vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/689922 / KG ZA 24-1124 Vonnis in kort geding van 6 januari 2025 in de zaak van 1COLUMBUS LETSELSCHADE GRONINGEN B.V., gevestigd te Groningen, 2. [persoon A], wonende te Eelderwolde, eisers, advocaat mr. H.C. Bijleveld te Amsterdam, tegen ALLIANZ BENELUX N.V., gevestigd te Rotterdam, gedaagde, advocaat mr. P. Oskam te Amsterdam. Eisers worden hierna gezamenlijk Columbus c.s. en afzonderlijk Columbus en [persoon A] genoemd. Gedaagde wordt Allianz genoemd. Waar gaat deze zaak over? Allianz heeft Columbus en [persoon A] geregistreerd in het zogeheten Extern Verwijzingsregister EVR. Allianz heeft dat gedaan omdat haar uit een, aan haar door een klant van Columbus verstrekte, geluidsopname van een telefoongesprek is gebleken dat Columbus zich schuldig maakt aan het aanpassen van medische informatie met als doel het verkrijgen van onterechte schadevergoeding. Aanvankelijk was de registratie ook gebaseerd op fraude, maar dat verwijt is inmiddels ingetrokken. Columbus c.s. vordert in dit kort geding verwijdering van de EVR-registraties althans beperking van de duur daarvan. Die vorderingen worden afgewezen. 1De procedure 1.1. Het dossier in deze zaak bestaat uit de volgende stukken: de dagvaarding en 15 producties van Columbus c.s. de conclusie van antwoord en 13 producties van Allianz. 1.2. De mondelinge behandeling vond plaats op 16 december 2024. Tijdens die behandeling hebben de advocaten van partijen het woord gevoerd aan de hand van pleitnota’s. Na de mondelinge behandeling heeft Allianz, naar aanleiding van een verzoek van de voorzieningenrechter tijdens de mondelinge behandeling, nog een productie 13 overgelegd. 2De feiten 2.1. Columbus verricht werkzaamheden als belangenbehartiger van letselschadeslachtoffers. [persoon A] is, als een van de 25 medewerkers, werkzaam voor Columbus. Tot 2023 was hij [naam functie] van Columbus. 2.2. Columbus behandelt op dit moment ongeveer 2000 zaken. In dat kader voert zij, in een buitengerechtelijk traject gericht op afwikkeling van schade, overleg en onderhandelingen met aansprakelijkheidsverzekeraars waaronder Allianz, Achmea, ASR, Unigarant en Nationale Nederlanden. 2.3. In een brief van 15 augustus 2023 aan Columbus deelt Allianz mee dat zij een geluidsopname heeft ontvangen van een cliënt van Columbus. Die opname wordt via downloadgegevens gedeeld met Columbus. Op de geluidsopname van een telefoongesprek tussen [persoon A] en de cliënt is volgens Allianz te horen dat Columbus c.s. zich schuldig maakt aan fraude. Die fraude bestaat volgens Allianz uit het in rekening brengen van kosten voor werkzaamheden die niet hebben plaatsgevonden en het achterhouden en/of aanpassen van medische informatie met als doel het verkrijgen van een onterechte schadevergoeding. Allianz deelt mee het voornemen te hebben om niet meer met Columbus samen te werken en dat zij een registratie in het Extern verwijzingsregister (EVR), van [persoon A] en/of Columbus overweegt. Columbus c.s. wordt een maand gegund om te reageren op de brief. 2.4. Na schriftelijke reacties van Columbus c.s. schrijft Allianz bij brief van 17 november 2023 aan Columbus c.s. dat die reacties geen aanleiding geven om haar standpunt te wijzigen. Zij deelt mee dat Columbus c.s. voor een termijn van drie jaren, ingaande 17 augustus 2023, staat geregistreerd in het Interne Verwijzingsregister (IVR) en het EVR. 2.5. Na 17 november 2023 hebben partijen nog met elkaar gesproken en gecorrespondeerd. Bij brief van 5 april 2024 schrijft de advocaat van Allianz aan (de belangenbehartiger van) Columbus c.s. niet te zijn gekomen tot andere inzichten ten aanzien van het verbreken van de samenwerking en de gedane EVR-registraties. Op enig moment in de periode van gesprekken en correspondentie heeft Allianz erkend dat geen sprake was van fraude bestaande uit valselijk declareren. 2.6. Unigarant heeft Columbus bij brief van 12 december 2023 meegedeeld dat zij Columbus niet langer als belangenbehartiger in letselschadedossiers aanvaardt. Bij brief van 28 december 2023 deelt Unigarant mee dat zij de gegevens van Columbus c.s. in haar Incidentenregister zal plaatsen, met een EVR-registratie. Bij arrest (in kort geding) van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2024 is Unigarant veroordeeld om de registratie van Columbus c.s. in het EVR ongedaan te maken (de Unigarantzaak). Voor zover het hoger beroep was gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de reconventionele vordering van Columbus c.s. – die strekte tot het hervatten en voortzetten van de behandeling van letselschadezaken waarin Columbus c.s. optreden – is het afgewezen. 2.7. Achmea en ASR hebben recent de relatie met Columbus beëindigd. De gronden voor het besluit van Achmea zijn: bevindingen uit eigen intern onderzoek; de EVR-registratie van Allianz; berichtgeving van Nationale-Nederlanden, inclusief EVR-registratie; en informatie van Unigarant over de werkwijze van Columbus, openbaar gemaakt in het arrest van 15 oktober 2024. ASR noemt als gronden voor haar besluit: onregelmatigheden in een dossier van een cliënt van Columbus; het in rekening brengen van werkzaamheden van medewerkers van Columbus op naam en tegen het tarief van [persoon A] ; EVR-registraties van Columbus c.s. door Allianz en Nationale Nederlanden in welk verband wordt verwezen naar het arrest in de Unigarantzaak. 2.8. Columbus heeft aan Allianz, en andere verzekeraars, aangeboden om een verandertraject in te zetten zodat zij weer als belangenbehartiger zou worden geaccepteerd, van welk traject zij al een aantal maatregelen in gang heeft gezet. Columbus heeft zich voorts bereid verklaard om met Allianz te praten over de positie van [persoon A] . 3De vorderingen 3.1. Columbus c.s. vordert primair om Allianz te veroordelen om de EVR-registraties ongedaan te maken en subsidiair om de duur van die registraties te beperken, in beide gevallen op verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van Allianz in de proceskosten. 3.2. Columbus c.s. stelt dat uit het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PiFi) volgt dat om in het EVR te kunnen worden opgenomen in beginsel sprake moet zijn van zodanig concrete feiten en omstandigheden dat zij als een strafbaar feit te kwalificeren bewezenverklaring kunnen dragen. Als maatstaf geldt daarvoor dat de vastgestelde gedragingen een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld moeten opleveren, in die zin dat de te verwerken strafrechtelijke persoonsgegevens in voldoende mate moeten vaststaan. Allianz moet stellen en bewijzen dat aan de voorwaarden voor opname in het EVR is voldaan. 3.3. Volgens Columbus c.s. is er geen grondslag voor registratie in het EVR. De Medische paragraaf van de gedragscode Behandeling Letselschadedossiers (GBL), waar verzekeraars aan gebonden zijn, bepaalt welke informatie aan verzekeraars moet worden verstrekt. Daarvoor bestaan geen algemene regels maar twee indicatieve richtlijnen die afhankelijk zijn van de verwachte looptijd van de schade. Daarbij is van belang dat een slachtoffer de vrijheid heeft om bepaalde medische informatie niet te delen met een verzekeraar. 3.4. Over het telefoongesprek met haar cliënt stelt Columbus c.s. het volgende. De zaak van de cliënt was lastig en gevoelig en er stond veel druk op omdat tijdens de behandeling van het ongeval een heftig jeugdtrauma naar boven was gekomen en Columbus op een aantal momenten onzorgvuldig en te traag was. Daarnaast had de behandelend fysiotherapeut van de cliënt ongevraagd informatie verstrekt die de vraagstelling van Columbus ver te buiten ging. De volgende woordkeuze van [persoon A] tegen het einde van het gesprek, dat laat op een vrijdagmiddag werd gevoerd, was ongelukkig: “Als wij informatie binnenkrijgen, op welk moment dan ook, of dat dan is blijven liggen per ongeluk of niet, voordat we iets delen met een verzekeringsmaatschappij gaan wij ons altijd afvragen hoe bruikbaar is dit nou. En als daar bijvoorbeeld iets in staat waarvan wij zeggen “ja, maar wacht eens even, hier kan die verzekeraar mee aan de haal gaan, dit kan mogelijk een alternatieve verklaring – zoals dat heet – opleveren voor de klachten en beperkingen die u ervaart, of we krijgen dit nooit toegerekend aan het ongeval, ja heel simpel, dat moet eruit, dat moet aangepast worden. en dat zal ik altijd blijven doen in letselschadedossiers, en zo leid ik mijn mensen ook op.” [persoon A] heeft bedoeld te zeggen dat Columbus wanneer het gaat om een verwachte korte schadeduur, in het belang van de cliënt in beginsel de medische historie niet wordt verstrekt aan een verzekeraar. Columbus c.s. voegt daaraan toe dat het enige dat in een enkel geval gedaan is, alleen wanneer daartoe aanleiding was, is informatie opnieuw op laten vragen zodat de verzekeraar niet meer maar ook niet minder informatie ontvangt dan hij gelet op de verwachte schadeduur dient te ontvangen. Dat is geen fraude. 3.5. Columbus stelt dat haar belangen groot zijn. Bij het voortduren van de EVR-registratie moet zij naar verwachting haar faillissement aanvragen. Van de verzekeraars waarmee zij zaken doet/deed is 80% gestopt met bevoorschotten en zij is voor 100% afhankelijk van bevoorschotting. Met 25 werknemers heeft zij € 150.000,- aan kosten per maand en een gat van 50%. Voor Columbus c.s. geldt voorts dat zij als fraudeur te boek staat en bij geen enkele financiële instelling meer terecht kan. Voor [persoon A] is het extra wrang omdat de beweerde fraude in de uitoefening van zijn werk is gebeurd en hij als privé persoon geregistreerd staat waardoor hij geen normale verzekering, banklening of hypotheek meer kan krijgen. 4Het verweer 4.1. Allianz stelt zich op het standpunt dat de EVR-registratie, die gedaan is op basis van de geluidsopname, terecht is. De stukken die de betreffende cliënt van Columbus daarnaast heeft verstrekt, bevestigen dat de inhoud overeenkomt met de gedragingen van Columbus c.s. Dat is een werkwijze die erop neerkomt dat, op initiatief van de belangenbehartiger, medische informatie van cliënten wordt aangepast met als doel om voor de beoordeling van de schadeomvang relevante informatie achter te houden. Op grond van de stukken is geen sprake geweest van een ongelukkige woordkeuze van [persoon A] maar van expliciete uitlatingen die niet voor enig misverstand vatbaar zijn. 4.2. Volgens Allianz gaat het er, in het kader van de informatievoorziening, om dat de benadeelde, diens medisch adviseur en diens belangenbehartiger niet naar eigen inzicht en selectief informatie mogen laten aanpassen of achterhouden. Informatie die verstrekt wordt moet volledig zijn en de medische voorgeschiedenis kan ook in zaken met een verwachte schadelooptijd van twee jaar of korter relevant zijn. 4.3. Allianz verwijst naar het arrest in de Unigarantzaak voor de vereisten voor opname in het EVR. Registratie is niet slechts mogelijk bij strafbare feiten maar ook wanneer sprake is van fraude of onoorbaar gedrag. Hier is sprake van een voldoende vaststaande gedraging die een bedreiging vormt voor een financiële instelling of de continuïteit en/of integriteit van de financiële sector. De Unigarantzaak is niet volledig vergelijkbaar met deze zaak. In deze zaak is verzocht om informatie inhoudelijk te laten aanpassen waardoor de verzekeraar op het verkeerde been wordt gezet. Dat is bovendien geen eenmalige gebeurtenis. Uit de opname blijkt immers dat [persoon A] zijn mensen opleidt om op die manier met medische informatie om te gaan. Dat betreft geen grijs gebied. 4.4. Allianz is niet bereid haar beslissing te heroverwegen na de recente overname van Columbus door een nieuwe eigenaar. De nieuwe eigenaar heeft geen relevante ervaring in de letselschadepraktijk en [persoon A] is gewoon in dienst gebleven. Daarbij weegt, ook in het kader van de belangenafweging, mee dat Allianz de indruk heeft dat bij Columbus c.s. geen sprake is van zelfreflectie. Allianz benoemt in dit verband dat [persoon A] aanvankelijk de authenticiteit van de opname betwistte. Allianz wijst erop dat ook andere verzekeraars maatregelen tegen Columbus (c.s.) hebben getroffen die niet enkel zijn gebaseerd op de EVR-registratie door Allianz, maar ook op uitkomsten van eigen onderzoek. 4.5. Allianz betwist het spoedeisend belang en wijst erop dat de EVR-registratie al sinds augustus 2023 bestaat. De duur daarvan is proportioneel, gelet op de maximumtermijn van acht jaar en rechtspraak. Allianz voegt daar aan toe dat geen sprake is van twee gestapelde redenen die kunnen rechtvaardigen dat de termijn van drie jaren moet worden gehalveerd. Tot slot zijn de gestelde financiële gevolgen volgens Allianz niet onderbouwd. 5De beoordeling 5.1. Het EVR is een register waarin een financiële instelling incidenten vastlegt, zonder dat in dat register het concrete incident wordt beschreven. Het EVR is toegankelijk voor andere financiële instellingen. Als een andere financiële instelling meer informatie wil krijgen over een incident, moet zij contact opnemen met de financiële instelling die de registratie gedaan heeft. 5.2. Het PiFi regelt wanneer persoonsgegevens in het EVR mogen worden geregistreerd. Artikel 5.2.1. van het PiFi 2013 bepaalt: “De Deelnemer dient de Verwijzingsgegevens van (rechts)personen die aan de hierna onder a en b vermelde criteria voldoen en na toepassing van het onder c genoemde proportionaliteitsbeginsel op te nemen in het Extern Verwijzingsregister. De gedraging(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.