Rechtbank Rotterdam – ECLI:NL:RBROT:2025:13598
RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 24/6873 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres, en de Raad van Bestuur van het Universitair Medisch Centrum Rotterdam, Erasmus MC, het EMC (gemachtigde: mr. C.R. Veldkamp).
Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiseres om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo) waarin zij wordt genoemd of waarin over haar wordt geschreven van 1 mei 2022 tot en met 5 juli 2023. Eiseres is het niet met het bestreden besluit eens. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het EMC de reikwijdte van het verzoek juist heeft vastgesteld. Wel heeft het EMC de toegepaste zoekslag naar documenten onvoldoende gemotiveerd en de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer onvoldoende onderbouwd. Eiseres krijgt dus (deels) gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop 2. Eiseres heeft op 6 juli 2023 bij het EMC een verzoek ingediend op basis van de Woo. Het EMC heeft met het besluit van 21 december 2023 de gevraagde informatie deels openbaar gemaakt en deels de openbaarmaking geweigerd. Met het bestreden besluit van 3 juni 2024 heeft het EMC het bezwaar van eiseres deels gegrond verklaard.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het EMC heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
Het EMC heeft de stukken waarvan het de openbaarmaking (deels) heeft geweigerd overgelegd en met een beroep op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de rechtbank verzocht te bepalen dat uitsluitend zij kennis mag nemen van de stukken. Op grond van artikel 8:29, zesde lid, van de Awb is de in het vijfde lid bedoelde toestemming van rechtswege verleend, zodat de rechtbank kennis kan nemen van deze stukken 2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de partner van eiseres de heer [persoon A] en de gemachtigde van het EMC .
Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eiseres heeft op 6 juli 2023 het volgende Woo-verzoek ingediend bij het EMC : “Inleiding De aangelegenheden die in dit Woo-verzoek een rol spelen zijn, personeelsbeleid, cliëntenraadbeleid, kwaliteit bestuursvoering, volksgezondheid, integriteit en besteding publieke middelen.
Bekend is dat er diverse documenten zijn geschreven door derden over ondergetekende tijdens het lidmaatschap als onafhankelijk lid van de cliëntenraad van het EMC . De inhoud van een aantal van deze documenten is globaal bekend maar zijn nooit verstrekt aan ondergetekende.
Het Woo-verzoek concreet […] Het onderwerp van dit Woo-verzoek betreft documenten waarin ondergetekende wordt genoemd of waar over ondergetekende wordt geschreven al dan niet bij naam en zijn geproduceerd in de periode 1 september 2019 tot en met 5 juli 2023.”
Met documenten bedoelt eiseres iedere vorm van vastlegging ongeacht de gegevensdrager, waaronder alle vormen van analoge en digitale vastlegging. Eiseres bedoelt daarmee onder meer de vastlegging in e-mails, sms-, Whatsapp-berichten, geluidsdragers, videodragers, PowerPoint en dergelijke.
Daarbij is de uitzonderingsgrond uit artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e van de Woo toegepast, die betrekking heeft op het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het gaat om gegevens die herleidbaar zijn naar personen. Ook is de uitzonderingsgrond van artikel 5.2 van de Woo gebruikt, omdat in enkele documenten opgesteld ten behoeve van intern beraad persoonlijke beleidsopvattingen staan. Daarnaast worden de documenten die gerelateerd zijn aan de lopende klachtenprocedure in zijn geheel niet openbaar gemaakt, met toepassing van de uitzonderingsgrond artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i van de Woo. Bij openbaarmaking zou het goed functioneren van het bestuursorgaan in het geding komen, gelet op de aard en gevoeligheid van documenten betreffende een lopende klachtenprocedure.
Standpunt eiseres 7. Eiseres betoogt dat het EMC haar Woo-verzoek onvoldoende zorgvuldig heeft behandeld en ten onrechte de verzochte documenten slechts deels openbaar heeft gemaakt. Zij voert daartoe aan dat het EMC de reikwijdte van het verzoek onterecht en niet juist heeft ingeperkt. Daardoor is de zoekslag naar documenten te beperkt geweest. Zo is alleen in mailboxen van betrokken personen gezocht terwijl er ook documenten aanwezig moeten zijn op de interne schijf van het EMC . Ook had het EMC meer medewerkers moeten benaderen. Eiseres stelt dat er ook binnen de zoekslag meer documenten zouden moeten zijn. Daarnaast stelt eiseres dat sommige onderdelen van documenten ten onrechte zwart zijn gelakt. Met betrekking tot de memo (nummer 117 van de inventarislijst) heeft het EMC onvoldoende gemotiveerd waarom toepassing is gegeven aan de weigeringsgrond ‘persoonlijke beleidsopvattingen in het kader van intern beraad’. Verder stelt eiseres dat het te lang heeft geduurd voordat de hoorzitting is gehouden en dat het verslag van de hoorzitting onzorgvuldigheden bevat. Ook moet het bestuursorgaan volgens eiseres op basis van artikel 2.4, vijfde lid, van de Woo melding doen van onjuistheden in de documenten. Dit is ten onrechte niet gebeurd. Verder heeft het EMC de beslistermijn genoemd in artikel 4.4, eerste lid, van de Woo overschreden.
Reikwijdte van het verzoek 8. Naar het oordeel van de rechtbank is het EMC van een juiste reikwijdte van het Woo-verzoek uitgegaan. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
De zoekslag en ontbrekende documenten 11. Het EMC heeft in het primaire besluit toegelicht dat het een selectie heeft gemaakt van de personen die eiseres in haar gepreciseerde verzoek van 28 juli 2025 noemt. De personen die betrokken zijn bij de vastgestelde onderwerpen die binnen de reikwijdte van het verzoek vallen zijn verzocht om een zoekslag te verrichten op de naam van eiseres in combinatie met die vastgestelde onderwerpen. Op de zitting heeft het EMC bevestigd dat dus niet alle personen die zijn genoemd in de brief van 28 juli 2025 is gevraagd een zoekslag te verrichten. In het bestreden besluit is daarbij toegelicht dat in eerste instantie alleen een zoekslag is verricht in de mailboxen van de betrokkenen. Naar aanleiding van het bezwaar heeft het EMC ook een zoekslag verricht naar appjes en smsjes, waarna aanvullende documenten (gedeeltelijk) openbaar zijn gemaakt.
Eiseres heeft gemotiveerd aangegeven dat er ook buiten de email of op de telefoon informatie beschikbaar moet zijn. Waar informatie in mailboxen is aangetroffen, er dus over de betreffende onderwerpen is gecommuniceerd, acht de rechtbank het aannemelijk dat zich ook op andere plekken binnen de digitale systemen van het EMC documenten kunnen bevinden die onder het Woo-verzoek vallen. Gedacht kan worden aan de agendastukken van vergaderingen van de Raad van Bestuur of voorbereidende stukken daarvoor. Ook anderszins is onvoldoende gemotiveerd dat zich buiten in mailboxen en telefoons aangetroffen documenten op de digitale systemen van het EMC geen documenten bevinden die binnen de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen.
Dat maakt dat de zoekslag onvolledig is geweest. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen en het EMC opdragen om een nieuwe zoekslag te verrichten binnen de interne (gemeenschappelijke) schijf of andere digitale systemen van het EMC , met inbegrip van de agendastukken van vergaderingen van de Raad van Bestuur.
Uitzonderingsgronden 16. De rechtbank heeft in het kader van de beoordeling van het beroep kennisgenomen van de met toepassing van artikel 8:29 van de Awb aan haar toegezonden stukken. Aan de hand van de beroepsgronden van eiseres zal de rechtbank beoordelen of het college terecht de uitzonderingsgronden als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, en artikel 5.2 van de Woo heeft toegepast.
Persoonlijke levenssfeer 17. Het EMC heeft op bepaalde gegevens in de bij het primaire en het bestreden besluit verstrekte documenten de uitzonderingsgrond van de bescherming van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer uit artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo toegepast. Het EMC heeft besloten om gegevens die herleidbaar zijn tot personen, zoals namen, functies en contactgegevens niet openbaar te maken. Het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen weegt volgens het EMC zwaarder dan het belang van openbaarheid van betreffende tot personen te herleiden gegevens. Eiseres heeft op de zitting naar voren gebracht dat de namen van personen in de Raad van Bestuur, de Cliëntenraad en het METC online te vinden zijn. De namen van de betrokkenen zouden bekend gemaakt moeten worden als zij vanuit hun openbare functie handelen.
Persoonlijke beleidsopvattingen 20. Op grond van artikel 5.2, eerste lid, van de Woo verstrekt het EMC , in geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. Na kennisname van de gelakte passages in de documenten waarbij het EMC deze uitzonderingsgrond heeft toegepast, waaronder de document 117 (de memo) heeft de rechtbank vastgesteld dat het gaat om documenten opgesteld ten behoeve van intern beraad waarin persoonlijke beleidsopvattingen zijn opgenomen. Het gaat niet om feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter.
Motiveringsgebrek 21. De grond van eiseres dat het EMC ten onrechte niet is ingegaan op het feit dat de verantwoordelijkheid en de rol van de Cliëntenraad onjuist binnen het EMC is uitgevoerd kan niet slagen. Met een informatieverzoek op basis van de Woo kan toegang tot publieke informatie worden verworven. Het EMC is dus op grond van de Woo niet gehouden om de stukken die in het kader van een Woo-verzoek openbaar zijn gemaakt nader te duiden of een anderszins inhoudelijke reactie te geven naar aanleiding van het Woo-verzoek.
Artikel 2.4, vijfde lid van de Woo 22. Artikel 2.4, vijfde lid, van de Woo schrijft voor dat als een bestuursorgaan kennis draagt van de onjuistheid of de onvolledigheid van de verstrekte informatie, het hiervan mededeling doet. Dit artikel is opgenomen in de Woo om te bewerkstellingen dat een bestuursorgaan niet willens en weten minder betrouwbare informatie naar buiten brengt als ware deze juist en volledig, om te voorkomen dat de openbaar gemaakte documenten als propaganda dienen. Een bestuursorgaan kan bij het openbaar maken van informatie altijd een reactie toevoegen om gemaakte keuzes toe te lichten en daarbij op lacunes in de informatie wijzen. Aan deze bepaling kan naar het oordeel van de rechtbank geen algemene verplichting worden ontleend om van elke onjuistheid in een document mededeling te doen.
Hoorzitting 24. Eiseres heeft op 28 januari 2024 bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Vervolgens is eiseres op 19 maart 2024 gehoord. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt door het EMC . De Awb kent geen regels over de termijn waarbinnen een hoorzitting moet plaatsvinden. In artikel 7:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is slechts bepaald dat van het horen een verslag wordt gemaakt. Een nadere precisering van wat een verslag moet inhouden ontbreekt. Het is de rechtbank niet gebleken dat het verslag van de hoorzitting niet voldoet aan de daarin in redelijkheid te stellen eisen. Ook verder heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij door het tijdstip van de hoorzitting en de (wijze van) verslaglegging van de hoorzitting in haar processuele belangen is geschaad.
Beslistermijn 25. Eiseres heeft aangevoerd dat het EMC beslistermijnen niet heeft nageleefd. Dit is door het EMC erkend. De overschrijding van een wettelijke termijn (in de primaire fase) kan echter geen grond vormen waarop het bestreden besluit moet worden vernietigd. Het EMC heeft immers uiteindelijk het bestreden besluit genomen.
Rechtsmiddelenclausule 26. Eiseres heeft aangevoerd dat ten onrechte geen rechtsmiddelenclausule is opgenomen bij het bestreden besluit. De rechtbank constateert dat in het bestreden besluit geen rechtsmiddelenclausule is opgenomen, zodat sprake is van een gebrek aan het bestreden besluit gelet op artikel 3:45 van de Awb. Omdat eiseres geen nadeel heeft ondervonden van het ontbreken van de rechtsmiddelenclausule nu zij tijdig beroep heeft ingesteld, passeert de rechtbank het gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb.
Conclusie en gevolgen 27. De rechtbank komt tot de conclusie dat het EMC de beslissing op het Woo-verzoek van eiseres onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en op bepaalde onderdelen onvoldoende heeft gemotiveerd. Dat betekent dat het beroep gegrond is. Het bestreden besluit zal worden vernietigd. Gelet op de aard en omvang van het onderzoek dat het EMC dient te verrichten, waaronder het verrichten van een nieuwe zoekslag, ziet de rechtbank aanleiding om de zaak terug te verwijzen naar het EMC en geen bestuurlijke lus toe te passen. De rechtbank zal het EMC opdragen binnen tien weken een nieuw besluit op het bezwaar van eiseres te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het EMC zal een nieuwe zoekslag moeten verrichten, de verrichte zoekslag beter moeten motiveren en nader moeten beslissen over het inroepen van de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer specifiek ten aanzien van de leden van Raad van Bestuur.
Beslissing De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dingemanse, rechter, in aanwezigheid van mr. W.D.F. Oskam, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 25 november 2025. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 7 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:480.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1743.
Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2915.
Geconsolideerde artikelsgewijze toelichting bij de Wet open overheid zoals gewijzigd door de verwerking van de door de Tweede Kamer aanvaarde Wijzigingswet Woo, 22 oktober 2021, p. 9.
Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 6 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1223.