vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/687483 / HA ZA 24-882 Vonnis van 15 oktober 2025 in de zaak van TOTAL ENERGY SERVICE B.V., gevestigd in Uithoorn, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. A. Robustella te Ede, tegen 1SANISIGN B.V., gevestigd in Rotterdam, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, 2. [persoon A], wonend in Loosdrecht, gedaagde in conventie, advocaat mr. P.A. Visser te Rotterdam. Partijen worden hierna TES, Sanisign en [persoon A] genoemd. 1Inleiding en samenvatting In dit vonnis beslist de rechtbank op het verzoek van Sanisign en [persoon A] om terug te komen van het tussenvonnis van 13 augustus 2025 (hierna: het tussenvonnis) en op hun verzoek om tussentijds hoger beroep tegen het tussenvonnis toe te staan. De rechtbank wijst deze verzoeken af en verwijst de zaak naar de rol van 12 november 2025 voor het nemen van een antwoordakte door Sanisign en [persoon A] . 2De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis en de daarin vermelde stukken; - de akte terugkomen op eerder gewezen vonnis althans openstellen tussentijds appel ex artikel 337 Rv van Sanisign en [persoon A] , met producties 28 tot en met 37; - de antwoordakte van TES; - de akte na tussenvonnis van TES, met elf producties. 2.2. Vervolgens heeft de rechtbank vonnis bepaald. Naar aanleiding daarvan hebben Sanisign en [persoon A] op 9 en 10 oktober 2025 berichten gestuurd, die door de rechtbank zijn beantwoord. De zaak is voor vonnis blijven staan. 3De beoordeling van de verzoeken Het verzoek om terug te komen van het tussenvonnis 3.1. Als de rechtbank in een tussenvonnis over een geschilpunt uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft beslist, is het uitgangspunt dat daar in het verdere verloop van de procedure bij de rechtbank niet van wordt teruggekomen. Hierop wordt een uitzondering gemaakt als bijzondere omstandigheden het onaanvaardbaar maken dat de rechtbank aan een dergelijke beslissing vasthoudt. Dat is het geval als het tussenvonnis berust op een feitelijke of juridische misslag en de rechtbank een onjuist eindvonnis zou wijzen als zij ondanks die misslag aan de beslissing in het tussenvonnis zou vasthouden. 3.2. Sanisign en [persoon A] baseren hun verzoek om terug te komen van het tussenvonnis ten eerste op het argument dat de rechtbank in het tussenvonnis ten onrechte geen acht heeft geslagen op hun aanbod om de heer [persoon B] als getuige te horen, “die aan geeft dat TES zelf verkeerde beslissingen heeft genomen en toestemming is gegeven voor alle landen”. 3.3. Zoals TES terecht opmerkt, kan uit het tussenvonnis worden afgeleid dat dit bewijsaanbod door de rechtbank niet relevant is geacht, in ieder geval niet in dit stadium van de procedure. Het tussenvonnis is in de kern gebaseerd op het oordeel van de rechtbank dat het een tekortkoming van Sanisign in de nakoming van de distributieovereenkomst en de koopovereenkomsten oplevert dat het door haar aangeboden product niet mocht worden verkocht in Nederland. Dat dit niet mocht, staat tussen partijen vast. Of “TES zelf verkeerde beslissingen heeft genomen” en hoe de situatie ten aanzien van andere landen is, de onderwerpen waarover [persoon B] volgens Sanisign en [persoon A] als getuige kan verklaren, is naar het oordeel van de rechtbank niet relevant voor de vaststelling van de aansprakelijkheid van Sanisign en [persoon A] . 3.4. Verder brengen Sanisign en [persoon A] naar voren dat het tussenvonnis “gelet op de volgende feiten en bewijsmiddelen” niet in stand kan blijven. Daarop volgen een betoog en een toelichting op de door hen overgelegde producties 28 tot en met 37. 3.5. Dat Sanisign en [persoon A] na het tussenvonnis hun standpunten nader hebben toegelicht en tien nieuwe producties hebben overgelegd, betekent niet dat het tussenvonnis op een feitelijke of juridische misslag berust. De rechtbank kende deze nadere toelichting (voor zover die nieuw
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.