← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:13250

vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/687483 / HA ZA 24-882 Vonnis van 13 augustus 2025 in de zaak van TOTAL ENERGY SERVICE B.V., gevestigd in Uithoorn, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. A. Robustella te Ede, tegen 1SANISIGN B.V., gevestigd in Rotterdam, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

  1. [persoon A], wonend in Loosdrecht, gedaagde in conventie, advocaat mr. P.A. Visser te Rotterdam. Partijen worden hierna TES, Sanisign en [persoon A] genoemd. 1De zaak in het kort 1.
  2. TES en Sanisign hebben een distributieovereenkomst en koopovereenkomsten gesloten met betrekking tot handzeep. In de distributieovereenkomst staat dat TES de van Sanisign afgenomen handzeep in Nederland mag verkopen en dat voor verkoop buiten Nederland de toestemming van Sanisign nodig is. Het bleek echter niet toegestaan te zijn om de handzeep in Nederland te verkopen. 1.
  3. De rechtbank oordeelt dat TES de distributieovereenkomst mocht ontbinden, omdat zij op grond van deze overeenkomst mocht verwachten dat de handzeep die zij van Sanisign afnam in Nederland mocht worden verkocht. De rechtbank wijst ook de vordering tot ontbinding van de koopovereenkomsten toe. De heer [persoon A] heeft als [naam functie 1] van Sanisign onrechtmatig gehandeld tegenover TES. Hij en Sanisign worden hoofdelijk veroordeeld tot (terug)betaling van de bedragen die TES aan Sanisign heeft betaald voor de handzeep en tot vergoeding van de verdere schade van TES. Omdat de hoogte daarvan nog niet duidelijk is, wijst de rechtbank een tussenvonnis en mogen partijen zich nader uitlaten over de hoogte van de schade.
  4. De procedure 2.
  5. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 7 oktober 2024, met twintig producties; - de conclusie van antwoord van Sanisign en [persoon A] , tevens eis in reconventie van Sanisign, met twintig producties; - de brieven van 13 december 2024 van de rechtbank, waarbij partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling op 17 april 2025; - de brieven van 13 maart 2025 van de rechtbank, met een agenda voor deze behandeling; - de conclusie van antwoord in reconventie, met één productie; - de aanvullende producties genummerd 21 tot en met 23 van TES; - de akte met producties 21 tot en met 27 van Sanisign en [persoon A] ; - de akte eiswijziging van Sanisign en [persoon A] ; - de spreekaantekeningen van partijen voor de mondelinge behandeling; van deze behandeling is geen proces-verbaal opgemaakt. 2.
  6. Na de zitting heeft de rechtbank vonnis bepaald. 3De feiten 3.
  7. TES drijft een onderneming die zich volgens een uittreksel uit het handelsregister bezighoudt met het installeren, onderhouden, repareren en uitlenen van machines. 3.
  8. Sanisign drijft een onderneming die zich volgens een uittreksel uit het handelsregister bezighoudt met de groothandel in computers, randapparatuur en software en met het importeren, exporteren en verkopen van “audio visuele-, computer- en aanverwante producten”. De aandelen in Sanisign worden gehouden door Advikon B.V. en [V.O.F. A] . [persoon A] is bestuurder en enig aandeelhouder van deze laatste vennootschap. 3.
  9. Op 24 september 2020 hebben TES en Sanisign een distributieovereenkomst met elkaar gesloten (hierna: de distributieovereenkomst). Deze overeenkomst is namens TES ondertekend door de heer [persoon B] (hierna: [persoon B] ) en namens Sanisign door [persoon A] , in beide gevallen met de vermelding “(indirect) solely authorized director”. In de overeenkomst, waarin TES wordt aangeduid als Distributor en Sanisign als Principal, staat onder meer het volgende. “
  10. Definitions & interpretation 1.1 Definitions The terms and expressions capitalized in this Agreement shall have the following meaning:(…)“Products” the Principals’ Non-Alcohol foam products, together with any new and/or improved versions of these products of which Principal shall give notice of to the Distributor. Products will only be used for sale in bottles, with the SaniSign logo and product description (QR Code) with product information, and not more than 200ml. Any other size bottles, refill bottles or co-brand bottles can only be produced or sold after writing approval.(…) “Territory” the territory of the Netherlands for the selling off Non-Alcohol Foam products as described in “Products”. All other European territories is sales only allow after writing approval.(…) 2Appointment of the Distributor 2.1 Appointment as Distributor Principal hereby appoints the Distributor as its exclusive Distributor to promote, market and undertake presell activities in respect to the agreed Products in the agreed Territory, on the terms and subject to the provisions of this Agreement and the Distributor hereby accepts this appointment on those terms.(…) 2.4 Relationship between Principal and Distributor (…)2.4.3 Distributor will not, neither directly nor indirectly, actively promote sale of the Products to any person, firm or company outside the Territory. Any action by Distributor which may be suspected of resulting in movement of the Products outside the Territory must be advised immediately to Principal. Subsequently, it will be discussed and decided whether the Distributor can conclude the relevant sale under this agreement. 3Presale & enquiries of the Products 3.1 Promotion & presale 3.1.1 The Distributor shall:(…)• sales of the agreed Products in the Territory will be at least 3000 litre hand sanitiser foam by December 1st 2020 and 10.000 litre hand sanitiser by December 1st
  11. 7Term & termination 7.3 Early termination (…)7.3.2 Parties hereby agree that Principal may terminate this Agreement if Distributor will not presale 3000 liter hand sanitiser foam before December 1 st, 2020.(…)” 3.
  12. Na het sluiten van de distributieovereenkomst is TES de in die overeenkomst bedoelde Products (hierna ook: handzeep) van Sanisign gaan kopen. In dat kader zijn koopovereenkomsten tussen TES en Sanisign tot stand gekomen (hierna: de koopovereenkomsten). TES heeft in totaal € 136.733,51 aan Sanisign betaald voor deze handzeep. 3.
  13. Op 16 oktober 2020 verzendt [persoon A] vanaf zijn mailadres bij Sanisign een e-mail over de handzeep. (Ook de e-mails van [persoon A] die hierna worden besproken, zijn verzonden naar of vanaf zijn e-mailadres bij Sanisign.) In de e-mail van 16 oktober 2020 staat onder meer het volgende. “Aangezien het een Europeesch goedgekeurd product is mag het hier ook verkocht worden. Op onze producten staan alle nummers van goedkeuring vermeld. Echter zorginstellingen kunnen een N nummer vragen, wat op dit moment niet verplicht is voor producten die bij de esha geregistreerd staan. Wij staan in de wachtrij om ook dit N nummer te krijgen maar er is een giga administratieve achterstand bij de instantie die dit moet registreren.” 3.
  14. Op 10 november 2020 legt [persoon B] een e-mailbericht van een derde voor aan [persoon A] , met het verzoek daarop te reageren. In dat bericht staat onder meer het volgende. “Mbt de Sani foam Hand Foam Sanitiser, als dit product door de NVWA wordt "gespot" gaat het onherroepelijk van de markt. Het is voor Nederland een biocide die onjuist is geëtiketteerd en geen registratienummer heeft. Het enige dat de toegevoegde test verteld is dat het product is getest op een stuk werkzaamheid. Dit is beslist geen toelating. Mag dit in NL: nee Kan dit in Dtsl: ja, nog wel Voor de toekomst geldt dat er een registratie moet worden ingediend. Eerst moet er een Europese toelating komen. Daar sluit u op aan met een toelating in de Lidstaten. Dat wordt tzt alsnog een redelijke kostenpost. Maar tot die tijd kan het product in Dtsl op de markt worden gebracht. Overigens wel met een heel andere etikettering want etikettering/classificatie en SDS zijn m.i. niet correct.” 3.
  15. Op 10 november 2020 antwoordt [persoon A] per e-mail als volgt. “Hierbij de link naar de toelating voor de gehele Uni.https://echa.europa.eu/nl /regulations/biocidal-products-regulation/authorisation-of-biocidal-peoducts/union-authorisation Onze producten vallen in de catogerieen 1,2,3, en
  16. Binnen de database van de ECHA staan onze producten geregistreerd.” 3.
  17. Op 18 november 2020 e-mailt [persoon A] het volgende aan [persoon B] . “https://www.msn.com/nl-nl/nieuws/Binnenland/tientallen-bedriiven-in-de-fout-met-desinfectiemiddelen/ar-BBlb7nHO?ocid=msedgdhp Hier dus ook de bevestiging dat die vrijstelling er is als je maar aan de regels houd.” 3.
  18. Bij e-mailbericht van 9 maart 2021 heeft [persoon A] aan [persoon B] laten weten dat dat de handzeep in Nederland geen vrijstelling heeft gekregen, terwijl dat volgens [persoon A] wel is toegezegd. Bij e-mailbericht van 6 april 2021 heeft [persoon A] aan [persoon B] laten weten dat het ernaar uitziet dat een “reguliere vrijstelling” voor Nederland moet worden afgewacht. 3.
  19. Bij brief van 27 december 2021, onder meer gericht aan [persoon B] , heeft een medewerker van de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT) onder meer het volgende meegedeeld. “Op 24 november 2021 heb ik samen met mijn collega (…) uw bedrijf 4Uit Trading geïnspecteerd. Dit hebben wij gedaan op de locatie van Total Energy Service (…, Uithoorn) in aanwezigheid de heer [persoon A] ( [naam functie 2] [bedrijf A] . en [naam functie 1] van SaniSign B.V.) De inspectie had tot doel te beoordelen of u voldoet aan Verordening 528/2012/EU betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (hierna: de Biocidenverordening) en de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb). In deze brief ga ik in op de geconstateerde tekortkomingen: het aanbieden en gebruiken van het niet-toegelaten producten Sanifoam (…), producten uit de lijn Sanisign en Sterizar, en het aanprijzen van producten. (…) U heeft verschillende tekortkomingen al opgeheven. De tekortkomingen 'gebruik' van Sanifoam en Sterizar zijn nog niet opgeheven. Het gaat hier specifiek over de opslag van beide producten. Opslag valt namelijk onder het begrip ‘gebruik’. (…) (…)Om de overtredingen te beëindigen en ongedaan te maken dient u te stoppen met het gebruik van Sanifoam en Sterizar en dient u herhaling hiervan te voorkomen.” 3.
  20. Bij brief van 18 januari 2022 heeft TES Sanisign, ter attentie van [persoon A] , gewezen op de brief van de ILT en zich op het standpunt gesteld dat die brief haaks staat op de door Sanisign gegeven voorstelling van zaken, namelijk dat de handzeep op de Nederlandse markt mag worden verhandeld en dus ook opgeslagen. Voordat TES een juridisch standpunt inneemt, wenst zij overleg met Sanisign. 3.
  21. Bij brief van 19 januari 2022 heeft de ILT verduidelijkt dat de verboden opslag van de producten in Nederland uiterlijk op 1 maart 2022 beëindigd moet worden. 3.
  22. Bij brief van 4 februari 2022 heeft Sanisign zich op het standpunt gesteld dat aan TES altijd is voorgehouden dat er nog geen toelating voor de producten in Nederland was, wel voor andere Europese landen. Volgens Sanisign is geen sprake van een tekortkoming of een onjuiste voorstelling van zaken en is er (dus) geen grond voor ontbinding of vernietiging van de distributieovereenkomst. 3.
  23. Bij brief van 10 februari 2022 heeft TES aan Sanisign onder meer het volgende geschreven. “Primair: de distributieovereenkomst bevat rechten en verplichtingen, die door uw cliënten niet gestand kunnen worden gedaan. De producten kunnen en mogen in Nederland niet worden verkocht. Dit betekent dat uw cliënte in de nakoming van de distributieovereenkomst blijvend tekortschiet, reden voor cliënte om de ontbinding van die overeenkomst in te roepen, uw cliënte aan te spreken op de nakoming van de ongedaanmakingsverbintenissen – terugbetaling van reeds betaalde factuurbedragen en het onmiddellijk terugnemen van de voorraad – en uw cliënte aan te spreken tot vergoeding van geleden en nog te lijden schade, die zij als gevolg van het toerekenbaar tekortschieten van uw cliënte heeft geleden. (,,,) Cliënte verzoekt uw cliënte uiterlijk 14 februari 2022 kenbaar te maken dat zij instemt met de ontbinding van de distributieovereenkomst en gevolg zal geven aan de daaruit voortvloeiende ongedaanmakingsverbintenissen en de aansprakelijkstelling ter zake de door cliënte geleden en nog te lijden schade. Doet uw cliënte dan niet, zal ik uw cliënte onmiddellijk in een kort gedingprocedure met als inzet het voor 1 maart 2022 terugnemen van de voorraad producten betrekken.” 3.
  24. Sanisign heeft niet aan deze sommatie voldaan. 3.
  25. Op 25 februari 2022 heeft TES Sanisign in kort geding gedagvaard. Bij vonnis van 21 maart 2022 (ECLI:NL:RBROT:2022:7177) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank onder meer het volgende overwogen en beslist. “4.
  26. (…) Uit de wederzijdse standpunten blijkt dat partijen dc verplichtingen uit de distributieovereenkomst elk in verschillende zin hebben opgevat. Ter beantwoording van de vraag welke opvatting de juiste is, komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs mochten toekennen aan de distributieovereenkomst en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit de distributieovereenkomst voldoende volgt dat het de bedoeling van partijen was dat het product in Nederland zou worden verhandeld. De distributieovereenkomst is immers gericht op exclusieve verkoop van het product op de Nederlandse markt. In een dergelijk geval mag een distributeur er vanuit gaan dat het product in Nederland mag worden verkocht en verspreid. Dit is slechts anders indien er concrete aanwijzingen voor bestaan dat het tegendeel het geval is. Dat is hier niet aan de orde. In de distributieovereenkomst is geen enkele aanwijzing te vinden die erop duidt dat de producten niet in Nederland verkocht mogen worden. Dat na het sluiten van dc distributieovereenkomst en voordat TES de bestellingen bij Sanisign plaatste het voor TES voldoende duidelijk was dat de producten in Nederland niet zijn toegestaan is onvoldoende gebleken. Uit de door TES overgelegde producties blijkt genoegzaam dat ook nadat TES op 10 november 2020 op de hoogte was gesteld over de bedenkingen ter zake de toelating van het product en dit met Sanisign heeft gedeeld, Sanisign is blijven volharden in de stelling dat het product in Nederland was toegelaten, of dat daar in ieder geval een voorlopige vrijstelling voor gold dan wel zou gaan gelden. Hoewel beide partijen zich op een voor hen onbekende markt hebben begeven mocht TES naar het oordeel van de voorzieningenrechter vertrouwen op de juistheid van de mededelingen van Sanisign. Pas in maart 2021 werd voor TES echt duidelijk dat de verkoop en verspreiding van het product in Nederland was uitgesloten. Reeds voor die tijd heeft TES de producten besteld en promotie gemaakt. Nu de distributieovereenkomst is gericht op de verkoop van het product in Nederland, kan deze niet los worden gezien van de door partijen gesloten koopovereenkomsten. Gelet op het voorgaande is bepaald voorstelbaar dat in een eventuele bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de tekortkoming aan de zijde van Sanisign ontbinding van de distributieovereenkomst rechtvaardigt. Gelet op de sommatie van de Inspectie en de daardoor ontstane urgentie is het treffen van een (voorlopige) voorziening bij wege van ordemaatregel daarom op zijn plaats. De vordering om Sanisign te gebieden de producten terug te nemen dan wel af te voeren wordt daarom toegewezen. (…) De voorzieningenrechter (…) veroordeelt Sanisign om binnen een week na betekening van dit vonnis alle in de opslag van TES aanwezige producten terug te nemen c.q. te laten afvoeren, zodat TES voldoet aan de door Inspectie Leefomgeving en Transport gedane aanzegging c.q. sommatie ter zake de opslag van de producten, zulks op straffe van een dwangsom van (…)” 3.
  27. Bij brief van 6 maart 2024 heeft TES aan Sanisign, ter attentie van [persoon A] , onder meer het volgende geschreven. “
  28. Door SaniSign B.V. is na betekening van het vonnis in kort geding van 21 maart 2022 uitvoering gegeven aan de door de voorzieningenrechter aan haar opgelegde veroordeling in die zin dat de bij cliënte aanwezige producten zijn overgebracht naar een opslagruimte in België.
  29. Vervolgens heeft cliënte gedurende geruime tijd inspanningen gepleegd om de producten te verkopen. Cliënte is daarin niet geslaagd en heeft – gelet op de aard en de omvang van de door haar geleverde inspanningen – niet de verwachting dat zij er (alsnog) in zal slagen om de producten te verkopen.
  30. Deze constatering geeft cliënte aanleiding SaniSign B.V. aan te spreken op de financiële gevolgen van de ontbinding van de distributieovereenkomst en de daarmee samenhangende koopovereenkomsten ter zake de producten in die zin dat cliënte aanspraak maakt op betaling van het bedrag ad € 136.733,41, te vermeerderen met de nader vast te stellen wettelijke rente, en vergoeding van de door haar als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van SaniSign B.V. geleden en nog te lijden schade.” 3.
  31. Bij brief van 20 maart 2024 heeft Sanisign hierop onder meer als volgt gereageerd. “(…) Op 24 september 2020 hebben partijen een distributieovereenkomst gesloten. Partijen wisten dat toen geen Nederlands N-nummer was afgegeven. Er was enkel de hoop dat die zou worden afgegeven. Na het tekenen van deze overeenkomst hebben partijen overleg gevoerd om te kijken hoe een product in Nederland kon worden verkocht. Het betreft hier een distributieovereenkomst, geen koopovereenkomst. Van meet af aan had uw cliënte de ambitie om het product buiten Nederland te verkopen. Op 31 augustus 2020 heeft uw cliënte cliënte verzocht om de toegestane afzetmarkt uit te breiden. Op 10 november 2020 blijkt dat het productie niet in Nederland mag worden verkocht. De bestelling van 15 oktober 2020, waarvan de goederen zijn geleverd in de eerste week januari 2021, heeft uw cliënte niet geannuleerd. Integendeel, het product is afgenomen en betaald. Nadien zijn ook diverse bestellingen geplaatst. Aansluitend heeft uw cliënte vanaf februari 2021 de nodige promotie en reclame voor het product gemaakt. (…) In maart 2021 is cliënte gebleken dat zij ook geen voorlopige vrijstelling kreeg voor de verkoop van de producten in Nederland. Dat heeft cliënte direct gemeld aan uw cliënte. Zoals cliënte het beziet, kwam de kwestie pas in een stroomversnelling wanneer ILT laat weten dat het product ook niet in Nederland mag worden opgeslagen en moet worden verplaatst naar een land waar het product wel is toegestaan, zoals in België. Dat is vervolgens gebeurd. Nadien heeft uw cliënte geprobeerd de goederen verder te verkopen, maar is dit product klaarblijkelijk niet verkoopbaar gebleken. Cliënte meent dat het hier gaat om een commercieel risico dat bij uitsluiting van risico komt van uw cliënte. Uw cliënte heeft van meet af aan de ambitie gehad het product buiten Nederland te verkopen en heeft, wetende dat de verkoop wanneer dat op korte termijn niet mogelijk was, geen aanleiding daarin gezien om eerdere orders te annuleren of anderszins minder goederen in te kopen. Cliënte meent dan ook dat er geen sprake is van dwaling of wederzijdse dwaling. Cliënte meent verder er geen sprake is van non-conformiteit, nu partijen ook geen specifieke producteigenschappen zijn overeengekomen. (…) Cliënte meent dan ook dat zij niet gehouden is het nadeel dat uw cliënte heeft geleden, althans stelt te hebben geleden, te vergoeden. Daarbij gaat uw cliënte er aan voorbij dat zij de betreffende goederen ook heeft verkocht. Uw cliënte geeft derhalve ook geen inzage in wat de omvang van het beweerdelijk geleden nadeel zou zijn. Cliënte ziet derhalve geen aanleiding om uw cliënte te compenseren.” 4De vorderingen en de reacties daarop in conventie 4.
  32. TES vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1) voor recht verklaart dat TES door Sanisign is bewogen tot het sluiten van de distributieovereenkomst – met als oogmerk het verkopen en verspreiden van het product op de Nederlandse markt – en koopovereenkomsten ter zake het product, terwijl Sanisign wist of behoorde te weten dat het product niet in Nederland mocht worden verkocht; 2) voor recht verklaart dat TES de door haar met Sanisign gesloten distributieovereenkomst op juiste gronden buitengerechtelijk heeft ontbonden, althans vernietigd;3) voor recht verklaart dat Sanisign, door te handelen zoals omschreven in vordering 1, jegens TES onrechtmatig heeft gehandeld in de zin van artikel 6:162 BW; 4) de door TES met Sanisign gesloten koopovereenkomsten ontbindt op de grond dat het in het kader van die koopovereenkomsten geleverde product kwalificeert als non-conform in de zin van artikel 7:17 lid 1 BW en Sanisign en [persoon A] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de door Sanisign van TES ontvangen koopprijzen, in totaal € 136.733,51, althans voor recht verklaart dat de handelwijze van Sanisign in het kader van de totstandkoming van die koopovereenkomsten kwalificeert als onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW en dat Sanisign de als gevolg daarvan door TES geleden schade moet vergoeden; 5) voor recht verklaart dat Sanisign jegens TES schadeplichtig is als gevolg van haar toerekenbaar tekortschieten in het nakomen van de distributieovereenkomst en de daarop gevolgde koopovereenkomsten ter zake het product, althans het onrechtmatig handelen jegens TES in het kader van (de totstandkoming van) die overeenkomsten; 6) Sanisign en [persoon A] hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van alle door TES geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; 7) voor recht verklaart dat [persoon A] jegens TES onrechtmatig heeft gehandeld bij de totstandkoming van de distributieovereenkomst en daarop gevolgde koopovereenkomsten tussen TES en Sanisign door TES niet te informeren over het feit dat het product niet in Nederland mocht worden verkocht; 8) voor recht verklaart dat [persoon A] gehouden is tot vergoeding van de door TES geleden en nog te lijden schade als gevolg van de ontbinding van de distributieovereenkomst en de daarop gebaseerde koopovereenkomsten;9) Sanisign en [persoon A] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een voorschot van € 136.733,51 op de door TES geleden schade; 10) Sanisign en [persoon A] hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van alle door TES geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; 11) Sanisign en [persoon A] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de proceskosten en de nakosten. 4.
  33. Sanisign en [persoon A] concluderen tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van TES in de proceskosten. in reconventie 4.
  34. Sanisign vordert (na wat zij formeel een eiswijziging noemt, maar door de rechtbank en partijen wordt gezien als het corrigeren van een kennelijke verschrijving, wat zonder meer is toegestaan) dat de rechtbank TES bij vonnis veroordeelt om:1) € 16.957,00 exclusief btw aan Sanisign te betalen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 december 2024;2) € 795,00 aan Sanisign te betalen per maand waarin TES nalaat de goederen te verwijderen van de locatie waar deze zijn opgeslagen in Kinrooi (België). 4.
  35. TES concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Sanisign. in conventie en in reconventie 4.
  36. De rechtbank zal de standpunten van partijen hieronder verder bespreken voor zover dat van belang is voor de beoordeling van de vorderingen. 5De beoordeling in conventie De buitengerechtelijke ontbinding van de distributieovereenkomst door TES is geldig 5.
  37. Bij brief van 10 februari 2022 heeft TES (primair) de ontbinding van de distributieovereenkomst ingeroepen. Deze overeenkomst heeft betrekking op de verkoop van handzeep van Sanisign in Nederland, maar die handzeep mocht in Nederland niet worden verkocht. 5.
  38. Sanisign benadrukt dat deze vordering betrekking heeft op de distributieovereenkomst en niet op de koopovereenkomsten. Volgens haar was bij het sluiten van de distributieovereenkomst al bekend dat verkoop in Nederland niet zonder meer was toegestaan. Dat was voor TES niet onoverkomelijk, want zij wilde de handzeep ook buiten Nederland verkopen en in veel Europese landen was de handzeep wel toegelaten. 5.
  39. De rechtbank heeft op dit punt niets wezenlijks toe te voegen aan wat de voorzieningenrechter in 4.5 van zijn uitspraak van 21 maart 2022 al heeft overwogen. Als twee commerciële partijen een distributieovereenkomst met elkaar sluiten die gelet op de tekst ervan onmiskenbaar betrekking heeft op de verkoop van een product in Nederland, waarbij verkoop buiten Nederland op grond van deze overeenkomst alleen is toegestaan na schriftelijke toestemming van de leverancier, mag de afnemer er in beginsel van uitgaan dat het is toegestaan om het product in Nederland te verkopen. Sanisign en [persoon A] hebben niets naar voren gebracht waaruit kan volgen dat TES hier niet van uit mocht gaan. Uit verschillende uitlatingen van Sanisign en [persoon A] , hiervoor weergegeven in 3.5, 3.7 en 3.8, blijkt dat zij ook na het sluiten van de distributieovereenkomst tegenover TES de indruk hebben gewekt dat het product in Nederland verkocht mag worden. Op grond waarvan het TES ten tijde van het sluiten van de distributieovereenkomst desondanks duidelijk had moeten zijn dat de handzeep in Nederland niet mocht worden verkocht, hebben Sanisign en [persoon A] niet onderbouwd. Hoogstens kan uit het bericht van 16 oktober 2020 worden opgemaakt dat zorginstellingen in Nederland volgens Sanisign en [persoon A] om een N-nummer kunnen vragen. Dat betekent echter nog niet zonder meer dat verkoop van de handzeep aan zorginstellingen in Nederland niet is toegestaan en nog minder dat verkoop in Nederland aan anderen dan zorginstellingen niet is toegestaan, laat staan dat TES hiermee ten tijde van het sluiten van de distributieovereenkomst bekend was of had moeten zijn. 5.
  40. Het betoog van Sanisign en [persoon A] met de strekking dat TES tamelijk speculatief te werk ging, dat zij de handzeep ook buiten Nederland wilde verkopen en dat Sanisign dat uiteraard prima vond, is juridisch gezien niet relevant in relatie tot de gevorderde verklaring voor recht dat de distributieovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden. Zelfs al zou Sanisign op enig moment aan TES toestemming hebben verleend om de handzeep buiten Nederland te verkopen, wat TES betwist, dan nog was de gesloten distributieovereenkomst aanvankelijk uitsluitend gericht op de verkoop van de handzeep in Nederland. Het gegeven dat de handzeep van Sanisign in Nederland niet is toegelaten, levert daarom een tekortkoming in de nakoming van de verbintenissen van Sanisign uit de distributieovereenkomst op. 5.
  41. Toerekenbaarheid van deze tekortkoming aan Sanisign is geen voorwaarde voor ontbinding van de distributieovereenkomst. Voor zover Sanisign heeft beoogd dat te stellen, heeft zij onvoldoende onderbouwd dat de tekortkoming niet ernstig is of dat er andere redenen zijn waarom TES de ontbinding van deze overeenkomst niet mocht inroepen. Vordering 2 (primair) is dan ook toewijsbaar. De vordering tot ontbinding van de koopovereenkomsten is toewijsbaar 5.
  42. Hoewel TES in punt 10 van haar brief van 6 maart 2024 het standpunt lijkt in te nemen dat zij ook de koopovereenkomsten buitengerechtelijk heeft ontbonden en haar brief van 10 februari 2022 aanknopingspunten bevat voor het oordeel dat zij dat inderdaad (impliciet) heeft gedaan, vordert TES geen verklaring voor recht dat zij de koopovereenkomsten rechtsgeldig heeft ontbonden, maar vordert zij dat de rechtbank de koopovereenkomsten ontbindt. Daar moet de rechtbank dus van uitgaan. 5.
  43. Deze vordering is toewijsbaar. Er is een nauwe samenhang tussen de distributieovereenkomst en de vervolgens gesloten koopovereenkomsten. Op grond van de distributieovereenkomst was TES verplicht om jaarlijks een minimale hoeveelheid producten van Sanisign af te nemen. Met andere woorden, TES was op grond van de distributieovereenkomst verplicht om koopovereenkomsten met Sanisign te sluiten. In wezen geldt voor de koopovereenkomsten hetzelfde als voor de distributieovereenkomsten: wie een product koopt dat op grond van de onderliggende distributieovereenkomst uitsluitend in Nederland mag worden verkocht, mag ervan uitgaan dat het is toegestaan om dat product in Nederland te verkopen. Niet alleen was dat niet toegestaan, het bleek zelfs niet toegestaan om het product in Nederland op te slaan in afwachting van mogelijke verkoop in het buitenland. 5.
  44. Sanisign heeft ter zitting betoogd dat, als de distributieovereenkomst ontbonden zou zijn, dit betekent dat TES niet langer gebonden is aan de beperkingen van die overeenkomst en dat zij het product zonder toestemming van Sanisign mag verkopen buiten Nederland. Er is in die situatie geen reden (meer) om ook de koopovereenkomsten te ontbinden, zo begrijpt de rechtbank het betoog. Dit betoog slaag niet. Toen de koopovereenkomsten werden gesloten, was de distributieovereenkomst nog niet ontbonden en golden de verplichtingen uit die overeenkomst dus nog, waaronder de verplichtingen om producten van Sanisign af te nemen en die producten niet buiten Nederland te verkopen zonder schriftelijke toestemming. De handzeep moest toen dus in Nederland worden verkocht, maar daar was de handzeep nu juist niet toegelaten. Daarmee verkocht Sanisign producten aan TES die door TES niet (door)verkocht mochten worden in het geografische gebied waarin ze op grond van de distributieovereenkomst verkocht moesten worden en waren deze producten in juridische zin dus niet verkoopbaar. Dit is onmiskenbaar een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van Sanisign op grond van de koopovereenkomsten die ontbinding van die overeenkomsten rechtvaardigt. In zoverre is vordering 4 toewijsbaar. [persoon A] is aansprakelijk als [naam functie 1] van Sanisign 5.
  45. De verklaring voor recht dat TES de distributieovereenkomst rechtmatig heeft ontbonden en de toewijzing van de vordering tot ontbinding van de koopovereenkomsten brengen mee dat ongedaanmakingsverbintenissen ontstaan en dat Sanisign gehouden is tot vergoeding van de (verdere) schade die TES heeft geleden als gevolg van de tekortkomingen in de nakoming van deze overeenkomsten door Sanisign. TES vordert, kort gezegd, dat [persoon A] als [naam functie 1] van Sanisign hoofdelijk wordt veroordeeld tot vergoeding van deze schade. [persoon A] betwist deze vordering en benadrukt onder meer de hoge lat voor bestuurdersaansprakelijkheid. 5.
  46. Zoals [persoon A] terecht vooropstelt, is als een rechtspersoon wanprestatie pleegt in beginsel alleen de rechtspersoon zelf aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade. Aansprakelijkheid van de bestuurder van een rechtspersoon is slechts aan de orde als de bestuurder een persoonlijk en ernstig verwijt kan worden gemaakt van deze wanprestatie. 5.
  47. Aan deze voorwaarde is voldaan. [persoon A] heeft de distributieovereenkomst namens Sanisign ondertekend en hij heeft ook na het sluiten daarvan verschillende mededelingen aan TES gedaan met de strekking dat de handzeep in Nederland mocht worden verkocht. Toen TES daar na raadpleging van een derde op 10 november 2020 serieuze vraagtekens bij plaatste, was het [persoon A] die TES nog dezelfde dag zonder enig voorbehoud voorhield dat het product in de gehele Europese Unie was toegelaten (zie onder 3.7) en op 18 november 2020 dat er een vrijstelling was (zie onder 3.8). Het is mogelijk dat [persoon A] er op dat moment van overtuigd was dat dit inderdaad het geval was of dat hij vertrouwde op wat hij uitlegde als een toezegging dat de handzeep in Nederland toegelaten zou gaan worden, maar dat neemt niet weg dat hij als bestuurder in beginsel heeft in te staan voor de juistheid van de mededelingen die hij namens ‘zijn’ onderneming doet. Het is de rechtbank niet gebleken dat [persoon A] informatie heeft ingewonnen of wetenschap had die verklaart waarom hij deze stellige en onvoorwaardelijke mededelingen heeft gedaan. TES heeft op deze mededelingen vertrouwd en dat mocht zij ook, in het verlengde van het gegeven dat zij ervan uit mocht gaan dat het product dat voorwerp was van de distributieovereenkomst en de koopovereenkomsten en in Nederland moest worden verkocht daar (dus) ook mocht worden verkocht. 5.
  48. De conclusie is dat Sanisign en [persoon A] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die TES heeft geleden vanwege de wanprestatie van Sanisign. De gevolgen van het voorgaande voor de (andere) vorderingen 5.
  49. TES heeft niet onderbouwd dat zij bij toewijzing van de vorderingen inzake ontbinding, schadevergoeding en hoofdelijkheid nog een afzonderlijk belang heeft bij de onder 1 gevorderde verklaring voor recht. Deze vordering wordt daarom afgewezen. Hetzelfde geldt voor vordering 3 en voor het gedeelte van vordering 4 dat begint met “althans” voor zover dat onderdeel niet subsidiair mocht zijn bedoeld. In 5.16 vat de rechtbank samen welke vorderingen toewijsbaar zijn. 5.
  50. De mogelijkheid dat TES meer schade heeft geleden dan de bedragen die zij aan Sanisign heeft betaald is aannemelijk en dat hebben Sanisign en [persoon A] op zichzelf ook niet betwist. De rechtbank zal de gevorderde verwijzing naar de schadestaat echter niet toewijzen. Het wettelijke uitgangspunt is dat de schade indien mogelijk in deze procedure wordt begroot (artikel 612 Rv). De rechtbank stelt TES in de gelegenheid om deze schade bij akte te onderbouwen, waarop Sanisign en [persoon A] bij antwoordakte mogen reageren. Dit betekent dat de rechtbank een tussenvonnis zal wijzen. Dit hoeft Sanisign en [persoon A] er niet van te weerhouden om nu al te voldoen aan de toewijsbare vorderingen van TES, in de eerste plaats door € 133.761,33 aan haar te betalen. Sanisign en [persoon A] hebben weliswaar gesteld dat TES producten heeft verkocht en daarmee omzet heeft gegenereerd, maar TES betwist dit afgezien van een uiterst minimale hoeveelheid handzeep en Sanisign en [persoon A] hebben hun stelling niet nader onderbouwd. In elk geval hebben zij niet onderbouwd dat de eventuele winst uit deze minimale verkoop hoger is dan de overige schade die TES heeft geleden. 5.
  51. Het staat partijen vrij om naar aanleiding met dit tussenvonnis met elkaar in overleg te treden over een regeling, waarmee zij mogelijk de nodige tijd en kosten kunnen besparen. Als zij daar meer tijd voor nodig hebben, kunnen zij de rechtbank vragen de hieronder te stellen termijnen te verlengen. 5.
  52. Resumerend zullen in een eventueel eindvonnis worden toegewezen de vordering om voor recht te verklaren dat de buitengerechtelijke ontbinding van de distributieovereenkomst door TES geldig is, de vordering om de koopovereenkomsten te ontbinden, de vordering om Sanisign en [persoon A] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 133.761,33, de vordering om hen hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de overige schade die TES heeft geleden en de vordering inzake de proceskosten. in reconventie 5.
  53. Omdat TES niet heeft gevorderd voor recht te verklaren dat zij de koopovereenkomsten buitengerechtelijk heeft ontbonden en de door de rechtbank bij een eventueel eindvonnis uit te spreken ontbinding van deze overeenkomsten geen terugwerkende kracht heeft, zijn de door Sanisign na het vonnis in kort geding in België opgeslagen goederen in juridische zin nog het eigendom van TES. De noodzaak tot deze opslag in België is echter het gevolg van de wanprestatie van Sanisign; zij heeft producten aan TES verkocht die op grond van de distributieovereenkomst in Nederland verkocht moesten worden, maar dat mocht TES nu juist niet doen en zij mocht de producten ook niet in Nederland opslaan. Daar hoefde TES niet op bedacht te zijn. Onder deze omstandigheden gaat het niet aan dat Sanisign de kosten van de opslag in België, die nodig was ter beëindiging van de door de ILT vastgestelde overtreding, op TES wil verhalen en moeten deze kosten voor rekening van Sanisign blijven. De vorderingen van Sanisign zijn dan ook niet toewijsbaar en zij zal bij een eventueel eindvonnis in de proceskosten van TES worden veroordeeld. 6De beslissing De rechtbank: 6.
  54. verwijst de zaak naar de rol van 24 september 2025 voor het nemen van een akte door TES zoals bedoeld in 5.14; 6.
  55. bepaalt dat de zaak vier weken nadat TES deze akte heeft genomen weer op de rol zal komen voor het nemen van een antwoordakte door Sanisign en [persoon A] ; 6.
  56. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus
  57. 3194/3152

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.