RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11634057 CV EXPL 25-8786 datum uitspraak: 12 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Stichting Woonstad, vestigingsplaats: Rotterdam, eiseres, gemachtigde: mr. R van der Hoeff, tegen [gedaagde] , woonplaats: [woonplaats] , gedaagde, gemachtigde: mr. S. A. van Leeuwen. De partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.
- Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 28 maart 2025, met productie 1 t/m 18; het antwoord, met productie 1 t/m 12; de akte aanvullende producties van [gedaagde] , met producties 13 t/m 15; de ter zitting door Woonstad overgelegde medicatielijst. 1.
- Op 13 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [naam] (medewerker sociaal beheer) van Woonstad met de gemachtigde. [gedaagde] was met haar gemachtigde aanwezig. 2De beoordeling Wat is de kern? 2.
- [gedaagde] huurt sinds 2011 de woning aan de [adres] te [woonplaats] van Woonstad. Haar ouders wonen bij haar in. Woonstad is deze procedure gestart omdat zij de huurovereenkomst met [gedaagde] wil beëindigen. Ze geeft daarvoor drie redenen. De eerste is het voeren van vogels door [gedaagde] . Woonstad zegt dat er klachten van omwonenden zijn binnengekomen, omdat [gedaagde] regelmatig vogels voert vanuit de woning. Het voeren van vogels is in de omgeving verboden (art. 2:60a Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012). [gedaagde] is daarop aangesproken, maar ze blijft ermee doorgaan. 2.
- De tweede reden waarom Woonstad de huurovereenkomst wil beëindigen is een steekincident waarbij de vader van [gedaagde] betrokken was. Op 15 augustus 2024 heeft vader, buiten het complex waarin het gehuurde ligt, een buurman van [gedaagde] met een mes gestoken en diens vrouw bedreigd. Vader heeft daarvoor gevangenisstraf gekregen. Woonstad stelt dat de gedragingen van vader mede aan [gedaagde] kunnen worden toegerekend en dat [gedaagde] zich daarmee niet als goed huurder heeft gedragen. 2.
- Op de zitting heeft de kantonrechter begrepen dat Woonstad nog een derde reden heeft om de huurovereenkomst te willen beëindigen. Zij stelt dat zij de toestemming die zij heeft gegeven om de ouders van [gedaagde] te laten inwonen, heeft ingetrokken. Ondanks dat intrekken heeft [gedaagde] haar ouders niet de toegang tot het gehuurde ontzegd. Volgens Woonstad gedraagt ze zich ook daarom niet als goed huurder. 2.
- Woonstad eist primair ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Subsidiair eist zij voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst. Dit houdt in dat de overeenkomst ontbonden wordt als [gedaagde] zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt waarna ze dan ook de woning zou moeten ontruimen. Zowel primair als subsidiair eist Woonstad dat [gedaagde] na ontbinding een vergoeding moet betalen tot het moment van ontruiming alsook dat zij wordt veroordeeld in de proceskosten. 2.
- [gedaagde] is het niet met de vorderingen van Woonstad eens. Ze vindt dat zij niet is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst. Als er al sprake zou zijn van een tekortkoming dan zou die volgens [gedaagde] niet ernstig genoeg zijn om ontbinding te rechtvaardigen. Geen tekortkomingen van [gedaagde] 2.
- De kantonrechter komt tot het oordeel dat [gedaagde] niet zodanig tekortschiet in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst dat de huurovereenkomst ontbonden moet worden. Dit wordt hierna uitgelegd. Geweldpleging vader 2.
- Het staat vast dat een steekincident heeft plaatsgevonden, waarbij de vader van [gedaagde] een buurman heeft neergestoken. Dit voorval is, hoewel het om een ernstig delict gaat, onvoldoende reden om de huurovereenkomst tussen Woonstad en [gedaagde] te ontbinden. 2.
- Vooropgesteld zij dat het hier gaat om een gedraging van de vader van [gedaagde] en niet om een gedraging van [gedaagde] zelf. Uit de rechtspraak volgt dat de omstandigheid of de huurder wetenschap had van een gedraging van een ander die met zijn goedvinden het gehuurde gebruikt relevant is bij de beoordeling van een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst. 2.
- De kantonrechter acht in deze zaak beslissend of [gedaagde] zich, in het licht van de gedragingen van haar vader, zelf niet als een goed huurder heeft gedragen. Bij de beantwoording van de vraag of hiervan sprake is, dient de kantonrechter rekening te houden met alle omstandigheden van het geval, waaronder de vraag of er een voldoende verband bestaat tussen de gedragingen van de vader van [gedaagde] en het gebruik van het gehuurde. 2.
- De kantonrechter kan niet vaststellen dat [gedaagde] wetenschap had van het plan van haar vader om de buurman neer te steken. Daarom kan haar niet worden verweten dat ze geen maatregelen heeft genomen om dat te voorkomen. Ter zitting heeft [gedaagde] verklaard dat zij niet wist dat haar vader (vaker) een mes bij zich droeg en ook niet op de concrete datum van het delict. Zij zegt geen weet te hebben van dergelijke intenties van haar vader. Uit het feit dat de vader in het bijzijn van [gedaagde] tegen een omwonende heeft gezegd “ik weet jou wel te vinden” kan niet worden geconcludeerd dat [gedaagde] er ernstig rekening mee moest houden dat hij iemand met een mes zou steken. Ook brengt [gedaagde] onweersproken naar voren dat zij op 15 augustus 2024 aan het werk was. Zij had op het moment van de steekpartij dus geen invloed op het gedrag van haar vader. Dat [gedaagde] niet wist dat haar vader een mes bij zich droeg en tot het plegen van een ernstig geweldsmisdrijf in staat was, is ter zitting niet weersproken door Woonstad. De vraag is ook welke maatregelen [gedaagde] redelijkerwijze had moeten treffen om de steekpartij te voorkomen. Dat er voorafgaand aan het incident spanningen waren tussen de omwonenden en de vader van [gedaagde] is onvoldoende reden om te oordelen dat zij maatregelen had moeten treffen. 2.
- De kantonrechter oordeelt dat er ook onvoldoende verband bestaat tussen het neersteken van de buurman door de vader van [gedaagde] en het gebruik van het gehuurde. Het steekincident heeft niet in het gehuurde plaatsgevonden, niet in de woning van de buurman en ook niet in het complex zelf, zelfs niet direct voor de entree. De plaats delict ligt op enkele minuten lopen van het gehuurde. Het steekincident was niet willekeurig in die zin dat de vader van [gedaagde] de buurman heeft neergestoken enkel en alleen omdat hij hem toevallig tegenkwam; er lag een conflict aan ten grondslag. Dit alles maakt dat het incident te ver af staat van het feitelijke gebruik van het gehuurde om tot de conclusie te komen dat deze gedraging van de vader aan [gedaagde] moet worden toegerekend en dat zij daarom tekort zou zijns geschoten in de nakoming van haar verplichtingen als huurder. 2.
- De kantonrechter begrijpt dat het voor het slachtoffer van het steekincident en andere omwonenden heel moeilijk is om geconfronteerd te worden met iemand die ernstig geweld heeft gepleegd, zeker als dit in de privé-omgeving gebeurt. Het is evenzeer begrijpelijk dat Woonstad zich het belang van de omwonenden (die ook huurders van Woonstad zijn) om van dergelijke confrontaties gevrijwaard te blijven, aantrekt. Dat maakt echter niet dat het geweldsincident of de gevolgen daarvan een tekortkoming van [gedaagde] opleveren die ontbinding zou rechtvaardigen. Toestemming voor inwoning door Woonstad ingetrokken 2.
- Woonstad stelt verder dat zij de toestemming voor inwoning van de ouders van [gedaagde] heeft ingetrokken, dat [gedaagde] heeft nagelaten daarop haar ouders de toegang tot het gehuurde te ontzeggen en dat zij daarmee tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Omdat dit pas voor het eerst tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen beschouwt de kantonrechter dit als een vermeerdering van de grondslag van de vordering, die alleen schriftelijk, bij conclusie of akte ter rolle, kan worden gedaan (artikel 130 lid 1 Rv). Woonstad heeft deze grond alleen mondeling naar voren gebracht tijdens de mondelinge behandeling en reeds daarom moet deze buiten beschouwing worden gelaten. Overigens heeft Woonstad deze grond ook onvoldoende onderbouwd. Uit niets blijkt dat [gedaagde] de toestemming van Woonstad nodig had en heeft om haar ouders bij haar te mogen laten inwonen. Als dergelijke toestemming al vereist zou zijn, dan heeft Woonstad niet onderbouwd op welke grond zij bevoegd zou zijn om die toestemming eenzijdig (en zonder voorafgaande waarschuwing) in te trekken. Ook is niet gebleken dat Woonstad de toestemming daadwerkelijk heeft ingetrokken. Voeren van vogels 2.
- De kantonrechter oordeelt dat het voeren van vogels, als daar al sprake van is geweest, geen tekortkoming oplevert die ernstig genoeg is om de ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Ter zitting is ook door Woonstad erkend dat het voeren van vogels op zich onvoldoende grond voor ontbinding is en dat zij het niet tot een procedure had laten komen als het geweldsincident niet zou hebben plaatsgevonden. Het eventuele voeren van de vogels levert ook in samenhang met de hiervoor besproken andere gronden onvoldoende grond voor ontbinding op. Daarom hoeft de kantonrechter niet vast te stellen of en in hoeverre daadwerkelijk sprake van is geweest van het voeren van vogels en bestaat er geen aanleiding om Woonstad tot bewijslevering toe te laten. Conclusie 2.
- Uit het voorgaande volgt dat er geen sprake is van een of meer tekortkomingen van [gedaagde] die, elk afzonderlijk of in onderlinge samenhang, tot ontbinding van de huurovereenkomst kunnen leiden. Daarom worden de vorderingen van Woonstad afgewezen. Woonstad moet de proceskosten betalen 2.
- De proceskosten komen voor rekening van Woonstad, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Woonstad aan [gedaagde] moet betalen op € 476,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 238,00) en € 119,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 595,
- Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.
- Dit vonnis wordt voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [gedaagde] dat eist en Woonstad daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- wijst de eis van Woonstad af; 3.
- veroordeelt Woonstad in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 595,00 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald; 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken. 62574 ECLI:NL:HR:2009:BH2952 ECLI:NL:GHDHA:2021:1240