RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11467120 CV EXPL 24-33231 datum uitspraak: 4 juli 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiser] , woonplaats: Dordrecht, eiser, gemachtigde: mr. S. Yadegari, die zich op 16 juni 2025 heeft onttrokken, tegen [gedaagde] , die handelt onder de naam [handelsnaam], woonplaats: [naam bedrijf] , gedaagde, die zelf procedeert. De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.
- Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 16 december 2024, met bijlagen; het antwoord; de spreekaantekeningen van [eiser] . 1.
- Op 22 mei 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [eiser] met zijn gemachtigde en [gedaagde] . 2De beoordeling Wat gaat de zaak over? 2.
- [eiser] heeft op 18 juni 2024 een Opel Astra met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) van [gedaagde] gekocht voor € 8.000,-. Volgens hem zijn kort na de koop klachten met de automatische transmissie naar voren gekomen. Omdat [gedaagde] ondanks ingebrekestelling heeft geweigerd die klachten te verhelpen, heeft [eiser] op 16 oktober 2024 de koopovereenkomst ontbonden en aanspraak gemaakt op terugbetaling van de koopsom. [gedaagde] heeft dat niet gedaan. Daarom vordert [eiser] nu onder andere een veroordeling tot betaling van dat bedrag, met rente en kosten. [gedaagde] is het daarmee niet eens. De vordering wordt echter toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom. Klachten 2.
- Als onderbouwing van de klachten over de auto heeft [eiser] een rapport van Expertise De Vries van 22 juli 2024 (hierna: het diagnoserapport) overgelegd. Daarin staat onder andere: ‘Met uitlezen staat foutcode P0741 in de automatische transmissie. Deze code betekent dat de koppeling vast staat in gesloten stand. Deze storing zorgt ervoor dat de automatische transmissie niet in de zesde versnelling schakelt. Deze storing zien we alleen wanneer er slecht tot geen onderhoud is gepleegd aan de automaat. Dit doordat vervuiling van de automaatolie niet meer gefilterd wordt door het filter, doordat deze vol zit met vuil. En deze dan vuil doorlaat de verdere automaat in. Met als gevolg dat de automatische transmissie intern schade oploopt. De enige oplossing is het compleet vervangen van de automatische transmissie. Dit omdat er geen deel reparaties mogelijk zijn. Er kunnen geen losse nieuwe onderdelen worden besteld voor de transmissie. Alleen een complete transmissie!’ Ingebrekestelling 2.
- Het diagnoserapport is met een ingebrekestelling van 31 juli 2024 naar [gedaagde] gestuurd: ‘U dient binnen zeven dagen na dagtekening van dit schrijven: Indien cliënt de auto nog onder zich heeft, deze op te halen. U kunt daarvoor een afspraak inplannen bij mij. Vervangend vervoer bij cliënt achterlaten zodat deze beschikt over een gelijkwaardig vervoersmiddel. Het gebrek herstellen (nakoming door u van de overeenkomst). Geen kosten in rekening brengen bij cliënt. U kunt binnen zeven dagen na dagtekening van dit schrijven eenmalig schriftelijk per e-mailbericht aan [e-mailadres] de termijn verdagen met zeven dagen.’ Ontbinding 2.
- Vervolgens is namens [eiser] in een mail van 16 oktober 2024 de koopovereenkomst ontbonden: ‘U bent op 31-07-2024 in gebreke gesteld vanwege de non-conformiteit van de geleverde auto. De non-conformiteit is door u niet, niet tijdig en ook niet kosteloos weggenomen middels herstel. Evenmin heeft u niet ervoor zorggedragen dat Koper geen ernstige overlast is bekomen, hetgeen (ernstige overlast voor Koper) thans aan de orde is. De koop wordt ontbonden en u moet de koopsom volledig terugbetalen. De kosten voor het verkrijgen van betaling van de koopsom zijn incassokosten die u ook dient te vergoeden, tenzij u vrijwillig gevolg geeft aan dit schrijven. Tot betaling van u is ontvangen, heeft Koper een absolute noodzaak om zijn geld terug te krijgen en vrijwaring van de auto. Beide zijn verplichtingen die u moet nakomen.’ Verweer 2.
- Niet in geschil is dat [gedaagde] niet heeft gereageerd en de klachten niet heeft hersteld. Zijn verweer is dat [eiser] wist wat hij kocht, dat hij dus bekend was met de klachten en dat de koopsom daarop ook is gebaseerd. Dit verweer wordt verworpen, omdat [eiser] het heeft betwist en [gedaagde] het op geen enkele manier heeft onderbouwd. Dat had wel van hem mogen worden verwacht. Terugbetalen koopsom 2.
- De vraag die vervolgens in deze zaak moet worden beantwoord is of [eiser] terecht de koopovereenkomst heeft ontbonden. De grondslag hiervoor ligt in de artikelen 7:1, en verder, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Om te beginnen wordt vastgesteld dat het hier gaat om een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 BW. Verder staat op basis van het onweersproken diagnoserapport vast dat de auto een gebrek vertoonde, namelijk een probleem met de automatische transmissie. Niet valt in te zien waarom [eiser] dat gebrek bij de koop kon en mocht verwachten. Dit betekent dat sprake is van een non-conformiteit als bedoeld in artikel 7:17 BW, omdat de auto door dat gebrek niet beantwoordde aan de overeenkomst. In een dergelijke situatie kan de consument op grond van artikel 7:21 BW van de verkoper herstel binnen een redelijke termijn eisen. Dat heeft [eiser] gedaan met de ingebrekestelling van 31 juli
- [gedaagde] heeft daarop niet gereageerd, waarna de overeenkomst is ontbonden met de mail van 16 oktober
- Dat [eiser] deze mogelijkheid heeft, staat in artikel 7:22 BW. De conclusie moet dan ook zijn dat de koopovereenkomst terecht buitengerechtelijk is ontbonden. Wat vervolgens moet gebeuren is geregeld in lid 7 van dat laatste artikel: [eiser] moet de auto ter beschikking stellen aan [gedaagde] en [gedaagde] moet de koopsom terugbetalen. In genoemde mail is aan [gedaagde] de keuze gegeven om de auto of zelf op te halen bij [eiser] of dat [eiser] deze op kosten van [gedaagde] laat brengen. Hiermee heeft [eiser] voldaan aan zijn verplichting. Dat [gedaagde] geen keuze heeft gemaakt, doet daaraan niet af. Vastgesteld wordt verder dat de koopsom van € 8.000,- niet is terugbetaald. Dat moet nog gebeuren, zodat dat deel van de vordering van [eiser] wordt toegewezen. Motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies 2.
- [eiser] vordert ook een vergoeding van verzekeringspremies en motorrijtuigenbelasting vanaf het moment van koop van de auto tot en met november 2024, totaal € 1.311,15, omdat hij maar heel kort van de auto gebruik heeft kunnen maken vanwege het gebrek. Het bedrag is onderbouwd met facturen en betaalbewijzen. [gedaagde] heeft hierop geen verweer gevoerd. Gelet op dat wat hiervoor is overwogen, kan [eiser] op grond van artikel 7:24 BW aanspraak maken op schadevergoeding. Dat hij schade heeft geleden en hoeveel is voldoende geconcretiseerd en zal als niet weersproken worden toegewezen. Incassokosten en rente 2.
- De incassokosten van € 1.105,06 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). De rente wordt toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding, omdat [eiser] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Niet valt echter in te zien waarom aanspraak zou kunnen worden gemaakt op de wettelijke handelsrente. Vrijwaring 2.
- [eiser] vordert ook nog dat [gedaagde] wordt veroordeeld de auto onmiddellijk te vrijwaren op straffe van een dwangsom. Enige onderbouwing daarvan ontbreekt echter, zodat dit deel van de vordering wordt afgewezen. Proceskosten 2.
- De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die hij aan [eiser] moet betalen op € 115,74 aan dagvaardingskosten, € 257,- aan griffierecht, € 542,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 271,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.049,
- Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Uitvoerbaar bij voorraad 2.11, Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 10.416, 21 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 9.311,15 vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald; 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 1.105,06; 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken. 568