Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10.346854.24 Datum uitspraak: 25 april 2025 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres 1] , [postcode 1] te [plaats] , verblijvende op [adres 2] , [postcode 2] te [plaats] , raadsvrouw mr. K.C. van de Wijngaart, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 april 2025(vul vestigingsplaats advocaat in). 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. W.A.J.A. Welten heeft gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest. 4Waardering van het bewijs 4.1. Bewezenverklaring zonder nadere motivering (feit 2) Het onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend, met dien verstande dat het zou gaan om 162,0 gram cocaïne in plaats van 167,1 gram. Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het opzettelijk aanwezig hebben van 162,0 gram cocaïne en 5,5 gram MDMA wettig en overtuigend is bewezen. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.2. Bewijswaardering (feit 1) 4.2.1. Standpunt verdediging De verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit. De aangifte is onvoldoende betrouwbaar om te kunnen gebruiken als bewijsmiddel. Daarnaast is de [getuige] geen onafhankelijke getuige, waardoor onduidelijk is of zij naar waarheid heeft verklaard en ook is niet gebleken dat haar auto is doorzocht op de aanwezigheid van verboden middelen. De verdachte heeft verklaard dat een transactie met betrekking tot verdovende middelen plaats heeft gevonden, waarbij aangever het tasje met geld heeft overhandigd aan de verdachte. Bij het natellen van het geldbedrag bleek dat het € 4.000,- te weinig was. Hierover ontstond een woordenwisseling en een handgemeen. De tas met geld is bij de verdachten gebleven en aangever heeft de tas met het product meegenomen. De objectieve bewijsmiddelen in het dossier weerspreken op geen enkele wijze het alternatieve scenario dat door de verdachte en de medeverdachte is geschetst. 4.2.2. Beoordeling Vaststaande feiten en omstandigheden Uit de verklaringen van de verdachte en de medeverdachte en de afbeeldingen en chatberichten op de telefoons van de medeverdachten en aangever komt het beeld naar voren van een tussen partijen gesloten en op 30 oktober 2024 uitgevoerde drugsdeal. Hierbij zou er door in ieder geval de verdachte 1,3 kilogram drugs geleverd worden aan [aangever] (hierna: aangever) tegen betaling van € 29.250,- (1,3 kilo x € 22.500,- per kilo). Op 30 oktober 2024 zijn de verdachte, [medeverdachte] en een derde onbekend gebleven persoon gezeten in een Mercedes op het [adres 3] te Rotterdam. Op enig moment zit ook aangever in deze auto. Later worden de verdachte en [medeverdachte] staande gehouden in een zwarte Mercedes. In de Mercedes wordt een Louis Vuitton tas aangetroffen, met daarin een geldbedrag van € 26.510,-. De medeverdachten verklaren dat ze deze tas van aangever hebben overgenomen. De vraag die beantwoord moet worden is of de tas met daarin het geldbedrag wederrechtelijk van aangever is weggenomen. Betrouwbaarheid verklaring aangever Gebleken is dat een gedeelte van de verklaring van aangever niet in lijn is met de objectieve bewijsmiddelen in het dossier. Aangever had geen tinderdate en [getuige] was geen toevallige getuige. Aangever had een afspraak met de verdachte voor een drugsdeal en werd vergezeld door chauffeur [getuige] . Dit betekent dat de rechtbank kritisch bekijkt of de rest van de verklaring van aangever kan worden gevolgd en deze slechts zal gebruiken voor het bewijs wanneer (dat deel van) de verklaring wordt ondersteund door andere, objectieve bewijsmiddelen. De aangever heeft aangifte gedaan van diefstal met geweld, waarbij een (schouder)tas met daarin een geldbedrag van € 29.500,- van hem is weggenomen. Aangever verklaart onder andere dat hij uit zijn voertuig in een ander voertuig is getrokken, dat de persoon die recht achter hem zat door de stoel heen een vuurwapen in zijn rug heeft gedrukt, dat hij in een nekklem is genomen en dat hij door drie personen is geslagen. Die onderdelen van de aangifte worden op verschillende manieren ondersteund door bevindingen in het dossier. Zo is bij de aanhouding van de verdachte en de [medeverdachte] een tas met € 26.510,- aan contant geld aangetroffen. Zij hebben ook verklaard dat dit geld van de aangever afkomstig is. Ook hadden de verdachten nog contante bedragen van € 3.230,- en € 1.710,- bij zich. Verder verklaren de verdachte en de [medeverdachte] dat zij klappen hebben uitgedeeld. Het letsel dat bij aangever is geconstateerd past bij de aangegeven aanval door meerdere personen en zijn verklaring. Er was namelijk niet alleen letsel in het gezicht maar ook op de rug. Op de video is ook een derde onbekend gebleven persoon naast de Mercedes te zien, wat eveneens past bij de verklaring van aangever. Daar komt nog bij dat in de telefoon van de [medeverdachte] een video is aangetroffen welke ongeveer twee uur voorafgaand aan het incident is gemaakt, waarop hij te zien is met een vuurwapen. [medeverdachte] had dus beschikkingsmacht over een vuurwapen en zat, ook volgens zijn eigen verklaring, ten tijde van het incident in de auto recht achter de aangever. Ook dat past bij de verklaring van aangever. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van aangever op de genoemde onderdelen betrouwbaar is en kan worden gebruikt voor het bewijs. Was het wegnemen wederrechtelijk? Door de verdachte en de [medeverdachte] is een alternatief scenario aangedragen. Er zou sprake zijn geweest van een zakelijke transactie, waarbij de verdachte drugs aan aangever zou verkopen voor een geldbedrag. In de auto zaten de verdachte, [medeverdachte] , een derde onbekend gebleven persoon en aangever. Er ontstond een handgemeen in de auto, waarbij door beide partijen geslagen is, omdat aangever € 4.000,- te weinig had meegenomen. Vervolgens is aangever uit de auto gezet, waarbij hij de drugs heeft meegenomen. De rechtbank acht het door de verdachte en de [medeverdachte] geschetste alternatieve scenario niet aannemelijk. Aangever bevond zich in het voertuig van de verdachte, tegenover een overtal: te weten de verdachte, de medeverdachte en de derde onbekend gebleven persoon. Deze derde onbekend gebleven persoon stond op enig moment naast de auto aan de zijde van aangever. De medeverdachten wilden aangever op enig moment uit de auto krijgen. Het is nagenoeg ondenkbaar dat zij (in overtalssituatie) aangever wel met de afgesproken drugs hun auto uit zouden zetten, terwijl zij van mening waren dat hij daarvoor € 4.000,- te weinig had betaald. Overigens is er bij aangever ook geen drugs aangetroffen. Het geschetste alternatieve scenario is daarom niet aannemelijk geworden. Vast staat daarom dat het geld wederrechtelijk van aangever is weggenomen. Hoeveel geld? Volgens aangever is ongeveer € 29.500,- gestolen van hem. Dit past bij de prijs die de verdachte en aangever hadden afgesproken, te weten € 29.250,-. Weliswaar zat € 26.500,- in de Louis Vuittontas op het moment dat de politie deze in de Mercedes aantrof, maar bij de verdachte en de [medeverdachte] werd ook cash geld aangetroffen. Dit ondersteunt de veronderstelling dat de medeverdachten een deel van het cash geld hebben ontvangen, en onderbouwt de verklaring dat € 29.500,- is weggenomen. Medeplegen Er is sprake geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. De verdachte heeft verklaard dat hij op 30 oktober 2024 aanwezig was in de Mercedes, samen met de [medeverdachte] en een derde onbekend gebleven persoon. Ook heeft hij verklaard dat er een handgemeen met aangever is ontstaan, terwijl aangever zich nog in de auto bevond. Hierbij kwam de [medeverdachte] tussen beiden. Daarnaast heeft de verdachte verklaard dat hij aangever samen met de medeverdachten uit de auto wilde krijgen. Vervolgens zijn de medeverdachten gezamenlijk weggereden, met de schoudertas van aangever waarin het geldbedrag zat. De verdachte heeft zich ook niet aan voorgaande handelingen onttrokken. 4.2.3. Conclusie Op grond van al het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte zich op de openbare weg, tezamen en in vereniging schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld van een schoudertas en een geldbedrag van € 29.500,-. Dit betekent dat het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend is bewezen. 4.3. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan. In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat: 1 hij op 30 oktober 2024 te Rotterdam op de openbare weg, het [adres 3] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ongeveer 29.500 euro en een schoudertas die geheel aan [aangever] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, , hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - bij die [aangever] in diens auto te stappen en/of een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) door te laden en/of in de zij van die [aangever] te duwen en/of - die [aangever] de woorden toe te voegen: "Uitstappen! Dat voertuig in! opschieten!", en/of - aan die [aangever] te trekken en/of - die [aangever] te dwingen in een andere auto plaats te nemen en/of - ( aldaar) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) door te laden en/of (door een stoel heen) in de rug van die [aangever] te duwen en/of - die [aangever] in een nekklem te nemen en/of al dan niet met een of meer (op (een)) vuurwapen(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.