← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:13260

RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/707764 / KG ZA 25-992 Vonnis in kort geding van 12 november 2025 in de zaak van 1 [eiser 1],

  1. [eiser 2], woonplaats: Hendrik-Ido-Ambacht, eisende partijen, advocaat: mr. J.H. Bargeman, tegen [gedaagde] , woonplaats: Klaaswaal, gedaagde partij, die niet is verschenen. Partijen worden hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd. 1De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 16 oktober 2025, met bijlagen 1 tot en met 7; de mondelinge behandeling op 5 november
  3. 2De beoordeling 2.
  4. De voorzieningenrechter verleent verstek tegen [gedaagde]. [gedaagde] is namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij zijn oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels zijn gevolgd. 2.
  5. Het spoedeisend belang van [eisers] bij hun vorderingen volgt uit de stellingen in de dagvaarding. 2.
  6. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt daarom toegewezen, met inachtneming van het volgende. 2.3.
  7. De zaak draait er in de kern om dat [eisers] willen dat [gedaagde] de met betrekking tot de woning van [eisers] gesloten koopovereenkomst nakomt, in die zin dat hij de woning afneemt en de koopsom betaalt. Uit de dagvaarding en de daarbij in het geding gebrachte bijlagen blijkt dat [gedaagde] zich voorafgaand aan deze zaak op het standpunt heeft gesteld dat hij (op dat moment) onvoldoende financiële middelen beschikbaar heeft om de koopsom te kunnen voldoen. Gelet daarop zou kunnen worden betwijfeld of aan de veroordeling van [gedaagde] om de woning af te nemen en de koopsom te betalen een dwangsom kan worden gekoppeld, omdat in de regel geen dwangsom wordt gekoppeld aan verplichtingen die een partij niet kan nakomen. 2.3.
  8. Echter, [eisers] hebben gesteld dat [gedaagde] zijn standpunt nooit met stukken heeft onderbouwd. [gedaagde] is ook niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling om zijn standpunt alsnog (met stukken) te onderbouwen of anderszins uitleg te geven over waarom hij de woning van [eisers] nog steeds niet heeft afgenomen. Verder hebben [eisers] tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat [gedaagde] recent op vakantie is geweest naar Ibiza, dat [gedaagde] recent met een spiksplinternieuwe BMW bij een school is gezien en dat [gedaagde] recent nieuwe vennootschappen heeft opgericht, waarvoor mogelijk startkapitaal nodig is geweest. 2.3.
  9. Gelet hierop bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aanleiding om te betwijfelen of [gedaagde] daadwerkelijk over onvoldoende financiële middelen beschikt om de met [eisers] gesloten koopovereenkomst na te komen. Aangezien de boeteclausule in de tussen partijen gesloten koopovereenkomst voor [gedaagde] blijkbaar onvoldoende financiële prikkel heeft gevormd om de koopovereenkomst na te komen, acht de voorzieningenrechter het in dit concrete geval nodig om als extra prikkel een dwangsom te verbinden aan de veroordeling van [gedaagde] om de woning alsnog af te nemen en de koopsom te betalen. Uit overwegingen 3.4.2 tot en met 3.4.5 van het arrest van de Hoge Raad van 23 januari 2015 (ECLI:NL:HR:2015:113) volgt dat in een geval als dit, waarin de hoofdverplichting bestaat uit afname van de woning en niet afzonderlijk een dwangsom wordt verbonden aan de betaling van een geldsom, een dwangsom kan worden opgelegd. Die dwangsom wordt, in afwijking van de vordering, gesteld op € 2.000,00 per dag met een maximum van € 150.000,
  10. De termijn waarbinnen [gedaagde] de woning moet afnemen en de koopsom moet betalen, wordt tot slot gesteld op twee weken na de dag waarop dit vonnis aan [gedaagde] is betekend. 2.
  11. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op: - dagvaarding € 145,45 - griffierecht € 331,00 - salaris advocaat € 715,00 (tarief verstekzaak) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.369,45 2.
  12. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 3De beslissing De voorzieningenrechter: 3.
  13. veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de woning aan het adres [adres] af te nemen tegen betaling van de koopsom; 3.
  14. veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een dwangsom van € 2.000,00 per dag dat hij de veroordeling in 3.
  15. niet nakomt, met dien verstande dat [gedaagde] maximaal € 150.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren; 3.
  16. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.369,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening; 3.
  17. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  18. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.3349 / 1694

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.