← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:14956

RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/690769 / HA ZA 24-1099 Vonnis van 17 december 2025 in de vrijwaringszaak van BASTION HOTEL TERBREGSEPLEIN B.V., statutaire vestigingsplaats: Rotterdam, eiseres, advocaten: mrs. W.A. Vader en K.F. Liew, tegen [gedaagde] , woonplaats: [woonplaats] , gedaagde, die niet is verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding tot oproeping in vrijwaring van 27 november 2024, met bijlagen 1 tot en met 5; de akte eiswijziging, met bijlage
  2. 1.
  3. Gedaagde is niet verschenen op de eerste rolzitting van 11 december
  4. Daarom is op die rolzitting verstek verleend tegen gedaagde. Deze zaak is vervolgens aangehouden in afwachting van (de uitspraak in) de hoofdzaak met zaaknummer C/10/683767 / HA ZA 24-
  5. Deze rechtbank heeft op 18 juni 2025 eindvonnis gewezen in de hoofdzaak. Vervolgens heeft eiseres haar vorderingen in deze zaak gewijzigd, in die zin dat zij nu vordert – kort gezegd – om gedaagde te veroordelen tot betaling van de concrete bedragen tot betaling waarvan eiseres in de hoofdzaak is veroordeeld. Deze zaak is vervolgens enige tijd blijven liggen, waardoor vandaag pas vonnis wordt gewezen. 2De beoordeling 2.
  6. In de hoofdzaak is een lager bedrag toegewezen dan gevorderd. De op die veroordeling in de hoofdzaak toegespitste wijziging van de eis in deze vrijwaringsprocedure komt daarom ten opzichte van de oorspronkelijke vordering in vrijwaring neer op een eisvermindering. Dat de eiswijziging niet op de voet van artikel 130 lid 3 Rv aan gedaagde is kenbaar gemaakt, staat aan een veroordeling niet in de weg. 2.
  7. De gewijzigde vorderingen van eiseres komen de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voor en worden om die reden toegewezen. 2.
  8. Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op: - dagvaarding € 112,99 - salaris advocaat € 521,00 (1 punt × tarief I) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 811,99 2.
  9. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 2.
  10. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 3De beslissing De rechtbank: 3.
  11. veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 5.372,21 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW te rekenen vanaf 20 juni 2024 tot 18 juni 2025; 3.
  12. veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 1.798,42; 3.
  13. veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 178,00; 3.
  14. veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 811,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening; 3.
  15. veroordeelt gedaagde in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan; 3.
  16. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. P.D. Olden. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.3349 / 3669

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.