RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/708904 / JE RK 25-2183 Datum uitspraak: 12 november 2025 Beschikking van de kinderrechter over de schriftelijke aanwijzing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] . 1Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen van 22 oktober 2025, ontvangen op 23 oktober 2025; - het bericht van de GI met bijlagen van 11 november 2025. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 november 2025. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] . De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. 1.3. [minderjarige] heeft voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij de moeder. 2.3. De GI heeft op 12 maart 2025 een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Hierin is het volgende opgenomen: U bent niet alleen tijdens het omgangsmoment. U vraagt niet waar [minderjarige] verblijft. U praat niet over ruzies met moeder. U gebruikt geen intimiderende of bedreigende taal. U belast [minderjarige] niet met uw eigen emoties, mening en frustraties over de uithuisplaatsing en/of het incident tussen u en moeder. U accepteert de grenzen van [minderjarige] . U haalt [minderjarige] niet over om dingen te zeggen zoals dat hij u mist of bij u moet wonen. U sluit aan bij de behoeften van [minderjarige] , zoals als [minderjarige] verdrietig is dan troost vader [minderjarige] . U laat zien dat u geïnteresseerd bent in de verhalen van [minderjarige] en zijn dagelijks leven op dit moment. U maakt positief contact met [minderjarige] , geeft [minderjarige] bijvoorbeeld complimenten. U bespreekt geen volwassenzaken/vragen met de jeugdbeschermer waar [minderjarige] bij is. U werkt samen met WSS JB&JR en volgt de aanwijzingen op om de veiligheid en het welzijn van [minderjarige] te waarborgen. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 26 juli 2026. 3Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de schriftelijke aanwijzing van 12 maart 2025 op grond van artikel 1:263, lid 3, van het Burgerlijk Wetboek (BW) te bekrachtigen. 4De standpunten 4.1. De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht deze als volgt toe. De vader en [minderjarige] hebben momenteel een keer in de twee weken contact via videobellen. Deze videobelmomenten worden voorbereid en geëvalueerd met de vader. Tijdens de contactmomenten wordt meermaals gezien dat de vader tegenover [minderjarige] zijn ongenoegen uitspreekt over zowel de GI als de moeder en zijn emoties en gevoelens bij [minderjarige] neerlegt. [minderjarige] heeft hier last van en vindt het vervelend dat de vader zich niet aan de gemaakte afspraken houdt. De GI vindt het positief dat de vader interesse toont in [minderjarige] tijdens de omgangsmomenten. Toch laat de vader nog met regelmaat, voor [minderjarige] , belastend gedrag zien waarvoor de schriftelijke aanwijzing is gegeven en waar de vader zich tot op heden niet aan houdt. In reactie op de vraag van de kinderrechter laat de GI weten dat zij het ook belangrijk vindt om terug te werken naar fysieke omgang tussen de vader en [minderjarige] , maar dat dit eerst nog meer inzet van de vader vereist. De GI benadrukt dat hierin ook een rol voor de moeder is weggelegd en dat de moeder wordt aangesproken op het feit dat er meer inzet van haar wordt verwacht met betrekking tot het bijhouden van het dagboek. Tot slot wil de GI meer hulpverlening voor [minderjarige] inzetten maar daarvoor is de handtekening van de vader vereist, die de GI tot op heden nog niet heeft ontvangen. De GI vindt het jammer en niet in het belang van [minderjarige] dat de vader hier niet aan meewerkt. 4.2. De vader heeft ter zitting verklaard dat hij het niet eens is met het verzoek van de GI. De vader vindt het contact via de videobelmomenten erg lastig en zou graag weer fysieke omgang met [minderjarige] krijgen. Elke twee weken krijgt de vader een dagboek waarin de moeder schrijft hoe het gaat met [minderjarige] , zodat de vader gespreksstof heeft tijdens de omgangsmomenten. De moeder schrijft hierin minimale informatie op en stuurt het erg kort voorafgaand aan de omgangsmomenten naar de vader, waardoor de vader geen gespreksstof heeft met [minderjarige] . De vader heeft het gevoel dat hij niks tegen [minderjarige] mag zeggen. De vader wil graag duidelijk maken dat hij zielsveel van [minderjarige] en de moeder houdt, maar niet meer met de moeder samen wil wonen. De afgelopen maanden is er niks gebeurd om contactherstel tussen de vader en [minderjarige] te realiseren. Het contact wordt elke keer minder en momenteel zijn er helemaal geen fysieke omgangsmomenten meer. De vader vindt de schriftelijke aanwijzing van de GI onzin. De vader wordt overal van beschuldigd en in de tussentijd heeft hij zijn zoon al bijna 11 maanden niet meer fysiek gezien. De vader heeft geen probleem met het zetten van een handtekening om meer hulpverlening voor [minderjarige] in te zetten. 5De beoordeling 5.1. Ingevolge artikel 1:263, eerste lid, BW kan de GI ter uitvoering van haar taak een schriftelijke aanwijzing geven betreffende de verzorging en de opvoeding van de minderjarige. Zij kan dit doen indien de met het gezag belaste ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.