RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11374696 CV EXPL 24-26747 datum uitspraak: 21 maart 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Innova Energie B.V., gevestigd te Delft, eiseres, gemachtigde: B.E.J. Caminada, gerechtsdeurwaarder te Alphen aan den Rijn, tegen [gedaagde] , voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] , wonende te [plaats] , gedaagde, die zelf procedeert, zonder bijstand van een gemachtigde. Partijen worden hierna ‘Innova’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.
- Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 4 oktober 2024, met bijlagen; de e-mailberichten van [gedaagde] van 23 december 2025 en 23 januari 2025; 2De beoordeling Wat is de kern? 2.
- Deze zaak gaat over de vraag of [gedaagde] een bedrag van € 1.007,62 moet betalen aan Innova voor onbetaald gelaten facturen. 2.
- Volgens Innova moet deze vraag bevestigend worden beantwoord. Zij voert daartoe het volgende aan. Tussen [gedaagde] en Innova is een overeenkomst tot stand gekomen voor de levering van energie (gas en elektriciteit). Deze overeenkomst is tot stand gekomen via de vergelijkingswebsite www.pricewise.nl. [gedaagde] heeft meerdere facturen onbetaald gelaten. Deze facturen hebben betrekking op de periode van februari 2022 tot en met mei
- De totale betalingsachterstand bedraagt € 1.007,
- Innova vordert in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld om deze facturen alsnog te betalen, met rente en kosten. 2.
- [gedaagde] heeft de vordering betwist omdat deze volgens hem inmiddels is verjaard. Verder doet [gedaagde] een verzoek om een betalingsregeling te treffen indien het gevorderde bedrag wordt toegewezen. Hij geeft aan niet het gehele bedrag in een keer te kunnen betalen. De vorderingen zijn niet verjaard 2.
- [gedaagde] heeft de vordering betwist omdat deze volgens hem inmiddels is verjaard. De kantonrechter gaat aan het beroep op verjaring voorbij. Hierna zal worden uitgelegd waarom. 2.
- De vorderingen is gebaseerd op onbetaald gelaten facturen over de periode tussen februari 2022 tot en met mei
- De tussen partijen gesloten overeenkomst tot levering van elektriciteit en/of gas is aan te merken als een consumentenkoop waardoor voor de verbintenissen die voortvloeien uit deze overeenkomst een verkorte verjaringstermijn van twee jaar van toepassing is (artikel 7:28 BW in samenhang met artikel 7:5 BW). Omdat [gedaagde] , zoals onbetwist is gesteld door Innova, op 27 november 2023 schriftelijk is aangemaand ten aanzien van deze vordering, is de verjaring gestuit. Als gevolg daarvan is een nieuwe verjaringstermijn gaan lopen van twee jaar, waardoor de vordering van Innova op het moment van dagvaarden niet was verjaard (artikel 3:319 BW). De hoofdsom wordt met 40% verminderd 2.
- Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] facturen ter hoogte van € 1.007,62 onbetaald heeft gelaten. In beginsel is dit bedrag dus toewijsbaar. Wel zal de kantonrechter de te betalen hoofdsom van € 1.007,62 met 40% verminderen. Hierna zal worden uitgelegd waarom. (Pre)contractuele informatieverplichtingen 2.
- De overeenkomst is gesloten op afstand of buiten de verkoopruimte tussen een handelaar en een consument. Van een overeenkomst op afstand is bijvoorbeeld sprake als deze via een website of telefonisch is aangegaan. Een overeenkomst is aangegaan buiten de verkoopruimte als bijvoorbeeld een handelaar bij de consument aan de deur is gekomen. 2.
- Bij of voorafgaand aan het sluiten van deze overeenkomsten moet de handelaar bepaalde informatie aan de consument verstrekken en deze informatie bevestigen op een duurzame gegevensdrager. Een duurzame gegevensdrager betekent dat de consument de informatie eenvoudig moet kunnen bewaren, zoals bijvoorbeeld een e-mail of een brief. 2.
- De Hoge Raad heeft beslist dat de rechter ambtshalve moet onderzoeken of aan een aantal informatieverplichtingen is voldaan. Het gaat dan om de informatie waaraan de wet een specifieke sanctie verbindt als deze niet wordt gegeven en om de informatie waaraan extra gewicht moet worden toegekend. Dit zijn de essentiële informatieverplichtingen. De Hoge Raad heeft ook beslist dat de rechter de overeenkomst geheel of gedeeltelijk moet vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting. 2.
- De rechtbanken hebben naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad voor de schending van de essentiële informatieverplichtingen een sanctierichtlijn opgesteld. Deze richtlijn houdt samengevat in dat de betalingsverplichting wordt verminderd met een percentage tussen de 20% en de 60%, afhankelijk van de hoeveelheid en het soort schending. 2.
- Hierna zal worden beoordeeld of aan de informatieverplichtingen is voldaan. Alleen als er sprake is van een voldoende ernstige schending van een informatieverplichting, zal die informatieverplichting hierna worden besproken. Voor zover dat in deze zaak aan de orde is zullen eerst de informatieverplichtingen met een specifieke sanctie worden beoordeeld. Daarna zullen de essentiële informatieverplichtingen zonder specifieke sanctie worden beoordeeld. Bij deze laatste categorie wordt steeds een onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van de informatie bij of voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst en het bevestigen van de informatie op een duurzame gegevensdrager. De essentiële informatieverplichtingen: het verstrekken van informatie bij of voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst de duur van de overeenkomst en opzegtermijn na verlenging 2.
- Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder o BW moet voor de consument duidelijk zijn hoe lang de overeenkomst loopt als deze niet tussentijds wordt opgezegd. Daarnaast moet duidelijk zijn of de overeenkomst na die periode vanzelf afloopt of doorloopt. Als de overeenkomst doorloopt dan moet ook worden vermeld op welke termijn de consument de overeenkomst daarna kan opzeggen. Informatie over de duur van de overeenkomst en de vraag of de overeenkomst vanzelf eindigt of juist doorloopt moet tijdens het bestelproces aan de consument worden verstrekt zonder dat de consument de informatie zelf moet opzoeken. Niet voldoende is dus dat deze informatie ergens op de website staat of alleen in de algemene voorwaarden. Informatie over de wijze van opzeggen na het verstrijken van de eerste periode mag wel in de algemene voorwaarden worden opgenomen. Innova heeft niet aangetoond dat aan deze informatieverplichting is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder o BW is geschonden. de periode waarbinnen de consument de overeenkomst niet kan opzeggen 2.
- Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder p BW moet voor de consument duidelijk zijn voor welke periode hij ten minste aan de overeenkomst gebonden is. Duidelijk moet dus zijn tegen welk moment de consument de overeenkomst op zijn vroegst kan beëindigen. Als de overeenkomst een bepaalde minimumduur heeft waarbinnen de consument de overeenkomst niet kan opzeggen, dan moet dat duidelijk worden genoemd. Als de overeenkomst niet zo’n termijn heeft, moet duidelijk zijn welke opzegtermijn er voor de overeenkomst geldt. De consument moet tijdens het bestelproces duidelijk op deze informatie worden gewezen. Niet voldoende is dus dat de informatie ergens op de website staat of alleen in de algemene voorwaarden. Innova heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder p BW is geschonden. De bestelknop 2.
- [gedaagde] heeft het contract gesloten door middel van een bestelknop. Uit de tekst op de knop zelf moet blijken dat de consument uitdrukkelijk erkent dat zij een betalingsverplichting aangaat. Dat betekent dat de tekst ook in de omgangstaal zonder twijfel in verband moet worden gebracht met het ontstaan van een betalingsverplichting. 2.
- Innova heeft aangevoerd dat bij het aangaan van de overeenkomst een vakje moet worden aangevinkt met de tekst “ik begrijp dat ik een betalingsovereenkomst aanga en accepteer de voorwaarden”. Deze tekst staat boven de bestelknop en moet worden aangevinkt voordat de overeenkomst kan worden afgesloten. Volgens Innova is daarmee voldaan aan de informatieplicht van artikel 6:230v lid 3 BW. De kantonrechter mag echter alleen rekening houden met de woorden op de door Innova gebruikte bestelknop. Dat betekent dat geen acht mag worden geslagen op de tekst die direct boven de bestelknop van Innova wordt vermeld. Uitgangspunt moet dus zijn de door Innova gebruikte bestelknop met daarop de vermelde tekst “bevestig je aanvraag”. De kantonrechter is van oordeel dat deze door Innova gebruikte bestelknop niet voldoet aan de informatieplicht van artikel 6:230v lid 3 BW. 2.
- Bij een onjuiste bestelknop geeft de wet aan de consument het recht om de overeenkomst te vernietigen. De rechter kan dit ook ambtshalve doen. Daarbij is wel van belang dat het niet altijd in het belang van de consument is om de overeenkomst te vernietigen, omdat de consument dan moet teruggeven wat hij op grond van de overeenkomst heeft ontvangen. Bovendien is uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie af te leiden dat dat de rechten die de richtlijn aan de consument geeft, niet tegen de wil van de consumenten worden toegepast. 2.
- [gedaagde] heeft niet te kennen gegeven dat hij de overeenkomst wil vernietigen. De kantonrechter gaat daarom niet ambtshalve over tot volledige vernietiging van de overeenkomst. 2.
- Het voorgaande neemt niet weg dat vanwege de onjuiste bestelknop sprake is geweest van een schending van artikel 6:230v lid 3 BW. De gevolgen daarvan zullen hieronder worden besproken. Conclusie essentiële informatieverplichtingen 2.
- De kantonrechter zal op grond van de hiervoor vastgestelde schendingen van informatieverplichtingen de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 40%. Er is in dit geval namelijk sprake van twee voldoende ernstige schendingen ten aanzien van de essentiële informatieplichten en een bestelknop die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:230v lid 3 BW. Dat betekent dat € 604,57 aan hoofdsom toewijsbaar is (0,60 van € 1007,62). Geen onverschuldigde betaling 2.
- Innova heeft subsidiair en meer subsidiair, voor het geval de overeenkomst (gedeeltelijk) wordt vernietigd, een beroep gedaan op onverschuldigde betaling. Omdat de levering van energie en gas niet ongedaan gemaakt kan worden, is [gedaagde] volgens Innova een vergoeding verschuldigd ter hoogte van de in de nota’s genoemde bedragen. 2.
- Bij een onverschuldigde betaling is vereist dat de prestatie is verricht zonder rechtsgrond (artikel 6:203 lid 1 BW). Met andere woorden: de door Innova geleverde energie (de prestatie) berust niet op een verbintenis. Tussen Innova en [gedaagde] bestond wel een rechtsgrond voor het leveren van energie, namelijk de gesloten energieovereenkomst. [gedaagde] is op basis van de gesloten energieovereenkomst de gevorderde voorschotnota’s en eindnota verschuldigd geworden. Met dit vonnis wordt het verschuldigde bedrag slechts verminderd. Dit heeft niet tot gevolg dat de rechtsgrond voor de geleverde energie is ontvallen. De vordering op deze grondslag kan niet worden toegewezen. [gedaagde] moet incassokosten van € 90,69 betalen 2.
- Innova heeft recht op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten op basis van de toewijsbare hoofdsom op het moment van de veertiendagenbrief. Dat is een bedrag van € 90,
- [gedaagde] moet rente betalen 2.
- De rente wordt toegewezen, omdat Innova genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De wettelijke rente wordt toegewezen steeds over het openstaande saldo aan hoofdsom voor zover [gedaagde] in verzuim is. Daarbij wordt opgemerkt dat als er meerdere termijnen verschuldigd zijn, steeds elke termijn met een gelijk percentage is verminderd. Er zijn geen oneerlijke bepalingen 2.
- De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.
- De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor een belangrijk deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Innova moet betalen op € 113,54 aan dagvaardingskosten, € 328,- aan griffierecht, € 135,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 644,
- Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Verzoek tot betalingsregeling 2.
- De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Innova namelijk toestemming geven en dat heeft Innova niet gedaan (artikel 6:29 BW). [gedaagde] kan wel naar aanleiding van dit vonnis contact opnemen met de gemachtigde van Innova om te vragen of Innova alsnog een betalingsregeling wil afspreken. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.
- Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Innova dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan Innova te betalen € 695,26 met de wettelijk rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf 1 maart 2022 heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald; 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Innova worden begroot op € 644,04; 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken. 64362 Zie de artikelen 6:230m e.v. van het Burgerlijk Wetboek Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677 Deze richtlijn is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl Hof van Justitie EU 7 april 2022, ECLI:EU:C:2022:269 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 april 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:2804 Zie artikel 6:230v lid 3 BW