RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummers: C/10/712026 / JE RK 25-2627 en C/10/712096 / JE RK 25-2636 Datum uitspraak: 17 december 2025 Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en (spoed)machtigingen tot uithuisplaatsing in de zaken van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat: mr. L. Middelkoop, kantoorhoudende te Rotterdam. De kinderrechter merkt als informant aan: [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] , de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI. 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt mee in de beoordeling: het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen van 17 december 2025, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum op 17 december 2025; het mondelinge verzoek van de Raad van 17 december 2025, gevolgd door het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 december
- 2De feiten 2.
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.
- [voornaam minderjarige] verblijft met de moeder en de vader in het ziekenhuis. 3De verzoeken Ten aanzien van de zaak met zaaknummer C/10/712026 3.
- De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen. Ten aanzien van de zaak met zaaknummer C/10/712096 3.
- De Raad verzoekt een (traject)machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in het ziekenhuis gevolgd door een plaatsing in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van drie maanden. De Raad verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen. 4De beoordeling 4.
- De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [voornaam minderjarige] is op 14 december 2025 prematuur geboren na een zwangerschapsduur van 34 weken. Voor zover bekend, hebben zijn ouders geen relatie meer met elkaar. De moeder woont op zichzelf. De vader schijnt geen vast adres te hebben. 4.
- [voornaam minderjarige] is het zesde kind van de moeder. De vier oudere, nog minderjarige kinderen van de moeder zijn allen uit huis geplaatst. Ook het oudste kind van de moeder woont niet bij haar, maar in het netwerk. [voornaam minderjarige] is het achtste kind van de vader. 4.
- In het verleden is binnen het gezin van de moeder sprake geweest van verwaarlozing, huiselijk geweld, middelengebruik en onveiligheid. De vader heeft meerdere huis- en contactverboden gehad en heeft in detentie gezeten. Ook zou er een explosie bij de woning van de moeder zijn geweest. Er zijn al jarenlang verschillende instanties betrokken, waaronder het Crisis Interventieteam, Veilig Thuis, Filomena en Enver. Terwijl de moeder zwanger was van [voornaam minderjarige] heeft zij een eenzijdig auto-ongeluk gekregen, tijdens het rijden zonder rijbewijs en zonder verzekering. 4.
- Uit informatie van de politie blijkt dat er in de periode januari 2021 tot en met september 2025 93 mutaties geregistreerd zijn, waaronder 17 meldingen van huiselijk geweld en 14 Veilig Thuis-meldingen. Bij vier meldingen is de moeder met zichtbaar letsel aangetroffen, zoals een blauw oog, een gebroken arm, een hoofdwond en een gebroken neus. Volgens de moeder is dit letsel telkens veroorzaakt door een val. 4.
- Op 25 november 2025 test de moeder positief op cocaïne in het Maasstad Ziekenhuis; de moeder is het niet eens met deze positieve uitslag. 4.
- De kinderrechter is op grond van al het voorgaande van oordeel dat [voornaam minderjarige] niet veilig met de moeder mee naar huis kan. [voornaam minderjarige] kan geplaatst worden bij de medisch onderlegde pleegouder waar eerder een broertje van hem heeft verbleven. 4.
- De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen. Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [voornaam minderjarige] uit huis wordt geplaatst. 4.
- De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [voornaam minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken. 4.
- De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtigingen tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 4.
- De Raad, de GI, de moeder en mr. Middelkoop worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5De beslissing De kinderrechter: Ten aanzien van de zaak met zaaknummer C/10/712026 5.
- stelt [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 17 december 2025 tot 17 maart 2026; 5.
- verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 17 december 2025 tot 14 januari 2026; Ten aanzien van de zaak met zaaknummer C/10/712096 / JE RK 25-2636 5.
- verleent een (traject)machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in het ziekenhuis gevolgd door een plaatsing in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 17 december 2025 tot 14 januari 2026; 5.
- verklaart de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad; en alvorens verder te beslissen: 5.
- houdt de behandeling van de verzoeken voor het overige aan en bepaalt dat de Raad, de GI, de moeder en mr. Middelkoop zullen worden gehoord ter zitting van 24 december 2025 om 12:00 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam; 5.
- de zaken zullen op laatstgenoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter; 5.
- bepaalt dat deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI, de moeder en mr. Middelkoop; 5.
- verzoekt de griffie de vader als informant op te roepen. Deze beslissingen zijn gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, en op schrift gesteld in aanwezigheid van mr. E.T. van Ringelesteijn als griffier op 18 december
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:257 BW. Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).