Rechtbank Rotterdam Team insolventie insolventienummer: [nummer] vonnis van: 26 november 2025 op het verzoek van: [verzoeker] , wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam]. Waar deze zaak over gaat [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. Daarnaast heeft [verzoeker] ter zitting verzocht om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op een eerder moment. Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. 1De procedure 1.1. [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp. 1.2. Schuldhulpverlening heeft op 12 en 14 november 2025 aanvullende stukken aan de rechtbank doen toekomen. 1.3. Het verzoek is behandeld op de zitting van 19 november 2025. Op de zitting zijn verschenen: - [verzoeker], - mevrouw Spapen, beschermingsbewindvoerder. 2De beoordeling De toelating 2.1. [verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen. 2.2. De rechtbank is van oordeel dat de vorderingen van Infomedics Factoring B.V. die binnen de drie-jaarstermijn vallen, niet te goeder trouw zijn ontstaan. [verzoeker] heeft ter zitting verklaard dat deze vorderingen zien op tandartskosten. Hij heeft het afgelopen jaar veel problemen met zijn gebit gehad. De rechtbank is van oordeel dat deze vorderingen niet te goeder trouw zijn ontstaan, omdat hij wist of behoorde te weten dat hij de facturen niet zou kunnen voldoen. 2.3. Deze schulden staan in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek. 2.4. In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om [verzoeker] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat [verzoeker] de omstandigheden die hebben geleid tot het onbetaald laten van deze schulden, onder controle heeft gekregen. [verzoeker] staat sinds 9 december 2024 onder beschermingsbewind en mevrouw Spapen heeft ter zitting verklaard dat geen nieuwe kosten zullen worden gemaakt. Zij heeft in verband met de tandartskosten bijzondere bijstand aangevraagd en weet, mocht dit nodig blijken, welke andere voorzieningen mogelijk kunnen worden aangesproken om die kosten te kunnen dekken. 2.5. Daarnaast blijkt uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting dat [verzoeker] een verslavingsverleden heeft en een daarmee samenhangend justitieel verleden. [verzoeker] heeft ter zitting verklaard dat hij nu bijna een jaar clean is, hij wordt begeleid door De Hoop en doet daar ook aan dagbesteding. Bovendien is sprake van beschermingsbewind. De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat de situatie thans stabiel is, zodat dit niet in de weg staat aan toelating. [verzoeker] heeft verklaard dat hij de dagbesteding probeert op te bouwen en dat hij het komende jaar weer (parttime) wil gaan werken. Op dit moment heeft [verzoeker] een WIA-uitkering. Ter zitting is besproken dat het verzekeringsgeneeskundig rapport van 4 april 2023 is, en dat het aannemelijk is dat de bewindvoerder zal vragen om meer recente informatie over de arbeids(on)geschiktheid van [verzoeker]. Indien dit niet voorhanden is, zal mogelijk een keuring gevraagd worden. Verder is van belang dat [verzoeker] een taakstraf heeft openstaan van 40 uur. Ter zitting is besproken dat, indien [verzoeker] niet arbeidsongeschikt wordt geacht, hij de taakstraf dient te voldoen naast de inspanningsplicht zoals die geldt in de regeling. [verzoeker] heeft verklaard dat hij dat begrijpt en benadrukt dat hij er alles aan wil doen om de regeling tot een goed einde te brengen. Gelet op het voorgaande is er bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat [verzoeker] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp. 2.6. [verzoeker] wordt toegelaten tot de Wsnp. Bevoegdheid 2.7. De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt. Duur 2.8. De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden. De ingangsdatum 2.9. De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan. 2.10. Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan. 2.11. De rechtbank kan de vraag of [verzoeker] tijdens het voorafgaande schuldhulpverleningstraject aan alle verplichtingen heeft voldaan nog niet volledig beoordelen bij gebrek aan voldoende informatie. Het VTLB vanaf juli 2025 gaat uit van een te laag inkomen, daarnaast ontbreekt de uitkeringsspecificatie van augustus 2025. De rechtbank is desondanks van oordeel dat dit niet in de weg hoeft te staan aan het bepalen van een eerdere ingangsdatum, omdat uit het overzicht reserveringen lijkt te volgen dat de beschermingsbewindvoerder het ontstane tekort vanaf juli 2025 tot en met heden (vanwege het verkeerd opgenomen inkomen in het VTLB) heeft aangevuld op 12 november 2025. Daarnaast is het niet aannemelijk er wijzigingen zouden zijn in de uitkering van augustus 2025. 2.12. Omdat de rechtbank dus op voorhand niet onaannemelijk acht dat door [verzoeker] aan de verplichtingen in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject is voldaan, ziet de rechtbank aanleiding om (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.