← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:5919

RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/693307 / JE RK 25-178 Datum uitspraak: 17 maart 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 3] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] , advocaat: mr. F. Uzumcu kantoorhoudende in Rijswijk. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 27 januari 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum. 1.
  2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 maart
  3. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - de vader bijgestaan door zijn advocaat; - een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] . 1.
  4. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft geen mening gegeven. 2De feiten 2.
  5. De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . 2.
  6. [minderjarige 1] woont bij de vader. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de moeder. 2.
  7. Bij beschikking van 12 april 2024 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 12 april
  8. 3Het verzoek 3.
  9. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
  10. De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. Er zijn zorgen over de kinderen; zoals het overgewicht van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , het feit dat [minderjarige 3] vaak veel te vroeg op school is, en het feit dat [minderjarige 1] niet eet en met haar psycholoog is gestopt. Ook zijn er zorgen over de thuissituatie van zowel de moeder als de vader, evenals de situatie tussen de ouders zelf. De ouders willen niet met elkaar communiceren en er heerst veel boosheid en woede tussen hen. De vader wenst co-ouderschap, maar voordat hier naartoe gewerkt kan worden, moet er meer zicht komen op de thuissituatie. Hiertoe is hulpverlening ingezet. Enver start deze week bij de vader en de volgende week bij de moeder. Daarna zal SPAM samen met Enver optrekken in de gezinnen. Voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is er een coach ingezet, die samen met de psychomotorische therapeut werkt aan een warme overdracht, wat eind april of begin mei wordt verwacht. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn aangemeld bij een schooldiëtist vanwege overgewicht. [minderjarige 1] was aangemeld bij Youz, maar zij willen haar niet behandelen zolang de thuissituatie niet verandert. Daarom is er ook voor [minderjarige 1] een coach ingezet, die haar zal stimuleren om naar Praktijkondersteuner Huisarts (POH) te gaan. 4Het standpunt van de moeder 4.
  11. De moeder voert geen verweer tegen het verzoek, maar geeft aan co-ouderschap niet te steunen, omdat zij niet eens normaal mailcontact met de vader kan hebben. Daarnaast is afgesproken dat de vader elke twee weken de kinderen op vrijdag haalt en ze op maandagochtend naar school brengt. Dit lukt hem nog niet, waardoor de moeder zich afvraagt wat de meerwaarde van een co-ouderschap is. 5Het standpunt van de vader 5.
  12. Door en namens de vader wordt geen verweer gevoerd tegen het verzoek. De vader maakt zich veel zorgen over de frequente afwezigheid en te laat komen van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op school. Volgens de vader gaan de kinderen de hele week in dezelfde (gescheurde) kleding naar school. De vader denkt dat de moeder de zorg voor de kinderen niet alleen aankan. De situatie tussen de ouders is verhard door de lopende procedures. De ouders zijn niet in staat om samen afspraken te maken en dit zal waarschijnlijk nooit lukken. Daarom moeten er eenduidige beslissingen namens de ouders genomen worden om verdere verharding te voorkomen. De vader wil toewerken naar co-ouderschap. Bij co-ouderschap heeft [minderjarige 1] ook meer contact met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Wanneer de GI hierover wordt gevraagd, geven zij aan dat dit afhankelijk is van de wil van de moeder. Aangezien de moeder co-ouderschap afwijst, worden er geen stappen ondernomen. Mocht de ondertoezichtstelling worden verlengd, dan verzoekt de vader concrete opdrachten voor de ouders om aan te werken. De vader vindt dat de ouders geen keuze behoren te hebben binnen een ondertoezichtstelling. 6De beoordeling 6.
  13. Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria voor een ondertoezichtstelling. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende. 6.
  14. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] worden nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. De zorgen, zoals omschreven in de beschikking van 12 april 2024, zijn onverminderd aanwezig en zelfs toegenomen door de verharding van de situatie tussen de ouders. De ouders zijn onvoldoende in staat om op een constructieve manier met elkaar te communiceren en afspraken te maken die in het belang van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn. Bovendien is er onvoldoende zicht op de thuissituatie van beide ouders. De komende periode staat er nog veel te gebeuren. Zo zal Enver starten, waarna SPAM ondersteuning zal bieden. Bovendien zal voor alle drie de kinderen een coach worden ingezet. Hoewel het enige tijd heeft geduurd, is het positief dat de hulpverlening nu van start gaat. Pas wanneer er zicht is op de thuissituatie bij de moeder en de vader, zal onderzocht worden of er mogelijkheden zijn om toe te werken naar een co-ouderschap. Het is positief dat zowel de moeder als de vader bereid zijn om hieraan mee te werken. Gelet op het feit dat de hulpverlening nog in de beginfase verkeert en de zorgen niet zijn afgenomen blijft een jeugdbeschermer noodzakelijk om de situatie te monitoren en de regie te behouden. Daarom verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van een jaar. 6.
  15. Voor de komende periode is het van belang dat de ouders beseffen dat het hun verantwoordelijkheid is om een stabiele opvoedsituatie te creëren, waarin de kinderen zich kunnen ontwikkelen zonder dat zij belast worden met volwassenproblematiek. De GI kan hierbij ondersteuning bieden, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij de ouders. Bovendien is het van belang dat de omgangsmomenten voorspelbaar zijn en de kinderen erop kunnen vertrouwen dat deze doorgaan. 6.
  16. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 7De beslissing De kinderrechter: 7.
  17. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 12 april 2026; 7.
  18. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2025 door mr. A.J. van Dijk, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 26 maart 2025 Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag. Genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 1:260, eerste lid, BW.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.