Rechtbank Rotterdam Team insolventie voorlopige voorziening ex artikel 287, vierde lid, Faillissementswet rekestnummer: [nummer] uitspraakdatum: 17 november 2025 [verzoekster] , [adres] [postcode] [plaatsnaam], hierna: verzoekster. 1De procedure Verzoekster heeft op 16 oktober 2025 om 13:45 uur een verzoekschrift ex artikel 287, vierde lid Faillissementswet (hierna: Fw) ingediend waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad. De ontruiming heeft op 16 oktober 2025 om 11:00 uur plaatsgevonden. De rechtbank heeft op 17 oktober 2025 per e-mailbericht aan schuldhulpverlening te kennen gegeven dat het verzoek ex artikel 287, vierde lid Fw ter zitting van 20 oktober 2025 – datum mondelinge behandeling Wsnp verzoek – kan worden toegelicht. Ter zitting van 20 oktober 2025 zijn verschenen en gehoord: [verzoekster], verzoekster; de heer M. Van der Linden, schuldhulpverlener bij Stroomopwaarts (hierna: schuldhulpverlening). Woonplus, gevestigd te Schiedam (hierna: verweerster) is niet opgeroepen voor de zitting van 20 oktober
- Verweerster heeft dan ook geen kennis kunnen nemen van het verzoekschrift en hiertegen geen verweer kunnen voeren. Ter zitting van 20 oktober 2025 is de zaak aangehouden voor een periode van vier weken. Dit om verzoekster en schuldhulpverlening in de gelegenheid te stellen het verzoekschrift ex artikel 287, vierde lid, Fw in te trekken. De uitspraak is nader bepaald op heden. 2Het verzoek Het verzoek strekt ertoe verweerster te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 11 oktober 2024 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster ten uitvoer te leggen, totdat op het door verzoekster ingediende verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal zijn beslist. Daarnaast strekt het verzoek ertoe om de ontruiming welke reeds heeft plaatsgevonden terug te draaien, daar verweerster op de hoogte was van het feit dat er een Wsnp zitting gepland stond op 20 oktober
- Verweerster heeft er – nog steeds – voor gekozen om de ontruiming te laten plaatsvinden. 3Het verweer Doordat verweerster niet op de juiste wijze is opgeroepen, is verweerster niet in de gelegenheid gesteld om schriftelijk dan wel mondeling verweer te voeren. 4De beoordeling Allereerst merkt de rechtbank op dat niet is bepaald dat een belanghebbende, in dit geval verweerster, moet worden opgeroepen. De rechtbank ziet – gelet op de hierna te geven beslissing – ook geen aanleiding dit (alsnog) te doen. Voor toewijsbaarheid van het verzoek is allereerst vereist dat door verzoekster is aangetoond dat sprake is van een bedreigende situatie. Naar het oordeel van de rechtbank is er bij verzoekster geen sprake meer van een bedreigende situatie. De ontruiming heeft op 16 oktober 2025 om 11:00 uur immers al plaatsgevonden kort voorafgaand aan de indiening van dit verzoekschrift waardoor de dreiging al een voldongen feit is. De voorlopige voorziening ex artikel 287, vierde lid Fw kan een ontruiming die reeds heeft plaatsgevonden niet terug draaien. De verzochte voorziening ex artikel 287, vierde lid, Fw zal dan ook worden afgewezen bij gebrek aan belang. 5De beslissing De rechtbank: - wijst het verzoek af. Deze beschikking is op 17 november 2025 gegeven door mr. M. Aukema, rechter, in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende drie maanden na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.