← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:6204

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11462751 CV EXPL 24-32630 datum uitspraak: 4 april 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van VGZ Zorgverzekeraar N.V., gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem, eiseres, gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso te Arnhem, tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] , gedaagde, die zelf procedeert, zonder bijstand van een gemachtigde. Partijen worden hierna ‘VGZ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 21 november 2024, met bijlagen; de aantekeningen van de mondelinge reactie van [gedaagde] ; de repliek, met bijlagen. 1.
  2. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om op de conclusie van repliek te reageren. De kantonrechter heeft de zaak in verband daarmee verwezen naar de rolzitting van dinsdag 4 maart 2025 om 11.30 uur. Op die rolzitting is [gedaagde] echter niet meer verschenen, terwijl hij evenmin schriftelijk heeft gereageerd of om verdere aanhouding van de zitting heeft verzocht. 1.
  3. De kantonrechter heeft daarop vonnis bepaald in de zaak. 2De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.
  4. VGZ vordert in deze procedure € 2.500,00 van [gedaagde] . [gedaagde] heeft een zorgverzekering (gehad) bij VGZ en heeft een achterstand laten ontstaan in de premiebetalingen. Ook heeft hij meerdere zorgnota’s niet betaald. De achterstand, van € 5.773,73, heeft [gedaagde] deels afgelost door betalingsregelingen. Tot en met 21 november 2024 heeft hij € 3.611,74 betaald. 2.
  5. VGZ brengt bij [gedaagde] vervallen rente van in totaal € 330,44 in rekening en buitengerechtelijke incassokosten van € 465,
  6. Om het verschuldigde griffierecht te beperken vordert VGZ in deze procedure ‘maar’ € 2.500,00 in plaats van het volgens haar te betalen bedrag van (de hoofdsom van € 5.773,73 met rente van € 330,44 en incassokosten van € 465,35 is samen € 6.569,52, verminderd met de reeds betaalde € 3.611,74 =) € 2.957,
  7. 2.
  8. [gedaagde] erkent dat hij nog aan VGZ moet betalen. [gedaagde] had een betalingsregeling, maar deze is gestopt. Hij stelt dat hij geen link meer ontving waarmee hij kon betalen. [gedaagde] wil de betalingsregeling graag alsnog hervatten. [gedaagde] moet € 2.500,00 betalen 2.
  9. Het staat vast dat [gedaagde] de achterstand aan premiebetalingen en de zorgnota’s aan VGZ moet betalen. Daar is [gedaagde] het zelf ook mee eens. Omdat [gedaagde] deze bedragen niet heeft betaald op de momenten dat hij dat had moeten doen, moet hij ook de rente over de achterstallige bedragen betalen, totdat alles is betaald. Ook moet hij de buitengerechtelijke kosten betalen. De hoofdsom (achterstand en nota’s) met rente en buitengerechtelijke kosten, verminderd met wat [gedaagde] al heeft afgelost, is meer dan € 2.500,
  10. Daarom wijst de kantonrechter het gevorderde bedrag toe. 2.
  11. [gedaagde] heeft geen (vaststaand) recht op een betalingsregeling. Dat hij de regeling die hij had niet meer is nagekomen, komt voor zijn eigen risico. Als [gedaagde] ineens geen betaallinks meer zou ontvangen, was het aan hem om dit door te geven aan VGZ. VGZ mocht (via haar gemachtigde) de betalingsregeling als vervallen beschouwen en mag het hele bedrag dat nog open staat nu ineens van [gedaagde] eisen. [gedaagde] moet rente betalen 2.
  12. De rente over € 2.500,00 vanaf de dag van de dagvaarding wordt toegewezen, omdat VGZ genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.
  13. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan VGZ moet betalen op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 385,00 aan griffierecht, € 408,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,00) en € 102,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.032,
  14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.
  15. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat VGZ dat vordert en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  16. veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen € 2.500,00 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 21 november 2024 tot de dag dat volledig is betaald; 3.
  17. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van VGZ worden begroot op € 1.032,39; 3.
  18. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken. 62574

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.