beslissing RECHTBANK ROTTERDAM Wrakingskamer zaaknummer: C/10/708278/ HA RK 25- l 002 Beslissing van 24 oktober 2025 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker], wonende te Rotterdam, hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. drs. J. van den Bos, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. 1De procedure Het verzoek van verzoeker strekt tot wraking van de rechter in de civiele zaak met nummer C/10/678699 FA RK 24-
- Deze zaak betreft een geschil tussen verzoeker en wederpartij [naam] over de omgangsregeling met betrekking tot hun minderjarig kind. Het dossier van deze zaak is ter beschikking gesteld van de wrakingskamer. 2De ontvankelijkheid van het verzoek
- l. In de wrakingsprocedure gelden dezelfde regels voor (verplichte) procesvertegenwoordiging als in de (bodem)procedure waarin het wrakingsverzoek is gedaan. Verplichte procesvertegenwoordiging houdt onder andere in dat een partij zelf geen proceshandelingen kan verrichten, zoals het indienen van stukken of het doen van nieuwe, gewijzigde of aanvullende verzoeken, maar dat daarvoor de tussenkomst van een advocaat vereist is. 2.
- In de hoofdzaak geldt verplichte procesvertegenwoordiging voor verzoeker. Dit betekent dat verzoeker dus niet zelf een verzoek tot wraking van de rechter kon indienen. Dit geldt zowel voor een wrakingsverzoek dat tijdens een zitting mondeling wordt ingediend, als voor een wrakingsverzoek dat schriftelijk wordt ingediend. Artikel 2 lid 2 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank maakt daar geen onderscheid in. 2.
- Het wrakingsverzoek van verzoeker is in strijd met het voorgaande niet ingediend door een advocaat. Verzoeker is overeenkomstig artikel 2 lid 2 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank per e-mail van 6 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen, maar heeft het verzuim niet hersteld. Zaaknummer / rekestnummer : C/10/708278/ HA RK 25-1002 2 Uitspraak : 24 oktober 2025 Gelet op het bovenstaande is verzoeker niet-ontvankelijk in het door hem ingediende wrakingsverzoek. De wrakingskamer komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek. Een mondelinge behandeling van het verzoek kan daarom ook achterwege blijven. 3De beslissing De rechtbank: verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven door mr. dr. P.G.J. van den Berg, voorzitter, mr. F.P.J. Schoonen en mr. W.P.M. Jurgens, rechters, en door de voorzitter en de griffier mr. N. Jallal ondertekend op 24 oktober
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.