Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10.103570.24 Datum uitspraak: 12 november 2025 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] , raadsman mr. M.A.D. Bol, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 november
- 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. N. van der Meij heeft gevorderd: vrijspraak van het primair ten laste gelegde artikel 6 WVW; bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde artikel 5 WVW; ontslag van alle rechtsvervolging. 4Waardering van het bewijs 4.
- Vrijspraak zonder nadere motivering (artikel 6 WVW) Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 4.
- Vrijspraak (artikel 5 WVW) 4.2.
- Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde. Aangevoerd is dat de verdachte met zijn vrachtauto naar links is gezwenkt en daardoor op de andere weghelft terecht is gekomen en vervolgens in botsing met een ander motorvoertuig is geraakt. Hoewel dit de verdachte wegens een technisch mankement aan zijn vrachtauto mogelijk niet kan worden verweten, heeft deze gedraging op basis van de stukken in het dossier wel gevaar op de weg veroorzaakt en kan de tenlastegelegde overtreding bewezen worden verklaard. 4.2.
- Beoordeling De rechtbank stelt vast dat dat de verdachte, als bestuurder van een vrachtauto, op de weghelft voor het tegemoetkomend verkeer terecht is gekomen en frontaal in botsing is geraakt met een bestelbus. De bestuurder van deze bestelbus, [slachtoffer] , heeft hierdoor lichamelijk letsel opgelopen. Technisch onderzoek naar de vrachtauto wijst echter genoegzaam uit dat sprake is geweest van een gebroken bladveer welke breuk al eerder geleidelijk is ontstaan en op de dag van het ongeval al een dusdanige omvang had (bereikt) dat de breuk zich ook zonder een aanrijding heeft kunnen manifesteren. De rechtbank acht het aannemelijk, mede gelet op de wijze waarop de vrachtwagen plotseling en na een hoorbare knal naar links is gezwenkt, dat het deze gebroken bladveer is geweest die de vrachtauto onbestuurbaar heeft gemaakt, waardoor het voertuig naar links is gezwenkt en op de verkeerde weghelft is terechtgekomen. Uit de verklaringen van de verdachte in combinatie met de verklaringen van de diverse getuigen volgt dat de verdachte er juist alles aan heeft gedaan, zij het tevergeefs, om het voertuig op de rechterweghelft te houden. Hij heeft geprobeerd het stuur nog zoveel mogelijk naar rechts te draaien, maar dit mocht niet meer baten. Het is dan ook niet het handelen van de verdachte geweest dat het gevaar op de weg heeft veroorzaakt maar een technisch mankement dat hem niet verweten kan worden, zodat de verdachte daarvan vrijgesproken moet worden. De rechtbank acht daarmee ook het subsidiair ten laste gelegde feit niet bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. 5Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. C.G. van de Grampel, voorzitter, en mrs. N.M. Ketelaar en C.H. van Vuren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.C. van Beek, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 18 oktober 2023 te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat voertuig roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of met aanmerkelijke verwaarlozing van de te dezen geboden zorgvuldigheid, daarmede rijdende over de weg, de Provincialeweg N217 - naar links heeft gestuurd of is gezwenkt en daarbij terecht is gekomen op een voor het voor hem, verdachte, tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook, en/of - ( vervolgens) frontaal in botsing of aanrijding is gekomen met een hem, verdachte, over laatstgenoemde rijstrook tegemoetkomend ander motorrijtuig (bestelauto), bestuurd door [slachtoffer] , (mede) waardoor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten (onder meer) een gebroken bekken en/of een of meer armbreuk(en) en/of een verbrijzelde knieschijf en/of een hersenschudding, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. (art 6 Wegenverkeerswet 1994) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 18 oktober 2023 te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto), daarmee rijdende op de weg, de Provincialeweg N217, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/ of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, naar links heeft gestuurd of is gezwenkt en daarbij terecht is gekomen op een voor het hem, verdachte, tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook en vervolgens in (frontale) botsing of aanrijding is gekomen met een hem over laatstgenoemde rijstrook tegemoetkomend ander motorrijtuig (bestelauto), bestuurd door [slachtoffer] , (mede) waardoor die [slachtoffer] (ernstig) gewond raakte; (art 5 Wegenverkeerswet 1994)