← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:15082

RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaaknummer: C/10/711347 / JE RK 25-2528 datum uitspraak: 12 december 2025 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat mr. F. Durdu (waarnemend voor mr. H. Durdu) uit Rotterdam, [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 1] . De kinderrechter merkt als informant aan: [naam oma mz] , hierna te noemen: de oma van moederszijde (mz), wonende in [woonplaats 2] . 1Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 5 december 2025. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 december 2025. Daarbij waren aanwezig: de moeder, bijgestaan door mr. F. Durdu; de vader; de oma (mz); - twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] . 1.3. Aangezien de oma (

  1. mz)de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Poolse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van M.J. van Burken-Laskowska, tolk in de Poolse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers. 2De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] verblijft bij de oma (mz). 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 november 2025 [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 7 februari 2026. 3Het verzoek De GI heeft verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI heeft primair verzocht hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen en, subsidiair, verzocht te bepalen dat het verzoek met voorrang op zitting wordt behandeld. De piketrechter heeft besloten dat het verzoek met voorrang op zitting behandeld dient te worden. 4De standpunten 4.1. De GI heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er wordt momenteel gezocht naar een moeder- en kindvoorziening voor de moeder en [voornaam minderjarige] . De moeder heeft een gesprek gehad bij Centraal Onthaal in Rotterdam. Er wordt bekeken of zij in aanmerking komt voor een plaatsing bij Zij aan Zij van het Leger des Heils. Ter overbrugging wordt een plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de oma (
  2. mz)verzocht. Voor [voornaam minderjarige] is het belangrijk dat hij structuur en regelmaat krijgt geboden. De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) zal een screening uitvoeren bij de oma (mz), zodat er pleegzorgbegeleiding kan worden ingezet. 4.2. Door en namens de moeder is aangevoerd dat de moeder het verzoek van de GI begrijpt en instemt met een plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de oma (mz). De moeder is bereid om aan de hulpverlening mee te werken om een stabiele situatie te creëren en ervoor te zorgen dat [voornaam minderjarige] zo snel mogelijk bij haar (de moeder) geplaatst kan worden, zodra er een passende woonplek beschikbaar is. 4.3. De vader heeft ingestemd met het verzoek van de GI. 4.4. De oma (
  3. mz)heeft meegedeeld dat zij in de komende periode voor [voornaam minderjarige] kan blijven zorgen. Er is sprake van een goede samenwerking met de ouders. 5De beoordeling 5.1. Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De ouders ondersteunen dit. Er bestaan zorgen over de opvoedsituatie waarin [voornaam minderjarige] opgroeit. In de afgelopen maanden zijn er nieuwe meldingen van huiselijk geweld tussen de ouders binnengekomen bij Veilig Thuis, waarvan [voornaam minderjarige] getuige is geweest. 5.2. De moeder heeft in de afgelopen periode samen met [voornaam minderjarige] bij de oma (
  4. mz)verbleven. Het gaat niet altijd goed tussen de moeder en de oma (mz). Er zou regelmatig sprake zijn van spanningen tussen hen. De moeder verblijft momenteel op wisselende locaties. Er wordt gezocht naar een plek in een moeder- en kindvoorziening, waar de moeder samen met [voornaam minderjarige] kan gaan wonen. Tot die plek gevonden is, is het belangrijk dat [voornaam minderjarige] bij de oma (
  5. mz)kan verblijven. Hier krijgt [voornaam minderjarige] de rust, stabiliteit en veiligheid geboden die hij nodig heeft. De ouders kunnen zich hierin vinden. Zij proberen de oma (
  6. mz)te ondersteunen waar nodig. De oma (
  7. mz)is bereid om de zorg voor [voornaam minderjarige] in de komende periode te blijven dragen. 5.3. De kinderrechter acht het in het belang van [voornaam minderjarige] – en op grond van artikel 1:265a van het Burgerlijk Wetboek ook wettelijk vereist – dat het verblijf bij de oma (
  8. mz)wordt geformaliseerd door middel van een machtiging tot uithuisplaatsing, in afwachting van een plaatsing van de moeder en [voornaam minderjarige] in een moeder- en kindvoorziening. 5.4. Binnen de periode van de voorlopige ondertoezichtstelling zal door de Raad een beschermingsonderzoek worden verricht. 5.5. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.1. verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, met ingang van 12 december 2025 tot 7 februari 2026; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. Spaans als griffier, en op schrift gesteld op 23 december 2025. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.