RECHTBANK ROTTERDAM Team jeugd Zaaknummer: C/10/710047 / JE RK 25-2334 Datum uitspraak: 4 december 2025 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de voogd, tevens de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] , advocaat mr. R.W. de Gruijl, kantoorhoudende te Rotterdam. De kinderrechter merkt als informanten aan: [naam moeder] & [naam vader] , hierna te noemen: de ouders; wonende te [woonplaats] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 november 2025; - de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 3 december
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 december
- Daarbij waren aanwezig: - namens [voornaam minderjarige] , mr. V. de Roo, waarnemend voor mr. R.W. de Gruijl; - een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] . De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen. 1.
- De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] uitgenodigd voor een gesprek. [voornaam minderjarige] is door haar huidige situatie niet in staat hieraan gevolg te geven. 2De feiten 2.
- Bij beschikking van 30 september 2021 is [voornaam minderjarige] onder voogdij gesteld van de GI. 2.
- [voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep van Schakenbosch. 2.
- Bij beschikking van 15 juli 2025 heeft de kinderrechter een machtiging verleend om [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 15 januari
- 3Het verzoek De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. 4De standpunten 4.
- De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De GI maakt zich ernstige zorgen over [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] heeft afgelopen week opnieuw een suïcidepoging gedaan, waarvoor zij is behandeld in het ziekenhuis. [voornaam minderjarige] is beoordeeld door de crisisdienst van Parnassia. De beoordelend psychiater is tot de conclusie gekomen dat [voornaam minderjarige] op vrijwillige basis opgenomen kan worden, zonder dat een crisismaatregel noodzakelijk is. Dit blijkt echter niet het geval te zijn: er bestaat bij [voornaam minderjarige] geen vrijwillige basis voor behandeling. Youz heeft geen plek voor [voornaam minderjarige] en voor een plaatsing bij Yulius is een crisismaatregel vereist, die er niet is gekomen vanwege de conclusie van de crisisdienst. De GI heeft de crisisdienst meermalen verzocht een herbeoordeling uit te voeren. Die verzoeken zijn niet ingewilligd. Dit frustreert de GI enorm. Een gedwongen opname van [voornaam minderjarige] binnen de GGZ is noodzakelijk om het suïcidale patroon te doorbreken. [voornaam minderjarige] doet meermaals per week een suïcidepoging en heeft daarom intensieve behandeling nodig. Schakenbosch kan [voornaam minderjarige] wel therapie en behandeling bieden, maar [voornaam minderjarige] weigert hieraan haar medewerking te verlenen. Dit is niet de juiste plek voor [voornaam minderjarige] . Afgelopen woensdag heeft de GI een groot overleg gehad, waarbij ook zorgbemiddeling aanwezig was. Het is wenselijk dat [voornaam minderjarige] op een kleinschalige plek wordt geplaatst met weinig groepsgenoten en 24-uursbegeleiding. Een terugplaatsing bij de ouders is niet mogelijk. Hoewel het tijdens de verlofmomenten bij de ouders goed lijkt te gaan, komt dit doordat de ouders [voornaam minderjarige] nu vrijlaten in wat zij wil. Dit zal heel anders zijn wanneer [voornaam minderjarige] weer structureel bij de ouders woont. De kans is groot dat zij daar dan hetzelfde schadelijke gedrag zal gaan laten zien. Dit legt een onverantwoorde druk op de schouders van de ouders. Zij kunnen [voornaam minderjarige] onvoldoende veiligheid bieden. Behandeling is essentieel om de stap naar de ouders thuis te kunnen uitbreiden. 4.
- Door de advocaat van [voornaam minderjarige] wordt ter zitting naar voren gebracht dat ze geen contact heeft kunnen krijgen met [voornaam minderjarige] . Desondanks verzoekt de advocaat namens [voornaam minderjarige] de machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor een kortere duur dan is verzocht. Het is overduidelijk dat de plaatsing bij Schakenbosch niet in het belang is van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] wil niet op Schakenbosch verblijven en neemt het negatieve gedrag van groepsgenoten over. Er dient zicht te komen op een passende plek voor [voornaam minderjarige] . Daarnaast heeft [voornaam minderjarige] niet met de kinderrechter kunnen praten. 5De beoordeling 5.
- De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. 5.
- [voornaam minderjarige] verblijft sinds 1 januari 2025 op een gesloten groep van Schakenbosch, waar goede en slechte momenten zich afwisselen. Op sommige momenten doet [voornaam minderjarige] mee op de groep, eet ze mee en is ze in contact met de begeleiders. Op andere momenten is er sprake van situaties, waarbij [voornaam minderjarige] zichzelf probeert te wurgen of een overdosis medicatie slikt of glas inslikt. Tijdens deze incidenten moet de groepsleiding acuut ingrijpen en zijn politie en ambulance nodig om [voornaam minderjarige] te kalmeren en te behandelen. Als gevolg hiervan is [voornaam minderjarige] in de afgelopen periode niet toegekomen aan school en/of dagbesteding. Daarnaast is de therapie van [voornaam minderjarige] gestagneerd en wordt er geprobeerd een herstart te maken. Ook staat [voornaam minderjarige] niet open voor een behandeling of begeleiding vanuit Schakenbosch. 5.
- De problematiek van [voornaam minderjarige] is complex en de momenten van onveiligheid zijn groot. In het afgelopen weekend is dit opnieuw gebleken. Na het weekendverlof bij de ouders heeft [voornaam minderjarige] , na terugkomst op de groep, wederom een suïcidepoging gedaan. [voornaam minderjarige] is behandeld in het ziekenhuis en beoordeeld door de crisisdienst van Parnassia. Een crisismaatregel is hierbij niet afgegeven, maar zonder crisismaatregel blijkt een opname binnen de GGZ niet mogelijk. Als gevolg hiervan heeft de GI in de afgelopen dagen meermaals gevraagd om een herbeoordeling door een psychiater. Dit is echter niet mogelijk gebleken, terwijl dit wel hoogstnoodzakelijk is. De kinderrechter is met de GI van oordeel dat een herbeoordeling van [voornaam minderjarige] moet plaatsvinden, omdat zij op dit moment een gevaar is voor zichzelf en er geen sprake is van een vrijwillige basis op grond waarvan zij behandeld kan worden binnen de GGZ. De kinderrechter vindt het kwalijk dat enerzijds het belang van behandeling wordt onderschreven, maar dat anderzijds uitgegaan wordt van de mogelijkheid tot vrijwillige behandeling, terwijl uit het dossier van [voornaam minderjarige] het tegendeel blijkt. De zorgen over [voornaam minderjarige] zijn extreem, waarbij zij zichzelf al meermaals in groot gevaar heeft gebracht. 5.
- De kinderrechter erkent dat Schakenbosch geen geschikte plek is voor [voornaam minderjarige] , alleen al gelet op het aantal suïcidepogingen die daar hebben plaatsgevonden. Tegelijkertijd zijn er op dit moment geen andere mogelijkheden voorhanden en is een ingrijpend middel noodzakelijk om [voornaam minderjarige] te kunnen beschermen tegen zichzelf. De vraag naar het alternatief is uitvoerig ter zitting besproken. Ook de onafhankelijke gedragswetenschapper stelt in zijn instemmingsverklaring van 3 december 2025 dat er binnen de geslotenheid meer mogelijkheden zijn om [voornaam minderjarige] te beschermen en te begrenzen. Op een open plek zijn er meer risico’s en deze risico’s dienen, gelet op de complexe problematiek van [voornaam minderjarige] , beperkt te worden. [voornaam minderjarige] kan daarnaast niet terug naar de ouders. [voornaam minderjarige] verblijft vaak in de weekenden bij de ouders, maar de ouders zijn niet in staat om [voornaam minderjarige] voldoende veiligheid te bieden. 5.
- Om een vinger aan de pols te houden en omdat de kinderrechter niet met [voornaam minderjarige] heeft kunnen spreken, verleent de kinderrechter een machtiging in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor een kortere duur dan is verzocht, te weten voor de duur van drie maanden. De beslissing wordt voor het overige aangehouden tot de hierna te noemen zittingsdatum. In de komende maanden is het belangrijk dat het perspectief voor [voornaam minderjarige] duidelijk wordt. Er dient een passende plek gevonden te worden, waar zij een intensieve behandeling kan volgen. Hierbij lijkt een plek binnen de GGZ, afgaande op de informatie van de GI, het meest geschikt. De kinderrechter gaat er vanuit dat alle partijen met elkaar gaan samenwerken om [voornaam minderjarige] op de best mogelijke manier te kunnen helpen. [voornaam minderjarige] verdient dit. 5.
- Omdat de voogdij over [voornaam minderjarige] bij de GI berust, is een ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] niet vereist. 5.
- De GI wordt verzocht om de kinderrechter (met afschrift daarvan aan mr. R.W. de Gruijl) voorafgaand aan de hierna te noemen zittingsdatum te rapporteren over de huidige stand van zaken en daarbij aan te geven of het overige deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd. Mocht de GI het verzoek voor het overige handhaven, is een nieuwe instemmingsverklaring van een onafhankelijke gedragswetenschapper vereist. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, met ingang van 15 januari 2026 tot 15 april 2026; 6.
- houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI en [voornaam minderjarige] en haar advocaat op te verschijnen tijdens de zitting van mr. M.A. van der Laan-Kuijt van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 25 maart 2026 te 10.15 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord; 6.
- bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting; 6.
- vraagt de griffier de vader en de moeder op te roepen als informanten. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025 door mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.N. van Geest als griffier, en op schrift gesteld op 23 december
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).