RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/3245 uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 mei 2025 in de zaak tussen [verzoekster] h.o.d.n. [handelsnaam] , uit [plaats 1] , verzoekster en de burgemeester van [gemeente] Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [bedrijf] uit [plaats 2] . Samenvatting De burgemeester wil verzoeksters café sluiten voor zes maanden omdat er is gebleken dat vanuit het café gehandeld werd in verdovende middelen. Er is een noodzaak om het café te sluiten, maar de vraag is voor hoe lang. De burgmeester ziet in de door verzoekster na de zitting overgelegde financiële gegevens geen aanleiding om de duur van de sluiting te bekorten. De voorzieningenrechter ziet in de overgelegde financiële gegevens vooralsnog ook geen aanleiding om de sluitingsduur te verkorten. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Procesverloop 1. Met het bestreden besluit van 2 april 2025 heeft de burgemeester verzoeksters horeca-inrichting per 18 april 2025 gesloten voor zes maanden vanwege een overtreding van de Opiumwet. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, [persoon A] (namens verzoekster, mede-exploitant), [persoon B] (de burgemeester), mr. L.J. Bel (namens de burgemeester) en [persoon C] (namens [bedrijf] ). 3. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting geschorst tot eind april 2025, zodat partijen met elkaar in gesprek kunnen gaan om tot een oplossing te komen over de duur van de sluiting. Hierbij heeft de gemachtigde van de burgemeester aangegeven verzoekster een overzicht te geven van de benodigde financiële gegevens. 4. De burgemeester heeft de rechtbank op 30 april 2025 laten weten dat er op basis van de door verzoekster ingediende financiële gegevens geen aanleiding bestaat om de sluitingsduur te verkorten. Verzoekster heeft op 1 mei 2025 hierop gereageerd met (aanvullende) financiële gegevens. 5. De voorzieningenrechter heeft vervolgens het onderzoek gesloten. Beoordeling door de voorzieningenrechter Wat is er gebeurd? 6. Verzoekster exploiteert een horeca-inrichting op het [adres] in [plaats 1] (het café). Zij huurt het pand van [bedrijf] 7. Uit bestuurlijke rapportages van de politie van 24 februari 2025 en 28 maart 2025 blijkt onder meer het volgende. In 2024 is er een ander café in [plaats 1] gesloten geweest vanwege drugshandel. Bij de politie zijn signalen binnengekomen dat de drugshandel zich vervolgens had verplaatst naar het café van verzoekster. Er zijn bij de politie drie MMA-meldingen binnengekomen over de handel van verdovende middelen in en rond het café van verzoekster. De politie heeft vervolgens een strafrechtelijk onderzoek opgestart. Tijdens dit onderzoek zijn er onder meer observaties verricht, camera’s geplaatst en gesprekken afgeluisterd. Op basis van dit onderzoek heeft de politie in februari 2025 twee personen aangehouden op verdenking van de handel in verdovende middelen. Eén van deze verdachten was tijdens de aanhouding in het bezit van ponypacks met cocaïne. In de woningen van beide verdachten zijn verdovende middelen en drugsgerelateerde spullen aangetroffen. Volgens de politie waren beide verdachten vaak te vinden in onder meer het café van verzoekster. Volgens de politie gebruikten de verdachten het café van verzoekster als uitvalsbasis voor de handel in drugs en was verzoekster hiervan op de hoogte. In het café van verzoekster zijn geen drugs aangetroffen. Waar gaat het in deze zaak om? 8. Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportages heeft de burgemeester besloten om het café te sluiten voor zes maanden. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat het café open mag blijven. De burgemeester heeft toegezegd dat het café open mag blijven tot de uitspraak van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af 9. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Heeft verzoekster een spoedeisend belang? 10. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang is om de zaak inhoudelijk te kunnen beoordelen. 11. Het gevolg van het bestreden besluit is dat het café voor zes maanden gesloten zal blijven. De voorzieningenrechter vindt het aannemelijk dat dit grote financiële gevolgen voor verzoekster zal hebben. Zij ziet hierin voldoende spoedeisend belang voor een inhoudelijke beoordeling van het verzoek. Beoordelingskader 12. Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in panden harddrugs of softdrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. 13. De burgemeester voert beleid om de handel in drugs in [gemeente] tegen te gaan. Dit beleid staat in de Beleidsregels van de burgemeester van de gemeente [gemeente] houdende regels omtrent drugs 2023 (Damoclesbeleid). In dit beleid staat in welke gevallen de burgemeester in beginsel overgaat tot sluiting van een pand. Bevoegdheid en noodzaak 14. De burgemeester is bevoegd om een pand te sluiten als daar een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen of als op grond van andere feiten en omstandigheden aannemelijk is dat drugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt in of vanuit het pand. Daarnaast moet er een verband bestaan tussen de (handel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.