← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:13418

RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/707909 / KG ZA 25-1001 Herstelvonnis in kort geding van 5 november 2025 in de zaak van [eiseres] , wonende op een geheim adres, eisende partij, hierna te noemen: [eiseres], advocaat: mr. T. Erdal, tegen [gedaagde] , wonende te Maassluis, gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], verschenen in persoon. 1Het verzoek tot verbetering 1.

  1. Op 23 oktober 2025 heeft [gedaagde] per e-mail verzocht om een afschrift van producties 8 tot en met 10 van [eiseres] en de voorzieningenrechter verzocht toe te lichten of en in hoeverre deze stukken bij de beslissing zijn betrokken. De verzochte producties zijn door de griffie vervolgens aan [gedaagde] verstrekt. 1.
  2. Vervolgens heeft [gedaagde] bij e-mail van 30 oktober 2025 verzocht om verduidelijking en verbetering van het vonnis van 23 oktober 2025, in die zin dat wordt uitgelegd of uitsluitend het bankbeslag is opgeheven en dat het vonnis wordt verbeterd, omdat er nog geen gelden aan de deurwaarder zijn afgedragen. 1.
  3. De voorzieningenrechter heeft (de advocaat van) [eiseres] in de gelegenheid gesteld zich over de verzoeken uit te laten. Zij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. 2De beoordeling Het verzoek van 23 oktober 2025 2.
  4. De voorzieningenrechter vat het verzoek van [gedaagde] van 23 oktober 2025 op als een verzoek tot aanvulling van het vonnis van 23 oktober
  5. Artikel 32 Rv schrijft voor dat de rechter het vonnis te allen tijde op verzoek van een partij aanvult als over een onderdeel van het gevorderde geen beslissing is genomen. 2.
  6. Voor aanvulling van het vonnis bestaat geen grond. Wat [gedaagde] verzoekt gaat de reikwijdte van artikel 32 Rv te buiten. Het vonnis bevat een of meer beslissingen en de motivering daarvan, een en ander na afsluiting van het partijdebat. Een toelichting op het vonnis wordt niet verstrekt. Art.19 Rv en/of art. 6 EVRM bieden ook geen basis voor een dergelijke toelichting. Het verzoek van 30 oktober 2025 2.
  7. Op grond van artikel 31 Rv kan een uitspraak worden verbeterd als sprake is van een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. Volgens de memorie van toelichting bij dit artikel is het criterium dat voor partijen en derden direct (op het eerste gezicht) duidelijk is dat van een vergissing sprake is. 2.
  8. Van het voorgaande is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake. Ook hier geldt dat toelichtingen niet worden verstrekt. 2.
  9. De verzoeken van [gedaagde] worden dan ook afgewezen. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
  10. wijst de verzoeken om verbetering en aanvulling van het op 23 oktober 2025 tussen [eiseres] en [gedaagde] gewezen vonnis af. Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 5 november
  11. 3608/106

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.