem veel. Ik vermoed dat deze elektrameting ook andere zaken worden meegemeten.”) aanstonds met Inholland heeft gedeeld, dat partijen vervolgens met behulp van hun adviseurs en in overleg hebben vastgesteld wat Inholland teveel in rekening heeft gebracht en ook overleg hebben gevoerd over terugbetaling van dat bedrag. De stelling dat de facturen niet ‘im Frage’ zijn gesteld, kan daarom niet worden volgehouden. Weliswaar heeft Kennis en Energie de facturen over 2020 en 2021 betaald, maar zoals hiervoor onder 5.9 is overwogen, heeft Kennis en Energie voldoende toegelicht waarom zij daartoe is overgegaan. Geen verjaring 5.
  34. Inholland heeft aangevoerd dat de vorderingen van Kennis en Energie zijn verjaard. Zij heeft zich beroepen op artikel 3:307 gelezen in samenhang met artikel 3:312 BW. Inholland stelt dat voor zover Inholland is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichting om de juiste bedragen door te belasten, de verjaringstermijn van vijf jaar is gaan lopen op het moment van het tekortschieten, dus op het moment van het verzenden van de onjuiste factuur. Op grond van artikel 3:312 BW verjaart de vordering tot vergoeding van de schade die door die tekortkoming is ontstaan niet later dan de rechtsvordering tot nakoming of tot herstel van die tekortkoming. 5.
  35. De rechtbank oordeelt als volgt. Kennis en Energie vordert geen nakoming, maar vergoeding van schade op grond van artikel 6:74 BW. In dat geval wordt de verjaring geregeld door artikel 3:310 lid 1 BW. Dat artikel bepaalt dat een vordering tot vergoeding van schade verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Artikel 3:312 BW heeft niet de strekking om het subjectieve aanvangsmoment van de verjaring van een schadevordering (bekendheid met de schade en de veroorzaker daarvan) te vervangen door het objectieve aanvangsmoment van artikel 3:307 BW, dat geldt voor de vordering tot nakoming van een prestatie die geheel is uitgebleven. Kennis en Energie raakte bekend met de schade en de veroorzaker ervan door de e-mail van ETP van 19 januari
  36. Dat is het aanvangsmoment van de verjaringstermijn van vijf jaar en die termijn is nog niet verstreken. Overigens zou de verjaring tijdig zijn gestuit indien het versturen van de oudste factuur op 11 maart 2016 als aanvangsmoment wordt gekozen. Inholland heeft namelijk de e-mail van ETP van 19 januari 2021 op of omstreeks 19 januari 2021 ontvangen. Die e-mail hield een voldoende duidelijke waarschuwing in dat Inholland er rekening mee moest houden dat er een discussie zou ontstaan over de juistheid van haar facturen en dat zij de beschikking moest houden over haar gegevens en bewijsmateriaal, opdat zij zich tegen een mogelijkerwijs door Kennis en Energie in te stellen vordering behoorlijk kon verweren. Door de e-mail van 19 januari 2021 is de verjaring dus tijdig gestuit als op 11 maart 2016 een verjaringstermijn is gaan lopen (artikel 3:317 BW). Schade 5.
  37. De slotsom is dat Inholland de schade die zij Kennis en Energie heeft toegebracht moet vergoeden. De omvang van deze schade is gelijk aan het bedrag dat Kennis en Energie teveel heeft betaald. Vast staat dat Kennis en Energie € 958.567,00 inclusief btw teveel heeft betaald. Die schade staat in causaal verband tot de tekortkoming in de nakoming van Inholland en kan haar worden toegerekend (artikel 6:98 BW). Omdat Kennis en Energie ook zelf btw heeft betaald, is er geen grond om de schade te begroten op het teveel betaalde bedrag exclusief btw, zoals Inholland heeft bepleit. 5.
  38. Kennis en Energie vordert dat het bedrag van € 958.567,00 wordt vermeerderd met wettelijke rente primair vanaf de factuurdata en subsidiair vanaf de data van betaling van de facturen. De rechtbank begrijpt deze vordering zo dat Kennis en Energie aanspraak maakt op vergoeding van het rendement dat zij heeft gemist, doordat de teveel betaalde bedragen aan haar vermogen zijn onttrokken en dat zij die schade begroot wenst te zien op het bedrag van de wettelijke rente. Ook gemiste winst komt voor vergoeding in aanmerking (artikel 6:96 lid 1 BW). Het ligt naar het oordeel van de rechtbank in de rede om de rendementsschade die Kennis en Energie heeft geleden te begroten op het bedrag van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW en die bepaling daartoe naar analogie toe te passen. Daarbij is niet de factuurdatum, maar de datum waarop Kennis en Energie heeft betaald een voor de hand liggend aanvangsmoment, omdat wat Kennis en Energie teveel heeft betaald op dat moment haar vermogen heeft verlaten. De bedragen inclusief btw die Kennis en Energie van jaar tot jaar teveel heeft betaald, staan tussen partijen vast en zijn in productie 12 van Kennis en Energie c.s. gedocumenteerd. Buitengerechtelijke incassokosten 5.
  39. Kennis en Energie vordert € 6.568,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. Dit bedrag is berekend overeenkomstig het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering wordt toegewezen, omdat vaststaat dat Kennis en Energie voldoende geprobeerd heeft om haar vordering buitengerechtelijk te incasseren en omdat Inholland tegen deze vordering geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd. Proceskosten 4.
  40. Inholland is ten opzichte van Kennis en Energie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Kennis en Energie betalen. De proceskosten van Kennis en Energie worden begroot op: - dagvaarding € 115,22 - griffierecht € 6.617,00 - kosten advocaat € 8.714,00 (twee punten x tarief VIII) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 15.624,22 Uitvoerbaar bij voorraad 5.
  41. De veroordelingen van Inholland worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Kennis en Energie dat heeft gevorderd en Inholland daartegen geen verweer heeft gevoerd. 6De beslissing De rechtbank 6.
  42. veroordeelt Inholland om € 958.567,00 (dit bedrag is inclusief btw) aan Kennis en Energie te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de bedragen die Kennis en Energie over de jaren 2011 tot en met 2021 teveel aan Inholland heeft betaald, steeds vanaf de datum van het betalen van het desbetreffende bedrag tot aan de dag van volledige (terug)betaling van wat teveel is betaald, 6.
  43. veroordeelt Inholland om € 6.568,00 aan buitengerechtelijke incassokosten aan Kennis en Energie te betalen, 6.
  44. veroordeelt Inholland in de proceskosten van Kennis en Energie, vastgesteld op € 15.624,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Inholland niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Inholland € 92,00 extra aan Kennis en Energie betalen, plus de kosten van betekening, 6.
  45. veroordeelt Inholland in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan, 6.
  46. veroordeelt Woonstad in de proceskosten van Inholland, vastgesteld op nihil, 6.
  47. verklaart 6.1 tot en met 6.4 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 6.
  48. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen, mr. P.D. Olden en mr. S. Said en in het openbaar uitgesproken op 23 juli
  49. 3669/3194/3855

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.