← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:15760

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11928943 VV EXPL 25-625 datum uitspraak: 22 december 2025 Vonnis in kort geding van de kantonrechter in de zaak van Vuyk Engineering Rotterdam B.V., vestigingsplaats: Capelle aan den IJssel, eiseres, gemachtigde: mr. Z. Koria, tegen 1 [gedaagde 1] , woonplaats: [plaats] ,

  1. [gedaagde 2] , woonplaats: [plaats] ,
  2. [gedaagde 3] B.V., vestigingsplaats: Gouda, gedaagden, gemachtigde: mr. P.A. Brandsma. Eisende partij wordt hierna ‘ Vuyk ’ genoemd en gedaagden afzonderlijk worden ‘ [gedaagde 1] ’, ‘ [gedaagde 2] ’ en ‘ [gedaagde 3] ’ genoemd. 1De procedure 1.
  3. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 15 november 2025, met bijlagen; het antwoord met eis in reconventie, met bijlagen; de aanvullende bijlage van gedaagden; de spreekaantekeningen van de gemachtigde van gedaagden. 1.
  4. Op 8 december 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig de heer [naam 1] (operationeel directeur) en de heer [naam 2] (commercieel directeur) namens Vuyk met mr. Z. Koria en mr. J. van Meeteren. Aan de kant van gedaagden zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verschenen, mede namens [gedaagde 3] , met de gemachtigde mr. P.A. Brandsma. 2Het geschil in conventie 2.
  5. Vuyk vordert samengevat: gedaagden primair te verbieden gedurende twee jaar concurrerende activiteiten te ondernemen jegens Vuyk of subsidiair beperkt tot concurrerende activiteiten binnen de maritieme offshore windsector van Vuyk ; gedaagden te verbieden gedurende twee jaar klanten die zijn genoemd in bijlage 36 te benaderen of daarmee contacten te onderhouden, subsidiair beperkt tot de maritieme offshore windsector van Vuyk ; gedaagden primair te verbieden gedurende twee jaar werkzaamheden te verrichten of opdrachten te aanvaarden van de klanten van Vuyk die zijn genoemd in bijlage 36 of contact te hebben met personeel van Vuyk , subsidiair beperkt tot de maritieme offshore windsector van Vuyk ; gedaagden te bevelen om klanten van Vuyk die zijn genoemd in bijlage 36 en die op eigen initiatief [gedaagde 3] benaderen schriftelijk mee te delen dat zij niet beschikbar zijn; te bepalen dat gedaagden, voor elke dag (of gedeelte daarvan) dat zij in strijd handelen met het hiervoor gevorderde, aan Vuyk een dwangsom verbeuren van € 5.000,- per dag tot een maximum van € 100.000,-; gedaagden te bevelen om de eigendommen van Vuyk terug te geven aan Vuyk ; gedaagden te verbieden om in de promotie van hun dienstverlening actief te verwijzen naar hun dienstverleden bij Vuyk en gebruik te maken van de gevestigde naam van Vuyk in de branche; gedaagden te verbieden om zich negatief uit te laten over Vuyk tegenover derden; gedaagden te bevelen om aan Vuyk een lijst ter hand zal stellen van alle relaties van Vuyk die door gedaagden tijdens en na beëindiging van hun dienstverband of overeenkomst van opdracht met Vuyk , zijn benaderd en daarbij de aard van dat contact te vermelden; gedaagden te veroordelen tot nakoming van het geheimhoudingsbeding, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per overtreding vermeerderd met € 1.000,- per dag en met een maximum van € 100.000,-; primair gedaagden te veroordelen tot betaling van verbeurde boetes vanwege schending van het geheimhoudingsbeding van € 6.000,- (6 x € 1.000,- voor zes inbreuken), te vermeerderen met aanvullende boetes van € 50,- per inbreuk per dag vanaf de dag van de inbreuk tot en met 25 oktober 2025 in totaal € 55.400,- met wettelijke rente, subsidiair alleen [gedaagde 1] hiertoe te veroordelen; [gedaagde 3] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 23.100,- met wettelijke rente; gedaagden te veroordelen in de proceskosten met rente; het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 2.
  6. Gedaagden zijn van mening dat de vorderingen van Vuyk moeten worden afgewezen. in reconventie 2.
  7. [gedaagde 3] vordert samengevat: Vuyk te veroordelen om aan [gedaagde 3] te betalen € 37.336,49, met wettelijke handelsrente plus 3% per maand en te vermeerderen met € 24.464,99 (inclusief btw) aan juridische kosten; Vuyk te veroordelen in de proceskosten met rente; het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 2.
  8. Vuyk is van mening dat de vorderingen van [gedaagde 3] moeten worden afgewezen. 3De beoordeling Waar de zaak over gaat 3.
  9. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn voormalig werknemers van Vuyk . [gedaagde 1] heeft circa 21 jaar bij Vuyk gewerkt en [gedaagde 2] circa 11 jaar. In februari 2025 hebben zij de arbeidsovereenkomsten opgezegd met de mededeling dat zij een eigen bedrijf gaan oprichten. Voor beiden gold een opzegtermijn van een maand zodat de arbeidsovereenkomsten per 1 april 2025 zouden eindigen. Vuyk en [gedaagde 2] hebben vervolgens [gedaagde 3] opgericht. 3.
  10. In verband met de grote hoeveelheid werk hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] met Vuyk afgesproken dat de arbeidsovereenkomsten een maand later (per 1 mei 2025) zouden eindigen. Aansluitend heeft Vuyk aan [gedaagde 3] opdracht gegeven werkzaamheden voor haar te verrichten. De werkzaamheden, die werden uitgevoerd door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , vonden plaats op het kantoor van Vuyk . De werkzaamheden in het kader van deze opdracht zijn (uiteindelijk) in augustus 2025 geëindigd. 3.
  11. In augustus 2025 vernam Vuyk dat een opdracht van één van haar klanten aan [gedaagde 3] was gegund. Na onderzoek door haar it-afdeling heeft Vuyk ontdekt, althans zo stelt zij, dat gedaagden op verschillende manieren onbehoorlijk en onrechtmatig hebben gehandeld tegenover Vuyk en dat zij diverse verplichtingen met betrekking tot de geheimhouding hebben geschonden. Vuyk wil in dit kort geding onder meer dat gedaagden gedurende twee jaar hun concurrerende activiteiten staken, geen contacten onderhouden met klanten van Vuyk en dat zij zich houden aan de afspraken over geheimhouding. 3.
  12. Gedaagden zijn het niet eens met Vuyk . Zij zijn van mening dat het ze vrijstaat om Vuyk te beconcurreren. Zij handelen niet onrechtmatig. Evenmin schenden zij de geheimhoudingsverplichtingen. Zij vinden dat de vorderingen van Vuyk moeten worden afgewezen. 3.
  13. [gedaagde 3] vordert in reconventie betaling van de nog openstaande facturen met betrekking tot de overeenkomst van opdracht met Vuyk . Daarnaast vordert zij betaling van de werkelijke juridische kosten. Zij verwijst daarvoor naar de DNR
  14. 3.
  15. De kantonrechter wijst in conventie de vorderingen van Vuyk af, behalve de teruggave van de eigendommen en de nakoming van het geheimhoudingsbeding. In reconventie wordt de vordering tot betaling van de facturen toegewezen. Hierna wordt toegelicht hoe de kantonrechter tot dit oordeel komt, maar eerst wordt ingegaan op de bevoegdheid van de kantonrechter inzake de vorderingen van Vuyk tegen [gedaagde 3] en die van [gedaagde 3] tegen Vuyk . Bevoegdheid 3.
  16. Voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geldt dat de kantonrechter absoluut bevoegd is omdat de vorderingen te maken hebben met de arbeidsovereenkomst die zij hadden met Vuyk . Voor [gedaagde 3] geldt dit niet en is de kantonrechter in principe niet bevoegd omdat de vorderingen een bedrag van € 25.000,- overstijgen. Omdat het gelet op de samenhang en het spoedeisend belang niet wenselijk is de zaak te splitsen en de vordering tegen [gedaagde 3] naar de voorzieningenrechter te verwijzen, zal de kantonrechter vanuit proceseconomisch oogpunt absolute bevoegdheid ten aanzien van de vorderingen van Vuyk op [gedaagde 3] aannemen. Dit geldt ook voor de vordering in reconventie. Partijen hebben hier ook geen bezwaar tegen gemaakt. Kort geding 3.
  17. Het gaat hier om een kort geding procedure. De vorderingen in kort geding kunnen worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de vorderingen in een gewone procedure worden toegewezen. Verder is in een kort geding procedure geen plaats voor bewijslevering. 3.
  18. Zowel in conventie als in reconventie is het spoedeisend belang bij de vorderingen voldoende gebleken. In conventie 3.
  19. In conventie gaat het in de eerste plaats om de vraag of sprake is van onrechtmatige concurrentie door gedaagden. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn niet gebonden aan een concurrentie- of relatiebeding. Dit betekent dat het hen in principe vrij staat om met Vuyk als ex-werkgever te concurreren, ook als Vuyk daarvan nadeel ondervindt. Die concurrentie is pas onrechtmatig als sprake is van 1) het stelselmatig en substantieel afbreken 2) van het duurzame bedrijfsdebiet van Vuyk met 3) hulpmiddelen die zij daarvoor vertrouwelijk van Vuyk ter beschikking kregen. Bijzondere omstandigheden kunnen meebrengen dat, ook wanneer de gedragingen niet voldoen aan de zogenoemde Boogaard/Vesta-criteria, zij toch onrechtmatig zijn. Dit laatste kan het geval zijn als bijvoorbeeld sprake is van het beconcurreren van de voormalige werkgever tijdens het dienstverband. 3.
  20. Vuyk verwijt gedaagden concreet dat zij in de periode dat zij op basis van een opdracht voor Vuyk werkten actief klanten hebben geworven vanaf hun Vuyk e-mailadres, dat [gedaagde 1] gegevens van klanten van zijn Vuyk e-mailadres naar zijn [gedaagde 3] e-mail heeft doorgestuurd, dat [gedaagde 1] een medewerker van Vuyk heeft overgehaald vertrouwelijke informatie aan [gedaagde 3] door te sturen, dat gedaagden al tijdens hun dienstverband bij Vuyk [gedaagde 3] hebben opgericht en gepromoot, dat zij zich als expert in de branche profileren door te wijzen op hun bij Vuyk opgedane kennis en tot slot dat gedaagden vertrouwelijke informatie en documenten van Vuyk gebruiken voor de bedrijfsvoering van [gedaagde 3] . 3.
  21. Het staat voorop dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] door hun lange dienstverband bij Vuyk beschikken over bedrijfsinformatie van Vuyk , zoals klant- en productgegevens. Het enkele gebruik van die kennis en gegevens en het benaderen van een klant is op zichzelf niet onrechtmatig. Ook het doorsturen van vertrouwelijke gegevens naar het eigen e-mailadres is in principe niet onrechtmatig. Dat wordt het pas als die kennis en gegevens worden gebruikt om, zoals onder 3.10 uiteengezet, het duurzame bedrijfsdebiet van de werkgever stelselmatig en substantieel af te breken. 3.
  22. Uit de door Vuyk aangehaalde e-mails kan worden opgemaakt dat [gedaagde 1] een aantal klanten van Vuyk heeft laten weten dat hij een eigen onderneming is gestart. Ook spreekt hij in die berichten de hoop uit in de toekomst te kunnen samenwerken. Het gaat echter om niet meer dan enkele berichten aan een klein deel van het klantenbestand van Vuyk . Dat kan niet worden aangemerkt als stelselmatig of substantieel. Hierbij weegt mee dat deze contacten hebben plaatsgevonden in de periode dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voor [gedaagde 3] in opdracht van Vuyk werkzaamheden voor Vuyk verrichtten. Om die reden gebruikten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] nog steeds het e-mailadres van Vuyk en hadden zij nog steeds rechtstreeks contact met klanten en personeel van Vuyk . Door gedaagden is in dit verband betoogd dat er een spanningsveld zat tussen enerzijds de inschakeling van [gedaagde 3] door Vuyk en anderzijds het opbouwen van de onderneming [gedaagde 3] door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . De kantonrechter volgt gedaagden in zoverre dat in zo een geval de grenzen soms onduidelijk kunnen zijn. Daarbij komt dat Vuyk het kennelijk niet nodig heeft gevonden voor deze periode expliciete afspraken te maken over het benaderen van (bepaalde) klanten van Vuyk door gedaagden. Er is door Vuyk alleen in het algemeen gewezen op de mogelijkheid dat het actief en systematisch benaderen van klanten als oneerlijke concurrentie kan worden gezien (bijlage 7 dagvaarding). De NDA (non disclosure agreement, bijlage 10 dagvaarding) ziet evenmin op het beconcurreren van Vuyk door gedaagden, althans dat heeft Vuyk onvoldoende toegelicht. 3.
  23. Bovenal geldt dat Vuyk niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar bedrijfsdebiet wordt afgebroken door het handelen van gedaagden. Vuyk stelt dat haar omzet in de maritieme offshore wind sector goed is voor 31% van de totale omzet van Vuyk in de afgelopen twee jaar. Volgens Vuyk proberen gedaagden daarvan nu de helft over te nemen. Partijen zijn het er echter over eens dat tot vandaag één opdracht van een klant van Vuyk naar [gedaagde 3] is gegaan. Het gaat om een opdracht van [bedrijf] . Gedaagden hebben onweersproken aangevoerd dat het om een eenmalige opdracht gaat met een omzet van € 118.800,-. Gesteld noch gebleken is dat [bedrijf] volledig is overgestapt van Vuyk naar [gedaagde 3] of dat van plan is te doen. Dat is volgens gedaagden ook niet mogelijk omdat zij daar eenvoudigweg de capaciteit niet voor hebben. Bij [gedaagde 3] zijn vooralsnog twee medewerkers werkzaam, namelijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Van een substantiële terugval in de omzet van Vuyk of overlopen van klanten naar [gedaagde 3] als gevolg van het beconcurreren door gedaagden is niet gebleken. Er zijn vooralsnog ook geen aanwijzingen dat dit staat te gebeuren. 3.
  24. Vuyk stelt in verband met de opdracht van [bedrijf] nog dat die met grote mate van zekerheid aan haar zou zijn gegund omdat het een vervolgopdracht betrof. Dit is gelet op de betwisting door gedaagden onvoldoende aannemelijk. Volgens gedaagden hadden zeven ondernemingen zich ingeschreven voor de opdracht. Dit valt niet te rijmen met de stelling van Vuyk dat normaal gesproken een vervolgopdracht naar de originele ontwerper gaat. Vuyk heeft dit verder niet toegelicht. Vuyk stelt ook dat uit de offerte van [gedaagde 3] ten behoeve van [bedrijf] volgt dat [gedaagde 3] gebruik maakt van wat door Vuyk al is bedacht. Waar dit concreet uit kan worden opgemaakt heeft zij echter onvoldoende duidelijk gemaakt. 3.
  25. Verder beroept Vuyk zich op machtsmisbruik door gedaagden. Volgens Vuyk hebben gedaagden een werknemer van Vuyk aangezet vertrouwelijke informatie (een lijst van contactpersonen en telefoonnummers, bijlage 18 dagvaarding) aan hen te geven. Gedaagden betwisten dit. Deze werknemer zou dit uit eigen beweging hebben gedaan. Machtsmisbruik is een vergaande beschuldiging. Vuyk moet daarvoor voldoende stellen. Dat heeft zij tegenover de betwisting door gedaagden onvoldoende gedaan, zodat dit niet aannemelijk is geworden. 3.
  26. Tot slot hebben gedaagden voldoende weersproken dat zij zich al tijdens hun dienstverband bezig hebben gehouden met het (onrechtmatig) beconcurreren van Vuyk . Het verrichten van voorbereidingshandelingen zoals de inschrijving bij de Kamer van Koophandel in maart 2025 is niet onrechtmatig. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben ook nooit geheimzinnig gedaan over hun plannen toen zij ontslag namen. Gedaagden hebben daarnaast afgezien van de beurs in Kopenhagen toen Vuyk liet weten daar problemen mee te hebben. Van andere concurrerende handelingen tijdens het dienstverband is niet gebleken. 3.
  27. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft Vuyk , alles bij elkaar genomen, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van onrechtmatige concurrentie door gedaagden. De vorderingen van Vuyk die daarmee verband houden (onder I, II, III, IV, V, VII en IX van het petitum van de dagvaarding) worden afgewezen. Schending geheimhoudingsbeding 3.
  28. Vuyk wil dat gedaagden zich houden aan het geheimhoudingsbeding in de arbeidsovereenkomsten en maakt aanspraak op boetes wegens de schending ervan. Het geheimhoudingsbeding luidt: De werknemer is uit hoofde van zijn functie tot geheimhouding verplicht. Het is de werknemer derhalve verboden, hetzij gedurende het dienstverband, hetzij na het einde daarvan op enigerlei wijze aan derden, direct of indirect, in welke vorm dan ook, mededelingen te doen van of aangaande enige bijzonderheden betreffende de werkgever en de bij de werkgever uitgevoerde of in uitvoering zijnde projecten waarvan bekend is of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze vertrouwelijk zijn. Werknemer is van rechtswege in gebreke door enkele overtreding of niet nakoming van het bepaalde in dit artikel, in welk geval werknemer aan werkgever een direct opvorderbaar bedrag van € 1.000,- per overtreding verbeurt, benevens een bedrag van € 50,00 voor iedere dag, dat de overtreding voortduurt. Werkgever heeft het recht om in plaats van de boete van werknemer volledige schadevergoeding te vorderen. 3.
  29. De gevorderde nakoming van het geheimhoudingsbeding is, hoewel op zich zelf niet nodig, toewijsbaar. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben immers niet betwist dat zij daaraan gebonden zijn. Er bestaat daarbij onvoldoende aanleiding om aan de veroordeling een dwangsom te verbinden. Het beding voorziet immers al in een boete in geval van schending van het beding. [gedaagde 3] is niet gebonden aan het geheimhoudingsbeding in de arbeidsovereenkomsten tussen Vuyk en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , zodat deze vordering ten aanzien van [gedaagde 3] wordt afgewezen. 3.
  30. De gestelde schendingen van het geheimhoudingsbeding bestaan uit het doorsturen van gegevens naar [gedaagde 3] door [gedaagde 1] en het gebruik maken van het offerteformat van Vuyk . [gedaagde 1] heeft de gegevens alleen aan zichzelf (naar zijn e-mailadres bij [gedaagde 3] ) gestuurd. Vuyk heeft niet aannemelijk gemaakt dat de doorgestuurde informatie daadwerkelijk is gedeeld met een derde. Zie voorts het gestelde onder 3.
  31. 3.
  32. Wat betreft het offerteformat overweegt de kantonrechter dat onvoldoende aannemelijk is dat het offerteformat als vertrouwelijke informatie moet worden gezien. De kantonrechter begrijpt dat het hier alleen gaat over de opzet van de offerte. Vuyk heeft in bijlage 25 bij de dagvaarding de twee offertes naast elkaar gelegd. De offertes vertonen inderdaad veel gelijkenissen. De vraag is hoe vertrouwelijk een dergelijk format is en wat in de branche gebruikelijk is. Vuyk heeft dit tegenover de betwisting door gedaagden onvoldoende duidelijk gemaakt. 3.
  33. Het voorgaande betekent naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter dat de vorderingen van Vuyk die zien op de gestelde schending van het geheimhoudingsbeding worden afgewezen. Schending wettelijke- en contractuele verplichtingen 3.
  34. Vuyk is van mening dat [gedaagde 3] zich niet als goed opdrachtnemer heeft gedragen. Zij verwijst naar de wet en de NDA. Vuyk stelt dat [gedaagde 3] in strijd hiermee heeft gehandeld waardoor zij schade heeft geleden. Zij vordert een voorschot op de geleden schade van € 23.100,-. Het gaat in het bijzonder om het mislopen van het [bedrijf] vervolgproject en gemaakte reiskosten naar Kopenhagen om de relatie met [bedrijf] te herstellen. Zoals onder 3.15 al is overwogen heeft Vuyk onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de opdracht van [bedrijf] anders naar haar zou zijn gegaan. Daarmee ontbreekt reeds voldoende causaal verband tussen het gestelde onrechtmatige handelen en de schade, althans dat is in deze procedure niet aannemelijk geworden. 3.
  35. Tijdens de zitting heeft Vuyk toegelicht dat de heer [naam 2] naar Kopenhagen is gegaan voor een bespreking met [bedrijf] . [bedrijf] zou zorgen hebben geuit bij Vuyk . Zij was bang dat de opdracht aan [gedaagde 3] vertraging zou oplopen door het geschil tussen Vuyk en gedaagden. Dit kan zo zijn, maar niet valt in te zien waarom dit ertoe moet leiden dat de reiskosten voor rekening van [gedaagde 3] komen. 3.
  36. Het gevorderde voorschot op de schade wordt gelet op het voorgaande afgewezen. 3.
  37. Vuyk vordert ook teruggave van haar eigendommen. Daarmee bedoelt Vuyk de laptops die gedaagden nog onder zich hebben. Dit wordt door gedaagden, althans [gedaagde 3] , niet betwist. [gedaagde 3] voert aan dat zij zich beroept op een retentierecht, omdat Vuyk weigert de nog openstaande facturen te betalen. Omdat hierna wordt geoordeeld dat Vuyk de facturen moet betalen zullen gedaagden worden veroordeeld tot teruggave van de laptops. Ten slotte 3.
  38. Vuyk vordert nog te verbieden dat gedaagden zich negatief uitlaten over Vuyk tegenover derden. Dit wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Er blijkt niet dat gedaagden zich daaraan schuldig maken, laat staan in die mate dat het kan leiden tot (reputatie)schade van Vuyk . In reconventie 3.
  39. [gedaagde 3] vordert betaling van de nog openstaande facturen van de werkzaamheden in het kader van de opdracht van Vuyk . Het gaat om een drietal facturen voor een totaalbedrag van € 37.336,49 inclusief btw. Vuyk betwist de verschuldigdheid van de facturen niet maar beroept zich op opschorting in verband met haar vordering in conventie. Nu de vorderingen (tot betaling) in conventie worden afgewezen slaagt het beroep op opschorting niet. De vordering zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke handelsrente over dit bedrag wordt eveneens toegewezen. 3.
  40. Daarnaast vordert [gedaagde 3] betaling van de werkelijke juridische kosten van € 24.464,99 inclusief btw facturen (bijlage 9 conclusie van antwoord/eis in reconventie). Zij baseert dit op artikel 56 van de DNR
  41. Vuyk betwist dat deze kosten zien op de incasso van de facturen. Volgens Vuyk is de factuur van september 2025 niet gespecificeerd en zien de werkzaamheden van oktober 2025 op deze procedure, waarin meer aan de orde is dan de betaling van de facturen. De kantonrechter volgt Vuyk in zoverre dat aan de hand van de overgelegde stukken onvoldoende duidelijk is dat hier gevorderde juridische kosten zien op de incasso van de hier aan de orde zijnde facturen. Deze vordering wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen. In conventie en in reconventie Proceskosten 3.
  42. De proceskosten komen zowel in conventie als in reconventie voor rekening van Vuyk , omdat zij (grotendeels) ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Vuyk aan gedaagden moet betalen op € 814,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 949,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen. Uitvoerbaar bij voorraad 3.
  43. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 4De beslissing De kantonrechter: In conventie 4.
  44. beveelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] het geheimhoudingsbeding als omschreven in artikel 20 en 16 van de arbeidsovereenkomsten met Vuyk na te komen; 4.
  45. beveelt gedaagden om binnen 8 dagen na de datum van het vonnis de laptops van Vuyk die zij nog in hun bezit hebben aan Vuyk af te geven; In reconventie 4.
  46. veroordeelt Vuyk om aan [gedaagde 3] te betalen € 37.336,49 met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW plus 3% per maand vanaf de vervaldag van de facturen tot de dag dat volledig is betaald; In conventie en in reconventie 4.
  47. veroordeelt Vuyk in de proceskosten, die aan de kant van gedaagden worden begroot op € 949,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald; 4.
  48. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 4.
  49. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Willemsen en in het openbaar uitgesproken. 540 HR 9 december 1955, ECLI:NL:HR:1955:47 ( [naam 3] /Vesta)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.