Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummers: 10/110708-25; 10/126688-25 (gev. ttz) Datum uitspraak: 23 juli 2025 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] , inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres] , [postcode] [plaatsnaam] , raadsman mr. D.A.W. Dekker. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 juli 2025. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen, zoals één daarvan op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de (gewijzigde) tenlastelegging(
- en)is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. W.A.J.A. Welten heeft gevorderd: bewezenverklaring van alle vier de ten laste gelegde feiten; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 163 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in het reclasseringsrapport van 17 juli 2025; veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren. 4Waardering van het bewijs 4.1. Bewezenverklaring zonder nadere motivering Het onder parketnummer 10/110708-25 onder 1, 2 en 3 en het onder parketnummer 10/126688-25 ten laste gelegde heeft de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.2. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/110708-25 onder 1, 2 en 3 en het onder parketnummer 10/126688-25 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: 10/110708-25: 1. hij in of omstreeks de periode van 31 december 2024 tot en met 9 april 2025 te Alblasserdam en/of Papendrecht, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens), opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad - een (grote) hoeveelheid van een of meer stoffen van de Opiumwet lijst 1 en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; - een (grote) hoeveelheid van een of meer stoffen van de Opiumwet lijst 1 en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2 hij op of omstreeks 9 april 2025 te Alblasserdam, althans in Nederland, (van) een geldbedrag van (ongeveer) 12.500 11.910 euro, althans een of meer voorwerpen Sub b -heeft verworven en voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of -gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(
- en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf; 3 hij op of omstreeks 9 april 2025 te Alblasserdam en/of Papendrecht, opzettelijk aanwezig heeft gehad - een (grote) hoeveelheid van een of meer stoffen van de Opiumwet lijst 1 en/of ongeveer 72 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; - een (grote) hoeveelheid van een of meer stoffen van de Opiumwet lijst 1 en/of ongeveer 231,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 10/126688-25: hij op of omstreeks 18 februari 2025 te Papendrecht,opzettelijkaanwezig heeft gehadongeveer 33,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende cocaïne en/of ongeveer 7,1 gram, in elk geval een hoeveelheid vaneen materiaal bevattende MDMA,zijnde cocaïne en/of MDMA(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 5Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op: eendaadse samenloop van: 10/110708-25 feit 1: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod; 10/110708-25 feit 3: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; 10/126688-25: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. feit 2: witwassen Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7Motivering straffen 7.1. Algemene overweging De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.2. Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verschillende overtredingen van de Opiumwet door het dealen in - en aanwezig hebben van - cocaïne en MDMDA. Het is algemeen bekend dat de handel in harddrugs gepaard gaat met vele andere vormen van (zware) criminaliteit, waaronder geweld en ondermijning. Tegen dit soort strafbare feiten dient daarom streng en consequent te worden opgetreden. Daarnaast zijn drugs slecht voor de volksgezondheid en is de productie ervan slecht voor het milieu. De verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van al die negatieve effecten. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan, ook vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, en is daarmee een bedreiging voor de samenleving. 7.3. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.3.1. Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 12 juni 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. 7.3.2. Rapportages Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 17 juli 2025. Dit rapport houdt – kort gezegd – het volgende in. De reclassering kan vanwege de proceshouding van de verdachte geen inschatting maken van het recidiverisico (toevoeging rechtbank: in een later stadium heeft de verdachte wel openheid van zaken heeft gegeven). De reclassering schat in dat de verdachte onvoldoende in staat is om de consequenties van zijn handelen in te schatten. Verdere diagnostiek ontbreekt, waardoor het voor de reclassering onbekend is of het psychosociaal functioneren delictgerelateerd is. Ten tijde van onderhavige verdenkingen beschikte de verdachte niet over een baan. Zijn ouders zouden hem tijdelijk financieel ondersteund hebben, waardoor hij geen schulden heeft. De reclassering ziet de band tussen de verdachte en zijn ouders als positief, waarbij het lijkt of zij hem onvoorwaardelijk steunen. Echter lijken zij onvoldoende invloed te kunnen uitoefenen op zijn gedrag, waardoor de reclassering hun beschermende rol als beperkt ziet. Gezien de leeftijd van de verdachte en het feit dat hij aangeeft maatschappelijk geaccepteerde doelen na te streven, ziet de reclassering mogelijkheden om met reclasseringstoezicht en bijzondere voorwaarden het recidiverisico te beperken en hem hiermee een kans te geven om tot gedragsverandering te komen. Zij adviseert bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met een meldplicht, dagbesteding en meewerken aan middelencontrole. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport. 7.4. Conclusies van de rechtbank Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Gezien de ernst van het bewezen feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur daarvan acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Omdat de reclassering gemotiveerd oplegging van bijzondere voorwaarden adviseert en de verdachte ter zitting verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden en zijn motivatie voor gedragsverandering heeft getoond, ziet de rechtbank aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, met daaraan gekoppeld de voorwaarden die hierna worden genoemd. Met oplegging van deze straf hoeft de verdachte op dit moment niet terug in detentie. Dit voorwaardelijke strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Om de ernst van het feit te benadrukken acht de rechtbank ook de oplegging van een forse taakstraf voor de duur van 240 uren passend en geboden. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden. 8In beslag genomen voorwerpen De officier van justitie en de verdediging hebben verzocht het in beslag genomen geldbedrag van € 590,- terug te geven aan de rechthebbende. Ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag van € 590,- zal een last worden gegeven tot teruggave aan de degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, te weten de vader van de verdachte, F.A.J. Schouten. Het in beslag genomen geldbedrag van € 11.910,- zal worden verbeurdverklaard nu uit het dossier blijkt dat het geldbedrag door middel van het strafbare feit is verkregen. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. 10Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 11Beslissing De rechtbank: verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op de wijze als hiervoor omschreven; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen; bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 163 (honderddrieënzestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren; tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden; stelt als algemene voorwaarde: - de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken; stelt als bijzondere voorwaarden: de verdachte meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak; de verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag; de verdachte werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd; verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden: - de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden; - de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht; geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan; beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst; verklaart verbeurd: - geldbedrag € 11.910,- gelast de teruggave aan de rechthebbende van: - geldbedrag € 590,- (Goednr. 6802344) Dit vonnis is gewezen door mr. D.F. Smulders, voorzitter, en mrs. M. van Zinnen en I. Bouter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst (gewijzigde) tenlastelegging(
- en)Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 10/110708-25: 1. hij in of omstreeks de periode van 31 december 2024 tot en met 9 april 2025 te Alblasserdam en/of Papendrecht, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens), opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad - een (grote) hoeveelheid van een of meer stoffen van de Opiumwet lijst 1 en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; - een (grote) hoeveelheid van een of meer stoffen van de Opiumwet lijst 1 en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2 hij op of omstreeks 9 april 2025 te Alblasserdam, althans in Nederland, (van) een geldbedrag van (ongeveer) 12.500 11910 euro, althans een of meer voorwerpen Sub b -heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of -gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(
- en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf; 3 hij op of omstreeks 9 april 2025 te Alblasserdam en/of Papendrecht, opzettelijk aanwezig heeft gehad - een (grote) hoeveelheid van een of meer stoffen van de Opiumwet lijst 1 en/of ongeveer 72 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; - een (grote) hoeveelheid van een of meer stoffen van de Opiumwet lijst 1 en/of ongeveer 231,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 10/126688-25: hij op of omstreeks 18 februari 2025 te Papendrecht,opzettelijkaanwezig heeft gehadongeveer 33,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende cocaïne en/of ongeveer 7,1 gram, in elk geval een hoeveelheid vaneen materiaal bevattende MDMA,zijnde cocaïne en/of MDMA(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;